ECLI:NL:RBROT:2026:1615

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
10.103376.23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 285 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak belaging en bewezenverklaring bedreiging zonder strafoplegging

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van belaging van twee personen en bedreiging van één persoon in 2022. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de belaging omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij de social media-accounts gebruikte waarmee contact werd gezocht met de slachtoffers. Het enkele vermoeden van de slachtoffers was onvoldoende.

De bedreiging werd bewezen verklaard. De verdachte had in een isoleercel van een tbs-kliniek de naam van een medewerkster met een grafkruis op een krijtbord geschreven, wat als een bedreiging met de dood werd gezien. Getuigenverklaringen en de bekentenis van de verdachte ondersteunden dit.

Ondanks de bewezen bedreiging legde de rechtbank geen straf of maatregel op, gelet op de beperkte ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het plaatsvond, namelijk tijdens een periode van isolatie in de kliniek. De voorlopige hechtenis van de verdachte werd opgeheven. De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard in de vervolging.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van belaging, bedreiging bewezen maar zonder strafoplegging.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.103376.23
Datum uitspraak: 14 januari 2026
Datum zittingen: 17 december 2025 en 14 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. E.W.B. van Twist
Officier van justitie: mr. J.B. Wooldrik
Kern van het vonnis
De verdachte wordt beschuldigd van het belagen van [slachtoffer 1] in de periode van 3 april tot en met 19 juli 2022 (feit 1), het belagen van [slachtoffer 2] in de periode van 12 juli tot en met 20 juli 2022 (feit 2) en van het bedreigen van [slachtoffer 2] op 28 juli 2022 (feit 3). De rechtbank acht de feiten 1 en 2 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij. Feit 3 is wel bewezen. Daarvoor zal echter geen straf of maatregel aan de verdachte worden opgelegd.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat de belaging van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] erin heeft bestaan dat hij hen met verschillende social media-accounts berichten en vriendschapsverzoeken heeft toegestuurd en hen tevens veelvuldig heeft gebeld. De bedreiging van [slachtoffer 2] bestaat erin dat de verdachte haar naam met daarachter een kruis op een krijtbord heeft geschreven.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:
1.
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 3 april 2022 tot en met 19 juli 2022
te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen, (met meerdere accounts en/of
verschillende accountnamen) berichten en/of vriendschapsverzoeken toe te sturen via Snapchat en/of Instagram, althans via sociale media en/of veelvuldig te bellen (via Facetime), met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2.
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 12 juli 2022 tot en met 20 juli 2022
te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door die [slachtoffer 2] veelvuldig, althans meermalen, (met meerdere accounts en/of
verschillende accountnamen) berichten en/of vriendschapsverzoeken toe te sturen
via Snapchat en/of Instagram, althans via sociale media en/of veelvuldig te bellen
(via Facetime en/of Snapchat), (telkens) met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
3.
op of omstreeks 28 juli 2022 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (na opnieuw te zijn opgenomen in FPC de Kijvelanden) het schrijven van de naam van [slachtoffer 2] en daarachter een kruis te plaatsen op een krijtbord in de kliniek.

2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

2.1.
Standpunt van de verdediging
De officier van justitie is niet-ontvankelijk in de vervolging gelet op de wijze van aanhouding van de verdachte en de daaropvolgende isolatie in een tbs-kliniek. Tijdens de aanhouding is door het hoofd van het arrestatieteam tegen de vader van de verdachte gezegd dat de verdachte werd aangehouden vanwege een verkrachting. De raadsman heeft de verdachte niet kunnen bezoeken op het politiebureau omdat er geen piketmelding was. Er is daardoor niet voldaan aan de Salduz-voorschriften. Na zijn overbrenging naar de tbs-kliniek heeft de verdachte daar 23 dagen bloot in een isoleercel doorgebracht zonder gehoord te worden.
2.2.
Standpunt van de officier van justitie
De aanhouding van de verdachte heeft plaatsgevonden in het kader van zijn lopende tbs-maatregel en niet vanwege een nieuwe verdenking van een strafbaar feit zoals door de verdediging is gesteld. De verdachte is na zijn aanhouding overgedragen aan de tbs-kliniek. Wat heeft plaatsgevonden in de tbs-kliniek vond plaats onder verantwoordelijkheid van de kliniek en valt de politie en het OM niet te verwijten. Er is dus geen sprake van schending van de Salduz-voorschriften. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Voldoende aannemelijk is dat de verdachte is aangehouden in verband met de tegen hem nog van kracht zijnde tbs-maatregel. Ondanks die tbs-maatregel was hij eerder door de tbs-kliniek abusievelijk in vrijheid gesteld. Weliswaar heeft de verdediging gesteld dat aan (de vader van) de verdachte is medegedeeld dat de verdachte werd aangehouden vanwege een verkrachting, maar dit blijkt uit niets en ligt, gezien de vrijwel onmiddellijke overbrenging van de verdachte naar de tbs-kliniek, ook niet voor de hand. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

