ECLI:NL:RBROT:2026:1487

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
10.396986.24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 157 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen ontploffing onder auto met gevaar voor goederen

Op 11 december 2024 vond in de ochtendspits bij de Maastunnel in Rotterdam een explosie plaats onder een auto waarin het slachtoffer zat. De verdachte en een medeverdachte waren als mededaders betrokken bij het veroorzaken van deze explosie. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte medepleger is van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met gevaar voor goederen, namelijk de auto van het slachtoffer.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van poging tot moord, poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, omdat onvoldoende bewijs bestond dat de explosie levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor het slachtoffer opleverde. De explosie veroorzaakte wel aanzienlijke schade aan de auto, maar het slachtoffer liep geen letsel op.

De voorbereiding en uitvoering van de explosie waren langdurig en professioneel, met onder meer het plaatsen van een GPS-tracker en het gebruik van een geavanceerd explosief met PETN. De rechtbank legde de verdachte een gevangenisstraf van zes jaar op, rekening houdend met de ernst van het feit en eerdere veroordelingen van de verdachte. Tevens werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 171 dagen tenuitvoer gelegd wegens het plegen van het feit tijdens een proeftijd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van een ontploffing met gevaar voor goederen en vrijgesproken van poging tot moord en zware mishandeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.396986.24
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 22.001935.21
Datum zitting (inhoudelijke behandeling): 9 januari 2026
Datum zitting (sluiting en uitspraak): 6 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [plaatsnaam] ,
gedetineerd in de [detentieadres] .
Advocaat van de verdachte: mr. L.L. Maassen
Officier van justitie: mr. K. Broere
Kern van het vonnis
Op 11 december 2024 is in de drukke ochtendspits een explosief tot ontploffing gebracht die onder een auto was geplaatst. De bestuurder (hierna: het slachtoffer) zat op dat moment in de auto en stond in de file voor de verkeerslichten bij de Maastunnel in Rotterdam. De verdachte (hierna ook: [verdachte] ) en de medeverdachte (hierna ook: [medeverdachte] ) zijn als mededaders betrokken geweest bij het veroorzaken van de explosie. Door de explosie is gevaar voor goederen ontstaan, namelijk schade aan de auto. De verdachte wordt daarvoor veroordeeld. De verdachte wordt vrijgesproken van de poging tot moord, poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, alsmede van het feit dat door de explosie levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. Dit omdat er geen bewijs is dat de kracht van de explosie zodanig was dat deze de dood van het slachtoffer had kunnen veroorzaken dan wel hem ernstig had kunnen verwonden dan wel dat dit gevaar te duchten was.
De rechtbank legt in dit vonnis uit waarom zij tot deze beslissingen is gekomen. Aan [verdachte] wordt, mede gelet op de langdurige en professionele wijze van voorbereiding en uitvoering van de explosie een gevangenisstraf opgelegd van 6 jaar.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte] er - kort gezegd - van dat
hij samen met anderen heeft geprobeerd het slachtoffer te vermoorden dan wel te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
en
hij samen met anderen een ontploffing teweeg heeft gebracht met gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor ernstig letsel
subsidiair
hij samen met anderen het teweegbrengen van die ontploffing heeft voorbereid.
De volledige tenlastelegging houdt in dat [verdachte] :
op of omstreeks 11 december 2024 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte e of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een explosief onder de (personen)auto (merk: Mercedes, type: GLE 53, voorzien van kenteken: [kenteken 1] ) van die [slachtoffer] en/of [naam kantoor] , (zeer) nabij de benzinetank, heeft bevestigd en/of (vervolgens) dit explosief, terwijl die [slachtoffer] zich als bestuurder in voornoemde auto bevond, tot ontploffing heeft gebracht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op of omstreeks 11 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief onder de (personen)auto (merk: Mercedes, type: GLE 53, voorzien van
kenteken: [kenteken 1] ) van [slachtoffer] en/of [naam kantoor] , (zeer) nabij de benzinetank, te bevestigen en/of (vervolgens) dit explosief, terwijl die [slachtoffer] zich als bestuurder in voornoemde auto bevond, tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voor dit voertuig en/of de zich in de nabijheid
bevindende andere auto's en/of voertuigen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor [slachtoffer]
, zijnde de inzittende/bestuurder van voornoemde auto (Mercedes), te duchten was;
subsidiair
in of omstreeks de periode van 01 december 2024 tot en met 11 december 2024 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het teweeg brengen van een ontploffing waarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor (een) ander(en) te duchten was, (strafbaar gesteld in artikel 157 sub Pro 1/2 van het Wetboek van Strafrecht) opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
  • een (personen)auto/huurauto (merk: Volkswagen, voorzien van kenteken: [kenteken 2] ) en/of
  • een SIM-kaart en/of
  • een iPhone en/of
  • een explosief
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad.
De feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd worden hierna aangeduid als respectievelijk feit 1, feit 2 en feit 3.

2.Geldigheid van de dagvaarding

De dagvaarding is nietig ten aanzien van de in feit 3 onder het derde gedachtestreepje genoemde woorden “een iPhone”.
De reden daarvoor is dat niet duidelijk is welke iPhone de officier van justitie bedoelt. Onder [verdachte] is één iPhone en onder [medeverdachte] zijn vier iPhone’s in beslag genomen. De iPhone van [verdachte] is gebruikt bij het opwaarderen van de simkaart van de tracker die onder de auto van het slachtoffer was geplaatst. Op de iPhone’s van [medeverdachte] zijn potentieel belastende chatberichten aangetroffen. Het is voor de rechtbank niet duidelijk op welke iPhone de beschuldiging het oog heeft en de verdediging kan zich tegen dit onderdeel van de beschuldiging daarom niet behoorlijk verdedigen.

