Verzoeker heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum van deze regeling te vervroegen naar 22 november 2024. De rechtbank Rotterdam heeft op 28 januari 2026 uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zich bevinden in een problematische schuldensituatie en te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden. De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op 18 maanden, ingaand op de datum van het vonnis.
Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat aan de verplichtingen van het voorafgaande schuldhulpverleningstraject is voldaan. De berekening van het vrij te laten bedrag (VTLB) houdt geen rekening met de tegemoetkoming voor inwonenden, en relevante stukken ter onderbouwing van het VTLB ontbreken. Schuldhulpverlening kon deze gegevens niet overleggen tijdens de zitting.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de Wsnp-verplichtingen. Indien verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.