3.Vrijspraak feiten 1 en 2 / Bewijs feit 3

3.1.
Vordering van de officier van justitie
De feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd kunnen worden bewezen verklaard, behalve wat betreft het belagen van [slachtoffer 1] in de periode van 3 april 2022 tot en met 11 juli 2022. Daarvan moet de verdachte partieel worden vrijgesproken.
3.2.
Conclusie van de verdediging
De verdachte moet worden vrijgesproken van alle drie de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Vrijspraak feit 1 en 2
De verdachte wordt vrijgesproken van feit 1, de belaging van [slachtoffer 1] , en feit 2, de belaging van [slachtoffer 2] .
Niet kan worden bewezen dat de verdachte de gebruiker was van of gebruik kon maken van de verschillende social media-accounts met de accountnamen [accountnaam 1] , [accountnaam 2] , [accountnaam 3] , [accountnaam 4] , [accountnaam 5] , [accountnaam 6] , [accountnaam 7] en [accountnaam 8] , waarmee contact werd gelegd (via berichten en/of vriendschapsverzoeken) met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De verdachte heeft ontkend dat deze accounts door hem zijn gebruikt en er is geen of onvoldoende bewijs waaruit blijkt dat deze accounts te herleiden zijn tot de verdachte. Het enkele vermoeden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dat de verdachte degene is geweest die de berichten dan wel verzoeken aan hen verstuurde vanaf deze accounts is onvoldoende.
De verdachte heeft ook ontkend dat hij (met Facetime) naar beiden heeft gebeld via het e-mailadres [e-mailadres] . De rechtbank acht de door de officier van justitie genoemde link naar de verdachte, inhoudende dat de verdachte (via zijn Snapchataccount ‘ [accountnaam 9] ’) vlak na een oproep vanaf dit e-mailadres naar [slachtoffer 2] zou hebben geschreven; ‘
Ben je met [slachtoffer 1] . Ga in beeld dan’,onvoldoende om bewezen te achten dat dit e-mailadres door de verdachte werd gebruikt. Daarbij komt dat van dit bericht geen screenshot is gevoegd in het dossier. Verdere informatie over dit e-mailadres en de gebruiker hiervan, zoals welk device of IP-adres werd gebruikt, is niet onderzocht.
Ten aanzien van [slachtoffer 1] staat enkel vast dat de verdachte in de ten laste gelegde periode één keer haar LinkedIn-profiel heeft bekeken, hetgeen geen wederrechtelijke en stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer oplevert.
Ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft de verdachte bevestigd dat hij na zijn vrijlating op 12 juli 2022 een paar keer met haar contact heeft gezocht. Zo heeft de verdachte erkend via het Snapchataccount ‘ [accountnaam 9] ’ een paar keer te hebben gebeld naar [slachtoffer 2] en enkele berichten aan haar te hebben verstuurd. Verder blijkt uit het dossier dat de verdachte haar met zijn privénummer heeft gebeld.
De rechtbank is van oordeel dat dit vastgestelde contact zodanig beperkt is dat er geen sprake is van stelselmatigheid in de zin van artikel 285b Sr. Dit geldt te meer nu de verdachte vanaf zijn eerste verhoor en opnieuw ter zitting heeft verklaard dat hij een relatie had met [slachtoffer 2] in de periode voorafgaand aan 12 juli 2022 en dat zij na zijn vrijlating contact zouden houden en hij om die reden contact zocht met haar. Nu naar de juistheid van dit deel van de verklaring van de verdachte geen onderzoek is gedaan en de verdachte oprecht overkomt in zijn verklaring, valt niet uit te sluiten dat de verdachte om begrijpelijke redenen contact heeft gezocht met [slachtoffer 2] .
3.3.2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 3
Feit 3, de bedreiging van [slachtoffer 2] , is bewezen. De volledige bewezenverklaring staat in paragraaf 3.3.4.
De bewezenverklaring van feit 3 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande nadere bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Op 28 juli 2022 bevond ik mij in een isoleercel van tbs-kliniek De Kijvelanden te Poortugaal. Ik heb daar de naam van [slachtoffer 2] op een krijtbord geschreven. Ik had eerder in De Kijvelanden verbleven en was daar weer naar toe gebracht.
2.
Verklaring van de getuige [naam getuige 1] , psychiater bij De Kijvelanden [3] [naam verdachte] zat op 28 juli 2022 in een cel van de Kijvelanden. Ik zag dat in de cel op het krijtbord, d.w.z. een muur die is beschilderd met krijtverf, de tekst stond ‘ [slachtoffer 2] ’ en dan een lange streep met aan het eind een grafkruis.
3.
Verklaring van de getuige [naam getuige 2] , medewerker bij De Kijvelanden [4] [naam verdachte] zat in de isoleercel van de Kijvelanden op 28 juli 2022. Ik zag dat er dingen waren geschreven op het krijtbord in die cel. Op het krijtbord zag ik een kruis. Het was zo’n kruis wat je ook ziet op een kaart als iemand overleden is. Ik zag de volledige naam van [slachtoffer 2] voor het kruis. Alleen [voornaam verdachte] heeft op dit bord kunnen schrijven. Hij is alleen in die ruimte geweest en na iedere cliënt wordt de ruimte schoongemaakt. Ik vroeg aan [voornaam verdachte] wat hij hiermee wilde bereiken. Hij heeft het toen weggeveegd.
4.
Verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] [5]