3.Bewijs

3.1.
Vordering van de officier van justitie
Feit 1 (het medeplegen van de poging tot moord) en feit 2 (het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing met levensgevaar) kunnen worden bewezen. Het standpunt van de officier van justitie zal, zo nodig, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
3.2.
Conclusie van de verdediging
De verdachte dient te worden vrijgesproken van alle feiten. Het standpunt van de verdediging zal, zonodig, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Bewezenverklaring feit 2
Bewezen is dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan het samen met een ander teweeg brengen van een ontploffing waardoor gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Dit blijkt uit de bewijsmiddelen en de hieronder opgenomen nadere bewijsmotivering.
3.3.2
Bewijsmiddelen feit 2
De bewijsmiddelen en de voor het bewijs redengevende inhoud daarvan zijn opgenomen in het als bijlage 1 bij dit vonnis gevoegde bewijsmiddelenoverzicht dat als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd.
3.3.3
Nadere bewijsmotivering feit 2: betrokkenheid [verdachte] en [medeverdachte] bij ontploffing
Inleiding
Bij de beoordeling van de betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte] bij de in de tenlastelegging bedoelde ontploffing wordt hierna een tijdlijn aangehouden, die begint op 6 november 2024, leidt naar de explosie op 11 december 2024 en eindigt op 13 december 2024.
De rechtbank zal daarna ingaan op de verweren – die niet door de bewijsmiddelen worden weerlegd en die niet al – worden besproken in onderstaande feitenvaststelling.
a. Feitenvaststelling
6 november 2024: chatgesprek tussen [medeverdachte] en ‘ [naam 4] ’Op 6 november 2024 ontvangt [medeverdachte] op zijn iPhone 13 via Zangi berichten van een persoon die gebruik maakt van de gebruikersnaam ‘ [naam 4] ’. Deze ’ [naam 4] ’ stuurt [medeverdachte] (die de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 1] ’ gebruikt) een foto van het adres [adres 2] en stuurt tekstberichten over een ‘donkergrijze merry jeep’, een ‘glc of een gle’ en dat je ‘er makkelijk onder kan’.
Het adres op de foto ligt direct om de hoek van het kantooradres van het slachtoffer aan de [adres 3] . Het is de rechtbank verder ambtshalve bekend dat ‘merry’ straattaal is voor een Mercedes. Het slachtoffer rijdt in een donkergrijze Mercedes AMG GLE. Het merk, de kleur en ook het type auto van het slachtoffer komen overeen met de berichten aan [medeverdachte] . Verder is opvallend dat wordt gesproken over ‘dat je er makkelijk onder kan’. Ook dat komt overeen met het feit dat het explosief onder de Mercedes van het slachtoffer is geplaatst en dat, zoals hierna zal worden besproken, op de camerabeelden te zien is dat [verdachte] bij het plaatsen van het explosief onder de auto van het slachtoffer ligt, waar [medeverdachte] bij aanwezig was.
7 november 2024: opwaardeercode en de Sony Ericsson
[medeverdachte] stuurt op 7 november 2024 via Zangi aan ‘ [naam 4] ’ een foto van een opwaardeercode voor beltegoed en een opwaardeerinstructie bij Lebara. Vier minuten later wordt deze opwaardeercode gebruikt om het beltegoed op te waarderen voor een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit telefoonnummer wordt gebruikt in een Sony Ericsson K200i.
Deze Sony Ericsson met dit telefoonnummer wordt gebruikt in de periode voor de explosie (4 tot en met 11 december 2024). In deze periode straalt het telefoonnummer vaak de zendmast aan de [adres 7] aan. Deze zendmast bestrijkt het gebied waarin de woning van [verdachte] ligt aan de Haverkamp in Den Haag .
In de nacht van 10 op 11 december 2024 is [verdachte] in Rotterdam bij de woning van het slachtoffer aan de Frits Touwstraat in Rotterdam . Hij komt om 03.19 uur weer thuis in Den Haag. De hiervoor genoemde Sony Ericsson straalt tussen 00.34 uur en 01.59 uur driemaal de zendmast aan de [adres 4] aan. Deze zendmast bestrijkt het gebied waarin de woning van het slachtoffer ligt, waar [verdachte] op dat moment is. Om 03.22 uur straalt de Sony Ericsson weer de zendmast aan de [adres 7] aan. [verdachte] is dan ook weer binnen hetzelfde dekkingsgebied als de Sony Ericsson.
Tijdens het moment van de explosie, die is veroorzaakt door een communicatiesignaal door de Sony Ericsson, straalt de Sony Ericsson eerst de zendmast aan de [adres 5] en later de zendmast aan de [adres 7] aan. Beide zendmasten bestrijken het gebied in Den Haag waarin de woning van [verdachte] ligt. Gezien de korte duur van de beloproep (5 seconden) sluit de rechtbank uit dat van zendmast werd gewisseld omdat de Sony Ericsson in beweging was. De Sony Ericsson bevond zich in het gebied dat door beide zendmasten werd bestreken. Ook vier minuten na de explosie wordt met de Sony Ericsson gebeld en wordt opnieuw de zendmast aan de [adres 7] aangestraald.
[verdachte] heeft de Sony Ericsson dus in de periode van 4 tot en met 11 december 2024, tot na de explosie, in zijn bezit gehad. Dit volgt ook uit het feit dat [verdachte] , zoals hierna zal worden besproken, bij elke handeling vanaf het plaatsen van de GPS-tracker tot aan het plaatsen van het explosief betrokken is geweest.
