Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 december 2025;
- de schriftelijke mening van de moeder, ontvangen op 19 januari 2026.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 3 februari 2026 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2017, die bij hun moeder wonen. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de kinderen, waaronder verstoorde hechtingsrelaties en langdurig schoolverzuim.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag en voert de opvoeding alleen, wat zij als zwaar ervaart. De Raad wijzigde het verzoek tijdens de zitting zodat de ondertoezichtstelling wordt uitgevoerd door de gecertificeerde instelling William Schrikker in plaats van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De moeder was niet aanwezig bij de zitting, maar was correct opgeroepen.
De kinderrechter constateerde dat het gezin te maken heeft met een gebrek aan structuur, regelmaat en duidelijkheid, en dat de hechtingsrelatie tussen moeder en kinderen ernstig verstoord is door onder meer huiselijk geweld en het overlijden van de vader. Het schoolverzuim is hoog, met name bij de oudste die sinds november 2024 niet meer naar school gaat en een verstoord dag- en nachtritme heeft. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de ontwikkeling van de kinderen te beschermen en de moeder te ondersteunen met een vaste jeugdbeschermer.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt voor de duur van een jaar. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige kinderen onder toezicht van een gecertificeerde instelling voor de duur van een jaar en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.