De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg. De kinderen verblijven reeds in een netwerkpleeggezin en er zijn meerdere meldingen van fysiek geweld en verwaarlozing door de moeder, afkomstig van de kinderen zelf en hun omgeving, waaronder scholen.
De moeder erkent de zorgen deels maar bestrijdt het gebruik van ernstig geweld en stelt dat minder ingrijpende maatregelen volstaan. De Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond benadrukken het patroon van herhaalde meldingen en het belang van voortzetting van de uithuisplaatsing om de veiligheid van de kinderen te waarborgen.
De kinderrechter heeft de voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 16 april 2026. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.