1 december: aankoop, activatie en opwaarderen SIM [telefoonnummer 2]Onder de auto van het slachtoffer is een GPS-tracker aangetroffen. De simkaart in deze GPS-tracker is door [verdachte] in de avond van 1 december 2024 gekocht en geactiveerd. Bij het activeren heeft de simkaart de zendmast aan de [adres 7] aangestraald. De woning van [verdachte] aan de Haverkamp in Den Haag ligt -zoals al opgemerkt- in het stralingsgebied van deze zendmast.
De simkaart straalt vanaf de ochtend van 2 december 2024 alleen nog zendmasten in Rotterdam en Schiedam aan, in welke beide plaatsen het slachtoffer afwisselend woont en in Rotterdam tevens kantoor houdt.
nacht 1 op 2 december: voorverkenning adres Rotterdam
Volgens de registraties van het GPS-baken in de door [verdachte] vanaf 30 november 2024 gehuurde Volkswagen UP en van de ANPR-gegevens, gaat [verdachte] in de nacht van 1 op 2 december 2024 naar Rotterdam en rijdt hij naar de omgeving van een van de woonadressen van het slachtoffer aan de Frits Touwstraat in Rotterdam . De door [verdachte] gehuurde Volkswagen UP is ook te zien op camerabeelden van de Frits Touwstraat in Rotterdam .. Dat [verdachte] op dat moment in de auto zit, wordt tevens afgeleid uit de camerabeelden bij de woning van [verdachte] . De tijdstippen waarop zijn vertrek en zijn thuiskomst zijn te zien, sluiten bovendien naadloos aan op de registraties van zijn Volkswagen UP.
Het slachtoffer is in de nacht van 1 op 2 december 2024 echter niet in zijn woning in Rotterdam. Hij overnacht dan in zijn woning in Schiedam waar hij zijn auto in de garage bij de woning parkeert. [verdachte] heeft die nacht de auto van het slachtoffer dus niet kunnen aantreffen + (eventueel) en is de volgende ochtend opnieuw op pad gegaan (zie hierna onder e).
2 december 2024 plaatsen tracker
[verdachte] vertrekt op 2 december 2024 ’s ochtends opnieuw in zijn Volkswagen UP naar Rotterdam en rijdt rond 09.11 uur Rotterdam-Noord binnen. Om 09.17 uur en 09.41 uur registreert het GPS-baken van de Volkswagen Up twee locaties in de nabijheid van de ’s-Gravendijkwal. De ’s-Gravendijkwal ligt vlak bij de [straatnaam] , waar het kantooradres van het slachtoffer is. Er zijn tussen deze tijden geen andere reisbewegingen geregistreerd. Precies binnen dit tijdvak (om 09.24 uur) straalt de GPS-tracker onder de Mercedes van het slachtoffer voor het eerst aan, te weten op een zendmast aan de ’s-Gravendijkwal.
De rechtbank leidt hieruit af dat [verdachte] degene is die de GPS-tracker in de ochtend van 2 december 2024 onder de auto van het slachtoffer heeft geplaatst. Ook bij deze reisbeweging sluiten de registraties van de Volkswagen UP en de tijden op de camerabeelden bij de woning van [verdachte] naadloos op elkaar aan.
2 op 3 december: voorverkenningen adres RotterdamIn de avond en nacht van 2 op 3 december 2024 voert [verdachte] twee voorverkenningen uit bij de woning van het slachtoffer aan de Frits Touwstraat in Rotterdam , die deze nacht wel in Rotterdam verblijft. [verdachte] loopt dan in de straat waar het slachtoffer woont en blijft bij de woning van het slachtoffer staan kijken. Hij neemt dan op verschillende momenten de situatie in de straat in zich op. Dat het hier om [verdachte] gaat, volgt uit de volgende feiten en omstandigheden.
De persoon op de camerabeelden van de straat van het slachtoffer draagt een combinatie van kleding (witte Nike sneakers, een grijze broek met opvallende donkere vlakken aan de achterzijde en een zwarte jas met capuchon en een logo op de linkerarm), die ook bij de aanhouding en de huiszoeking van [verdachte] zijn aangetroffen. De Volkswagen UP van [verdachte] is die avond en nacht ook in Rotterdam. Er zijn vijf GPS-registraties vlakbij de woning van het slachtoffer.
Relevant is verder dat [verdachte] eerst vanaf 23.18 uur tot 23.21 uur en later weer vanaf 01.59 uur op de camerabeelden in de straat te zien is. Uit de registraties van de Volkswagen UP, de ANPR en de camerabeelden bij de woning van [verdachte] , wordt vastgesteld dat [verdachte] tussendoor kort terug naar Den Haag is gereden. Hij vertrekt dan opnieuw naar Rotterdam en komt pas weer om 03.13 uur thuis. Alle registraties van de Volkswagen UP, de tijden op de camerabeelden bij de woning van [verdachte] en de tijden op de camerabeelden in de straat van het slachtoffer, sluiten ook deze avond en nacht naadloos op elkaar aan.
3 december: chats [naam 1][medeverdachte] ontvangt op 3 december 2024 op zijn iPhone 13 via Signal berichten van een gebruiker met de naam ‘ [naam 1] ’. Deze ‘ [naam 1] ’ stuurt een afbeelding en de teksten “Dit is die garage” en “Er is dus kans dat die gewoon buiten staat”.Dit komt overeen met het feit dat het slachtoffer, als hij in zijn andere woning in Schiedam verblijft, zijn Mercedes in de garage bij zijn woning parkeert en wanneer hij verblijft in zijn woning in Rotterdam de auto buiten op straat wordt geparkeerd.
