Op 27 maart en 8 mei 2025 is beslag gelegd op een grote hoeveelheid cosmeticaproducten van klagers in Rotterdam, in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar merkvervalsing. Klagers vorderden teruggave van alle in beslag genomen producten, stellende dat zij eigenaar zijn en de producten niet vals zijn.
De officier van justitie heeft een deel van de producten reeds teruggegeven en concludeerde voor de overige producten tot ongegrondverklaring van het beklag, omdat uit onderzoek bleek dat een deel merkvervalst is en het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter deze zal onttrekken aan het verkeer.
De rechtbank oordeelt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigt en verklaart het beklag ongegrond, behalve voor de reeds teruggegeven producten waarvoor klagers niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot aanhouding en wijst erop dat de beslissing over vernietiging aan het Openbaar Ministerie is voorbehouden.
Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.