Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht om overname of compensatie van schulden aan haar ex-partner en de Belastingdienst op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees de aanvraag af omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden van de Wht, onder meer omdat de schuld aan de ex-partner al was voldaan.
De rechtbank oordeelt dat de minister het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door niet adequaat te onderzoeken of de schulden voor compensatie in aanmerking kwamen en eiseres niet te wijzen op de juiste wijze van indienen of op juridische bijstand. De complexe privésituatie en het ontbreken van juridische bijstand maakten een zorgvuldige beoordeling noodzakelijk.
Inhoudelijk beoordeelt de rechtbank dat de hypotheekrenteschuld en de schulden van de ex-partner voldoen aan de voorwaarden van de Wht en dat eiseres recht heeft op compensatie van in totaal € 21.439,67. De rechtbank past de hardheidsclausule toe vanwege de onbillijkheid die anders zou ontstaan.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voorziet zelf in de zaak, veroordeelt de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van € 2.335,- en bepaalt dat de minister de compensatie aan eiseres moet uitbetalen.