ECLI:NL:RBROT:2026:1621
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding ontnemingsvordering wegens onvoldoende betalingsonmacht
Het gerechtshof Den Haag heeft aan de veroordeelde bij arrest van 5 april 2022 een ontnemingsmaatregel opgelegd van € 554.850,-, onherroepelijk geworden op 20 december 2022. Tot 21 oktober 2025 heeft de veroordeelde slechts € 63,29 betaald.
De veroordeelde verzocht op 21 oktober 2025 om kwijtschelding van deze betalingsverplichting, stellende dat hij geen inkomen, bezittingen of vermogen heeft en zich in psychische nood bevindt. Hij gaf aan dat zijn bijstandsuitkering was gestopt en dat hij bezig was met een nieuwe aanvraag in Gouda.
De officier van justitie betoogde dat het verzoek moest worden afgewezen wegens onvoldoende draagkracht en verwees naar het feit dat de psychische klachten al bekend waren tijdens de strafzaak. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende bewijs leverde dat hij nu en in de toekomst niet kan betalen, mede omdat hij een bijstandsuitkering aanvraagt en daarmee een betalingsregeling kan treffen.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van betalingsonmacht en wees het verzoek tot kwijtschelding af.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van betalingsonmacht.