9 december: chat ‘ [naam 1] ’
[naam 1] . stuurt op 9 december 2024 opnieuw via Signal een bericht aan [medeverdachte] met: “Wil je voor die paar K een paar jaar zitten bro”. Hieruit concludeert de rechtbank dat tussen ‘ [naam 1] ’ en [medeverdachte] wordt gesproken over een misdrijf waarop een jarenlange gevangenisstraf staat en dat – in ieder geval – [medeverdachte] dat misdrijf voor slechts een paar duizend (‘K’) kan gaan plegen. De explosie onder de auto van het slachtoffer is een delict waarvoor veelal een langdurige gevangenisstraf wordt opgelegd.
9 op 10 december: voorverkenning Schiedam
[verdachte] en [medeverdachte] rijden in de nacht van 9 op 10 december 2024 met de Volkswagen UP naar Schiedam. [verdachte] heeft [medeverdachte] daarvóór in Zoetermeer opgehaald. Zij rijden vervolgens rechtstreeks naar een locatie in Schiedam die globaal overeenkomt met het woonadres van het slachtoffer in Schiedam, die daar die nacht ook verblijft. Deze route leidt de rechtbank af uit de registraties van het GPS-baken in de Volkswagen UP van [verdachte] . Gelet op het feit dat [verdachte] en [medeverdachte] zonder omwegen naar het woonadres van het slachtoffer in Schiedam zijn gereden, concludeert de rechtbank dat [verdachte] en [medeverdachte] de GPS-tracker onder de Mercedes hebben gebruikt om de locatie van het slachtoffer te achterhalen. Op de terugweg zijn [verdachte] en [medeverdachte] samen op camerabeelden van een Esso-tankstation langs de snelweg tussen Rotterdam en Den Haag vastgelegd. Ook daaruit volgt dat zij die nacht samen op pad waren.
10 op 11 december: plaatsen explosief onder de auto
In de nacht voorafgaand aan de explosie zijn [verdachte] en [medeverdachte] bij de woning van het slachtoffer in Rotterdam om het explosief te plaatsen. Dit volgt uit de volgende feiten en omstandigheden.
[verdachte] en [medeverdachte] rijden samen in de Volkswagen Up naar de woning van het slachtoffer in Rotterdam. Om 22.08 uur registreert het GPS-baken van de Volkswagen UP een locatie in de buurt van de woning en om 22.12 uur straalt de telefoon van [medeverdachte] aan in de straat van het slachtoffer. Daarna vertrekken [verdachte] en [medeverdachte] samen in de Volkswagen Up naar metrostation Maashaven. [verdachte] en [medeverdachte] parkeren naast het metrostation en lopen een avondwinkel binnen. Opvallend is de donkergrijze jas van [medeverdachte] , die afsteekt tegen de verder zwarte kleding van [verdachte] en [medeverdachte] .
Om 23.39 uur zijn [verdachte] en [medeverdachte] weer terug bij de woning van het slachtoffer. Dan straalt de telefoon van [medeverdachte] daar weer aan. Op verschillende camerabeelden in de buurt van de woning van het slachtoffer, waaronder een Ring Video Doorbell die recht op de Mercedes van het slachtoffer is gericht, is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte] zich vanaf 00.38 uur tot 02.06 uur meerdere keren in de buurt van de Mercedes ophouden. De donkergrijze jas van [medeverdachte] is duidelijk te zien. De telefoon van [medeverdachte] straalt in dit tijdvak ook meerdere keren aan rondom de woning van het slachtoffer.
Op de camerabeelden is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte] eerst afzonderlijk van elkaar langs de auto lopen. Vanaf 00.46 uur zijn zij tegelijk in beeld: [medeverdachte] staat op de uitkijk als [verdachte] kort aan de achterzijde van de Mercedes gaat liggen. Daarna lopen ze samen de straat uit. Dat het om [verdachte] en [medeverdachte] gaat blijkt niet alleen uit de registraties van het GPS-baken van de Volkswagen UP en de registraties van de telefoon van [medeverdachte] , maar ook uit het opvallende verschil in lengte tussen [verdachte] en [medeverdachte] . Dat is op de camerabeelden duidelijk zichtbaar.
[verdachte] komt daarna om 01.22 uur bij de Mercedes terug en gaat dan op zijn knieën aan de rechter zijkant van de Mercedes zitten. Hij is daar ongeveer negen minuten bezig. De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] op dat moment het explosief onder de Mercedes plaatst. Het explosief is immers aan de rechter zijkant van de Mercedes aangetroffen. [verdachte] gaat om 02.06 uur nog kort aan de achterzijde van de Mercedes liggen. Daarna vertrekken [verdachte] en [medeverdachte] weer terug in de richting van Den Haag. De Volkswagen UP registreert om 02.11 uur een locatie op ongeveer 1 kilometer van de woning van het slachtoffer. Vanaf 02.20 uur wordt de Volkswagen UP op de snelweg richting Den Haag geregistreerd. [verdachte] komt volgens de camerabeelden bij zijn woning om 3.19 uur thuis, nadat hij via Zoetermeer (de woonplaats van [medeverdachte] ) is gereden. Ook deze nacht sluiten alle registraties van de Volkswagen UP, de locatiegegevens van de telefoon van [medeverdachte] , de camerabeelden in de straat van het slachtoffer en de camerabeelden bij de woning van [verdachte] naadloos op elkaar aan.
Het explosief dat die nacht onder de Mercedes wordt geplaatst bestaat volgens het forensisch onderzoek uit de explosieve springstof PETN, een ontsteker en een module van het merk Quectel, type EC200U. In deze module is een simkaart geplaatst met telefoonnummer [telefoonnummer 3] .
Dat het explosief deze nacht wordt geplaatst, wordt ook afgeleid uit het feit dat tussen 00.34 uur en 03.40 uur zeven contacten tussen de Sony Ericsson waarin de simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] was geplaatst (zie hiervoor onder e) en de simkaart in de Quectel-module worden geregistreerd.
