Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen één schuldeiser, Elbuco, die niet instemde met een aangeboden schuldregeling. De regeling betrof een betaling van 9,18% aan preferente en 4,59% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker, die fulltime werkt en onder beschermingsbewind staat.
Vijfentwintig van de zesentwintig schuldeisers stemden in met het akkoord, alleen Elbuco, met een vordering van 9,9% van de totale schuld, weigerde. De rechtbank oordeelde dat het belang van Elbuco bij volledige betaling niet opweegt tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers, mede omdat het voorstel deskundig is getoetst en het maximale haalbare betreft.
De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) af, omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert voor schuldeisers. Elbuco werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis trad in de plaats van vrijwillige instemming, waardoor verzoeker kan voortgaan met betalingen.