ECLI:NL:RBROT:2026:152

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
25/9980
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.2.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beschermd wonen wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker, een 18-jarige asielzoeker uit Soedan, heeft een aanvraag voor beschermd wonen ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, welke is afgewezen. Verzoeker heeft tevens een lopende aanvraag en bijstandsuitkering in Apeldoorn, waar een opvangplek beschikbaar is.

Verzoeker vordert een voorlopige voorziening om tijdelijk in Rotterdam te worden opgevangen totdat op zijn bezwaar tegen de afwijzing is beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij een spoedeisend belang, dat hier ontbreekt.

Hoewel verzoeker aangeeft zich in Apeldoorn onveilig te voelen en tijdelijk in Rotterdam te hebben overnacht, is gebleken dat zijn opvangplek in Apeldoorn nog beschikbaar is en er geen incidenten zijn die een onveilige situatie aantonen. Het verlaten van deze plek is een eigen keuze van verzoeker.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Het college hoeft verzoeker voorlopig geen opvangplek te bieden en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/9980

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit Apeldoorn, verzoeker

(gemachtigde: mr. M. el Idrissi)
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

(gemachtigde: mr. A.M.H. Dellaert).

Samenvatting

Het college heeft verzoekers aanvraag voor beschermd wonen afgewezen. Verzoeker heeft nog een aanvraag lopen in Apeldoorn. Op dit moment is er voor verzoeker een opvangplek beschikbaar in Apeldoorn. Hij kan daar de lopende procedures afwachten. Er is daarom geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor beschermd wonen [1] . Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 9 december 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, [naam] als tolk en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
4. Verzoeker is 18 jaar en is 3 jaar geleden vanuit Soedan naar Nederland gekomen. Hij is door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) toegewezen aan de gemeente Apeldoorn. Hij ontvangt in Apeldoorn een bijstandsuitkering. Ook heeft hij daar een aanvraag lopen voor beschermd wonen. Verzoeker is in november 2025 naar Rotterdam gegaan en heeft op 9 december 2025 bij het college een aanvraag ingediend voor beschermd wonen.
Waar gaat het in deze zaak om?
5. Het college heeft verzoekers aanvraag afgewezen. Volgens het college kan verzoeker beter geholpen worden in Apeldoorn. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij (tijdelijk) wordt opgevangen in Rotterdam, totdat er op zijn bezwaarschrift is beslist.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
6. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
7. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
8.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker in Apeldoorn een aanvraag heeft lopen voor beschermd wonen en dat hij bij het college een bezwaarprocedure heeft lopen voor beschermd wonen. Tijdens deze procedures zal (verder) worden onderzocht in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft. De vraag is of verzoeker deze procedures kan afwachten.
8.2.
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij zich in Apeldoorn onveilig voelt. Hij is medio december 2025 uit nood weer teruggekeerd naar een woonvoorziening van YOIN in Apeldoorn, omdat hij in Rotterdam geen onderdak (meer) had en op straat leefde. Op 6 januari 2026 heeft hij de rechtbank laten weten dat hij Apeldoorn weer heeft verlaten vanwege gevoelens van onveiligheid. Verzoeker heeft in de nacht van 6 januari 2026 overnacht in de winteropvang in Rotterdam.
8.3.
Het college heeft contact opgenomen met Apeldoorn. Volgens het college is verzoekers woonplek bij YOIN in Apeldoorn nog steeds beschikbaar. Verzoeker heeft dit niet betwist.
8.4.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker op dit moment een opvangplek heeft in Apeldoorn. Er is niet gebleken van incidenten in Apeldoorn die zouden duiden op een aantoonbaar onveilige situatie. Hij heeft dus de mogelijkheid om daar de lopende procedures (zie 8.1.) af te wachten. Dat verzoeker ervoor kiest om zijn woonplek in Apeldoorn te verlaten voor een leven zonder vaste woonplek in Rotterdam, is zijn eigen keuze en maakt niet dat er sprake is van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Dat betekent dat het college verzoeker vooralsnog geen opvangplek hoeft aan te bieden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 1.2.1, aanhef en onder b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.