11 december: explosie
Op 11 december 2024 vertrekt het slachtoffer met zijn Mercedes van zijn woning in Rotterdam naar zijn kantoor. Om 08.36 uur komt het explosief onder de Mercedes tot ontploffing. Uit forensisch onderzoek volgt dat de elektrische/elektronische ontsteker waarmee het explosief tot ontploffing is gebracht, is geactiveerd via een Quectel-module.
De hiervoor onder e genoemde Sony Ericsson met daarin de simkaart die op 7 november 2024 wordt opgewaardeerd met een door [medeverdachte] verstuurde opwaardeercode, was in de periode voorafgaand aan en ook op het moment van de explosie in het bezit van [verdachte] . Met behulp van deze Sony Erisson is het explosief tot ontploffing gebracht. Dit blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden.
Op 11 december 2024 om 08.36 uur is met de Sony Ericsson naar de Quectel-module gebeld en is het explosief daarmee enkele seconden later tot ontploffing gebracht. Het telefoonnummer in de Quectel-module straalt op dat moment een zendmast aan die de locatie van de Mercedes bestrijkt. Vanaf dat moment schakelt het telefoonnummer in de Quectel-module bij inbellen direct naar de voicemail. Dat gebeurt ook als er daarna nog twee keer naar het telefoonnummer in de Quectel-module gebeld wordt. Uit het forensisch onderzoek blijkt dat de module door de explosie was vernietigd. Er zijn na de explosie door de Quectel-module dus geen oproepen meer ontvangen.
De Sony Ericsson straalt tijdens de uitgaande beloproep van 08.36 uur naar de Quectel-module aan op twee zendmasten die beide het gebied bestrijken waarin de woning van [verdachte] ligt. Hiervoor is al vastgesteld dat [verdachte] de Sony Ericsson de periode voor de explosie bij zich heeft gehad en dat de Sony Ericsson ook in de nacht van 10 op 11 december 2024 met hem mee naar huis is gegaan. Daarom wordt bewezen geacht dat [verdachte] op 11 december 2024 om 08.36 uur met de uitgaande beloproep naar de Quectel-module, de ontsteker in het explosief onder de auto van het slachtoffer heeft geactiveerd.
11 december: chat [gebruikersnaam 2]
[medeverdachte] ontvangt op 11 december 2024 om 14.00 uur een bericht via Signal van een persoon die gebruik maakt van de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 2] ’. Het bericht wordt gestuurd in een groepschat waarin ook een persoon met de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 3] ’ tot de groep behoort. [gebruikersnaam 2] stuurt: “Broer in zeg je eerlijk me mayyie is niet tevreden man”. In het licht van de beperkte schade door de explosie van die ochtend, bestaat reden om aan te nemen dat hiermee wordt bedoeld dat de opdrachtgevers niet tevreden zijn met de uitvoering van de explosie.
Diezelfde dag ontvangt [medeverdachte] van ‘ [naam 1] ’ twee nieuwsberichten en een YouTube filmpje over de aanslag.
12 en 13 december: telefoon echtgenote [verdachte]
wordt op 12 december 2024 aangehouden. Zes minuten nadat de politie om 23.40 uur uit zijn woning vertrekt stuurt de echtgenote van [verdachte] aan [medeverdachte] twee berichten: “Hé alles goed” en “Inval”. Dit zonder nadere toelichting, waaruit wordt afgeleid dat voor [medeverdachte] zonder die toelichting duidelijk was waar dit mee te maken had, namelijk de ontploffing.
Verder maakt de echtgenote van [verdachte] nog geen zes uur na de aanhouding van [verdachte] in haar telefoon een screenshot van een nieuwsbericht over de explosie onder de auto van het slachtoffer.
Hieruit wordt afgeleid dat de echtgenote van [verdachte] moet hebben geweten dat, behalve [verdachte] , ook [medeverdachte] bij de explosie betrokken is geweest.
Conclusie
Op grond van al deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wordt bewezen geacht dat [verdachte] en [medeverdachte] als mededaders bij de tenlastegelegde ontploffing betrokken zijn geweest.
3.3.4
Verweren
Quectel, het IMEI-nummer en het uitbellen na de ontploffing
De verdediging van [verdachte] heeft het verweer gevoerd dat het NFI ten onrechte concludeert dat een Quectel-module is gebruikt. Daartoe is aangevoerd dat het NFI bij het onderzoek is uitgegaan van de mededeling van de politie dat een Quectel-module is gebruikt en dat op basis van de foto’s in het NFI-rapport niet kan worden vastgesteld dat het inderdaad om een Quectel-module gaat. Het IMEI-nummer dat de politie heeft doorgegeven klopt ook niet met het IMEI-nummer dat op het aangetroffen ‘blikje’ staat vermeld. Verder is aangevoerd dat na de ontploffing nog naar de simkaart in de Quectel-module is gebeld, wat niet strookt met de bevinding dat deze simkaart door de explosie zou zijn vernietigd.
De verweren worden verworpen. De politie heeft vastgesteld dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] is gekoppeld aan IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] . Dit IMEI-nummer behoort toe aan een Quectel EC200U-EU. Weliswaar heeft de politie deze informatie met het NFI gedeeld voordat het onderzoek werd uitgevoerd, maar het NFI heeft daarna zelf in openbare bronnen vastgesteld dat de resten van de aangetroffen printplaten inderdaad van een Quectel EC200U-EU LTE-module lijken te zijn. Op het blikje dat op de plaats delict is aangetroffen staat bovendien dat het een Quectel EC200U is. Daarmee staat voldoende vast dat het om dit type gaat. Dat het NFI-rapport geen foto van het blikje bevat, maakt deze conclusie niet anders.