Op 28 juli 2022 zagen collega's van mij, onder wie [naam getuige 1] en [naam getuige 2] , dat [voornaam verdachte] op een krijtbord allerlei teksten had gekrast en geschreven. Ook stond mijn naam geschreven op het krijtbord met daarachter een kruis. Ik leg dit kruis uit als dat [voornaam verdachte] mij dood wilt hebben. Ik voel me hierdoor bedreigd.
3.3.3.
Nadere bewijsmotivering
De twee getuigenverklaringen worden betrouwbaar geacht. Ze komen op de belangrijkste punten met elkaar overeen en worden deels ondersteund door de verklaring van de verdachte dat hij op het krijtbord de naam van [slachtoffer 2] heeft geschreven. De rechtbank vindt op basis van deze getuigenverklaringen bewezen dat de verdachte behalve de naam “ [slachtoffer 2] ” ook het grafkruis op het krijtbord heeft gezet.
Het opschrijven van een naam in combinatie met een grafkruis kan objectief bezien als een bedreiging met de dood worden beschouwd.
3.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
3.
op 28 juli 2022 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door (na opnieuw te zijn opgenomen in de Kijvelanden) het schrijven van de naam van [slachtoffer 2] en het plaatsen daarachter van een kruis op een krijtbord in de kliniek.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert op het volgende strafbare feit:
3.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
4.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de drie feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 dagen met aftrek van voorarrest.
5.2.
Standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank tot een veroordeling komt, wordt verzocht een gevangenisstraf op te leggen van hooguit enkele dagen zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft op een krijtbord in een isoleercel in de tbs-kliniek waar hij verbleef de naam [slachtoffer 2] , de naam van een medewerkster van de kliniek, geschreven met daarachter een grafkruis. Dit is bedreigend en de medewerkster heeft dit ook zo ervaren.
5.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 november 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten maar niet eerder voor bedreiging. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport
In het rapport van Reclassering Nederland van 12 december 2025 staat met betrekking tot de huidige situatie van de verdachte - samengevat - het volgende.
In 2023 is de verdachte ontslagen van zijn gemaximeerde tbs-maatregel. In het kader van die tbs-maatregel had geen gestructureerde resocialisatie plaatsgevonden, mede door toedoen van de verdachte omdat hij niet meewerkte aan de behandeling en begeleiding. Hierdoor keerde hij zonder aanwezige beschermende factoren terug naar het ouderlijk huis.
Vervolgens richtte hij zich sterk op het creëren van maatschappelijke stabiliteit. Hij beschikt op dit moment over een aanzienlijk stabielere maatschappelijke en sociale context. Hij heeft werk, en daarmee een dagbesteding en inkomen. Daarbij onderhoudt de verdachte een stabiele partnerrelatie en heeft hij een betrokken en functionele band met zijn ouders. Deze directe sociale omgeving biedt structuur, steun en toezicht, wat bijdraagt aan het huidige evenwicht in zijn dagelijks functioneren. Hij is open over de moeite die het hem kost om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen bij oplopende spanning en benoemt daar nog steeds ondersteuning bij nodig te hebben. Hij is voornemens zich weer vrijwillig bij De Waag aan te melden om zijn behandeling te hervatten. De verdachte wordt niet verdacht van nieuwe strafbare feiten. Het geheel resulteert in een rustiger en stabieler bestaan dan in eerdere fasen van zijn leven, al blijft de seksuele stoornis (exhibitionisme) een aanwezige risicofactor. Het recidiverisico wordt ingeschat op gemiddeld-hoog.
5.3.3.
Geen straf en maatregel
Gelet op de beperkte ernst van het bewezen strafbare feit en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, namelijk terwijl de verdachte in een isoleercel zat waar hij al 23 dagen bloot had doorgebracht, waardoor hij zeer gefrustreerd was, legt de rechtbank geen straf of maatregel aan de verdachte op.

6.Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing van 21 mei 2025 is geschorst, zal worden opgeheven.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit 3, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf of maatregel
bepaalt dat voor feit 3 geen straf of maatregel wordt opgelegd;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.S. Flikweert, voorzitter,
en mrs. J.F. Koekebakker en M.K. Asscheman-Versluis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 januari 2026.
Mr. Flikweert is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Rowley.
2.Verklaring op de zitting van 17 december 2025.
3.Proces-Verbaal van de politie met nummer [nummer proces-verbaal 1] , inhoudende verhoor getuige [code getuige 1] , bladzijde 94 tot en met 96.
4.Proces-Verbaal van de politie met nummer [nummer proces-verbaal 2] , inhoudende verhoor getuige [code getuige 2] , bladzijde 97 tot en met 99.
5.Proces-Verbaal van de politie met nummer [nummer proces-verbaal 3] , inhoudende aangifte [slachtoffer 2] , bladzijde 92 en 93.