Op het blikje staat het IMEI-nummer [IMEI-nummer 2] vermeld. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen dat het om hetzelfde IMEI-nummer gaat als het IMEI-nummer dat aan telefoonnummer [telefoonnummer 3] is gekoppeld. Beide IMEI-nummers komen, met uitzondering van het laatste cijfer, volledig overeen. Dit laatste cijfer betreft echter een controlegetal en zegt niets over de identiteit van het IMEI-nummer. Daarvoor zijn de eerste veertien cijfers van belang.
Het verweer dat na de explosie nog naar de simkaart in de Quectel-module is gebeld en dat de simkaart dus niet kan zijn vernietigd, mist feitelijke grondslag. De rechtbank heeft dit in de vorige paragraaf besproken. Weliswaar is na de explosie tweemaal met de Sony Ericsson naar de simkaart in de Quectel uitgebeld, maar deze oproepen zijn direct naar de voicemail doorgeleid. Er kon dus geen verbinding met de simkaart gemaakt worden, hetgeen in de rede ligt omdat deze net daarvoor door de explosie was vernietigd.
3.3.5
Vrijspraak feit 1 en partieel feit 2
De verdachte zal worden vrijgesproken van feit 1 (poging tot moord, poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling) en partieel van feit 2 (door explosie de vrees voor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel teweegbrengen). Niet bewezen kan worden dat de kracht van de explosie zodanig was dat deze potentieel dodelijk was of zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer had kunnen veroorzaken, dan wel dat daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was.
De explosie heeft plaatsgevonden terwijl het slachtoffer met zijn auto in de file stond. De explosie ging gepaard met een enorme knal en lichtflitsen, de airbag is eruit gesprongen en de auto gaf een noodsignaal. De ontploffing was rechts onder het voertuig, waardoor er met name aan de rechter zijkant van het voertuig schade was ontstaan. Aan de rechterkant van de auto is de dop van de benzinetank open gesprongen. Verder was de rechter achterband leeg gelopen en was de spoiler op de achterzijde los gegaan, evenals een strip rond het rechter achterwiel. Tevens was aan de onderkant van de auto ter hoogte van de rechter achterband het metaal iets ingedeukt en beroet.
Forensisch rechercheurs constateren dat de kracht van de ontploffing niet voldoende was om het voertuig zelf te penetreren. Dat is ook niet gebeurd. Het slachtoffer is door de ontploffing ook niet gedood en heeft ook geen letsel opgelopen.
Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft vastgesteld dat de gebruikte explosieve lading bestond uit de springstof pentaerythritoltetranitraat, oftewel PETN.
Gezien de schade aan de auto is volgens het NFI meer dan een paar gram maar minder dan 50 gram PETN gebruikt. Het NFI heeft geen onderzoek gedaan naar de potentieel dodelijke of letsel toebrengende werking van de gebruikte hoeveelheid explosieve lading.
Zoals gezegd was de ontploffing onder de auto niet zodanig dat deze heeft geleid tot penetratie van de auto of tot de dood of tot ernstig letsel bij het slachtoffer. Ook kan niet worden vastgesteld dat de kans daarop aanmerkelijk en voorzienbaar was. Daarvoor ontbreekt voldoende bewijs. Evenmin kan met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat die aanmerkelijke kans er wel was geweest als de auto van het slachtoffer niet had stilgestaan maar reed toen de ontploffing plaatsvond. De daadwerkelijke uitwerking van de ontploffing is daarvoor te gering geweest.
Van feit 1 en partieel van feit 2 zal de verdachte daarom worden vrijgesproken.
3.3.6
Bewezenverklaring
Op grond van de bewijsmiddelen en wat hiervoor is overwogen met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bij de explosie wordt bewezen geacht dat de verdachte:
op 11 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief onder de personenauto (Mercedes, GLE 53, [kenteken 1] ) van [naam kantoor] , nabij de benzinetank, te bevestigen en vervolgens dit explosief, terwijl [slachtoffer] zich als bestuurder in voornoemde auto bevond, tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor dit voertuig, te duchten was.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 2:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
4.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor het medeplegen van poging tot moord en het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing met levensgevaar tot een gevangenisstraf van 12 jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De persoonlijke omstandigheden van de verdachte en dan met name de nijpende thuissituatie moeten in stafmatigende zin worden meegewogen bij de strafoplegging. In vergelijkbare zaken zijn aanzienlijk lagere straffen opgelegd dan de officier van justitie heeft geëist. Dit moet worden meegewogen bij de op te leggen straf.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte is als mededader betrokken geweest bij de ontploffing van een explosief dat onder een auto was geplaatst. Dit gebeurde in de drukke ochtendspits vlak bij de Maastunnel in Rotterdam, toen de auto daar in een file voor een stoplicht stond en de bestuurder in de auto zat. De lading van het explosief bestond uit de springstof PETN. Dit is een krachtig explosief dat wordt gebruikt in militaire toepassingen. Het explosief is op afstand tot ontploffing gebracht door in te bellen op een modem.
Onder de auto is, behalve de resten van het explosief, ook een GPS-tracker aangetroffen. De verdachte en de medeverdachte hebben de explosie langdurig en professioneel voorbereid. De simkaart in GPS-tracker is ongeveer twee weken voor de explosie door de verdachte aangeschaft en opgewaardeerd en is kort daarna door hem onder de auto van het slachtoffer geplaatst. Verder zijn er meerdere keren voorverkenningen geweest, was er contact met deopdrachtgever en heeft de verdachte het explosief onder de auto aangebracht. Hij was toen samen met de medeverdachte. De verdachte heeft ook een auto gehuurd waarmee hij in de periode voorafgaande aan de explosie op verschillende dagen naar Rotterdam en Schiedam is afgereisd voor de voorverkenningen en het plaatsen van de GPS-tracker en het explosief.
Nederland, met name de regio Rotterdam, wordt geteisterd door explosies. De explosies worden meestal gepleegd met zwaar vuurwerk. Deze explosie is, mede door het gebruik van een geavanceerd explosief en de professionele voorbereiding, van een totaal andere orde. Het slachtoffer is heel erg geschrokken door de explosie. De schade aan het voertuig is beperkt gebleven, maar de impact op het slachtoffer is enorm. Het motief van de explosie is tot op de dag van vandaag niet duidelijk geworden. Dit alles maakt dat het slachtoffer nog steeds gebukt gaat onder gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid.
De verdachte en de medeverdachte lijken in opdracht van een ander te hebben gehandeld, met vermoedelijk als tegenbeloning een geldbedrag. Dat verdachte om die reden dit soort zeer ernstige feiten pleegt is heel kwalijk.
De verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven en er dus geen blijk van gegeven dat hij inziet dat hij zich aan een ernstig strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
5.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 december 2025 blijkt dat de verdachte vanaf zijn veertiende levensjaar veelvuldig in aanraking is geweest met politie en justitie en dat hem meermalen gevangenisstraffen zijn opgelegd. Dit ging met name om vermogensdelicten al dan niet met een geweldscomponent. De verdachte liep ten tijde van het thans bewezen feit nog in een proeftijd van een andere veroordeling. Het strafblad van de verdachte wordt gezien deze omstandigheden in strafverzwarende zin meegewogen.
In het rapport van de reclassering van 26 november 2025 staat het volgende. De verdachte bevindt zich in een sociaal netwerk dat delict gerelateerd is. Dat is een risicofactor. Het gezin van de verdachte, dat voor hem centraal staat in zijn leven, is niet beschermend genoeg gebleken.
De verdachte heeft verklaard dat hij nauw betrokken is bij de zorgtaken in zijn gezin. Hij heeft een vrouw en zeven kinderen, waaronder een kind dat bijzondere zorg nodig heeft. Deze situatie was er echter ook al toen de verdachte het delict pleegde. Ook vanwege de ernst van het delict en het strafblad van de verdachte wordt daarom met deze omstandigheden geen rekening gehouden bij de bepaling van de strafmaat.
5.3.3.
Gevangenisstraf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk en onontkoombaar. Bij het bepalen van deze strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De straf wordt niet alleen opgelegd als vergelding voor wat de verdachte heeft gedaan, maar ook voor de generaal preventieve werking die er van uitgaat.
Het moet niet alleen voor de verdachte, maar ook voor de samenleving als geheel duidelijk zijn dat het veroorzaken van een professioneel voorbereide en uitgevoerde explosie wordt gestraft met een forse gevangenisstraf. Daarom wordt een gevangenisstraf van 6 jaar opgelegd.
De rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring dan de officier van justitie. Dat verklaart het verschil tussen de strafeis en de door de rechtbank op te leggen straf.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6.Vordering tot tenuitvoerlegging

6.1.
Vordering
De officier van justitie heeft een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte bij arrest van het Gerechtshof te Den Haag d.d. 25 augustus 2022 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 171 dagen met een proeftijd van drie jaar
6.2.
Standpunt van de verdediging
De vordering moet gelet op de bepleite vrijspraak worden afgewezen.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Het bewezen feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het arrest verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen. Daarom wordt de vordering toegewezen en zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 171 dagen.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft de in feit 3 (voorbereiding van ontploffing teweegbrengen) onder het derde gedachtestreepje genoemde woorden “een iPhone”; verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 (poging tot moord, doodslag en zware mishandeling) heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 2 (ontploffing teweegbrengen met gevaar voor goederen), zoals in hoofdstuk 3 (3.3.6) is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 5 vermelde strafbare feit;
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 6 (zes) jaar;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 22.001935.21)
beveelt de
tenuitvoerleggingvan de bij het arrest van Gerechtshof Den Haag van 25 augustus 2022 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 171 dagen.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mrs. G.C. Bos en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 februari 2026.
Bijlage 1
Bewijsmiddelen [1]
Woonadressen, kantooradres en auto slachtoffer
1.
Proces-verbaal van politie [2]
Het [slachtoffer] gaf aan dat hij in de nacht van 1 op 2 december op zijn adres in Schiedam verbleef. Zijn auto staat daar altijd in de garage. In de nacht van 2 op 3 december verbleef hij op zijn adres aan de Frits Touwstraat te Rotterdam . Zijn auto stond daar op de openbare weg geparkeerd. In de nacht van 9 op 10 december verbleef hij op zijn adres in Schiedam. In de nacht van 10 op 11 december was hij op zijn adres in Rotterdam.
2.
Proces-verbaal van politie [3]
De auto van het [slachtoffer] is een Mercedes-Benz, AMG GLE 53, [kenteken 1] . De auto staat op naam van [naam kantoor]
3.
Proces-verbaal van politie [4]
Het kantooradres van het slachtoffer is: [straatnaam] 67a Rotterdam.
Adres, telefoonnummer en huurauto van [verdachte]
4.
Proces-verbaal van politie [5]
Op 12 december 2024 omstreeks 21.51 uur werd [verdachte] aangehouden in de Volkswagen UP met kenteken [kenteken 2] . Op de bijrijdersstoel werd een zwarte iPhone aangetroffen.
5.
Proces-verbaal van politie [6]
Bij de aanhouding van [verdachte] is een iPhone SE met het IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] aangetroffen. In de GPS-tracker, die is aangetroffen onder de auto van het slachtoffer, zat een simkaart waaraan het telefoonnummer [telefoonnummer 4] was gekoppeld. Die simkaart van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] was eerder gekoppeld aan een toestel met het IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] . Met dat telefoonnummer is op 1 december 2024 gebeld met 1244 om het saldo van de simkaart te activeren. Het IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] komt overeen met het IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] van de simkaarthouder van de bij [verdachte] aangetroffen iPhone SE. Het laatste cijfer verschilt, maar dat is een controlegetal, dat kan veranderen. De iPhone die bij [verdachte] is aangetroffen is dus gebruikt voor het activeren van de simkaart die werd aangetroffen in de GPS tracker onder de auto van het slachtoffer.
6.
Proces-verbaal van politie [7]
Door [verdachte] heeft van 30 november tot en met 7 december een Volkswagen Up [kenteken 2] gehuurd. De huurperiode is verlengd tot en met 14 december.
7.
Proces-verbaal van politie, verklaring [verdachte] [8]
Ik woon aan de [adres 1] in Den Haag. De bij mij aanhouding aangetroffen iPhone is van mij. Mijn vrouw heet [naam 2] . Ik rij in een Volkswagen Up, [kenteken 2] .
Adres en telefoonnummer van [medeverdachte]
8.
Proces-verbaal van politie [9]
Op 17 december 2024 werd als verdachte aangehouden: [medeverdachte] , woonachtig aan de [adres 6] . Tijdens zijn aanhouding werd bij hem een iPhone 13 (goednummer [nummer 8] ) aangetroffen.

6 november: chat [naam 3] – [naam 4]

9.
Proces-verbaal van politie [10]
In de telefoon, iPhone 13(goednummer [nummer 8] ), stond een app met de naam Zangi. In deze app maakte de eigenaar van de telefoon ( [medeverdachte] ) gebruik van de naam [naam 3] . Vanaf 5 november 2024 werden er berichten over en weer gestuurd tussen [naam 3] en een gebruiker met de naam [naam 4] .
Door [naam 3] werden op 6 november 2024 2 afbeeldingen gestuurd naar [naam 4] . Op de eerste afbeelding (vermoedelijk verkregen uit Google Street view), was een straat te zien. Hierbij stond het adres [adres 2] . Op de tweede afbeelding was dezelfde straat te zien met daaronder de tekst: Donkergrijze Merry jeep Die glc ofso of gle. Door [naam 4] werd hierna de tekst gestuurd Die kan je makkelijk onder. Het adres [adres 2] Rotterdam bevindt zich vlak om de hoek van het kantoor van het slachtoffer [slachtoffer] , aan de [adres 3] . Het voertuig van het slachtoffer, waaronder het explosief was geplaatst, is een donkergrijze Mercedes AMG GLE.
7 november 2024: opwaardeercode
10.
Proces-verbaal van politie [11]
De onder [medeverdachte] aangetroffen iPhone met goednummer [nummer 8] is onderzocht. De gebruiker van de telefoon heeft op 7 november 2024 om 21:16:20 uur een afbeelding verstuurd. Daarop was een bon te zien met daarop een opwaardeercode: [nummer 1] , met opwaardeerinstructie. Dit betreft een Lebara opwaardeercode voor een beltegoed.
11.
Proces-verbaal van politie [12]
De opwaardeercode [nummer 1] is op 7 november 2024 om 21:20 gebruikt om het telefoonnummer [telefoonnummer 1] op te waarderen. Dit telefoonnummer is gebruikt in een toestel met [IMEI-nummer 5] horend bij een Sony Ericsson K2001. Dit betreft een zogenaamde wegwerptelefoon. Dit nummer is gebruikt van 4 december tot en met 11 december 2024. Het laatste uitgaande contact is op 11 december 2024 om 10:21 uur.
Er wordt dan gedurende 2 seconden uitgebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Hierna zijn er nog een aantal inkomende gesprekken en sms´jes. Echter de gesprekken worden doorgeschakeld naar voicemail, er worden geen zendmasten en geen imei´s meer weergegeven. Dit duidt erop dat het toestel vanaf 11 december 2024 is uitgeschakeld of dat de simkaart verwijderd is uit het toestel.
Het nummer heeft het meeste gebruik heeft gemaakt van de zendmast aan de [adres 7] . Deze zendmast bestrijkt het gebied waarin de woning van [verdachte] ligt. Het meeste contact was met [telefoonnummer 3] . Deze contacten bestaan uit alleen maar uitgaande telefoongesprekken en sms'jes.
Op 11 december 2024, voorafgaand, tijdens en na het incident hebben in totaal 10 contacten plaatsgevonden. Deze zijn in onderstaande afbeelding weergegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat het in de registratie van 08:36:35 (groen) uur als enige zowel startpaal als eindpaal is weergegeven:
[afbeelding registratie contacten]
Om 00:34 uur, 01:57 uur en 01:59 uur heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , respectievelijk een uitgaand gesprek van 2 seconden en twee uitgaande sms'jes met het tegennummer [telefoonnummer 3] . Op dat moment wordt een zendmast aangestraald op de [adres 4] . Deze zendmast is voorzien van de Cellid's [nummer 2] en [nummer 3] die beiden een zendrichting hebben van 60 graden en een width van 64 graden.
Uit verklaringen is bekend geworden [slachtoffer] rond dit tijdstip verbleef op het adres
[adres 8] . Zoals op onderstaande afbeelding te zien is valt het adres [adres 8] binnen het bereik van de zendmast aan de [adres 4] :
[afbeelding gebied]
Om 03:22 uur, 03:33 en 03·30 uur worden achtereenvolgens sms’jes verzonden aan het
tegennummer [telefoonnummer 3] Hierbij straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 1] de zendmasten aan op de [adres 7] . In deze zendmast wordt Cellid [nummer 4] gebruikt met een zendrichting van 320 graden en een width van 65 graden,
om 08·33 uur, vier minuten voor de aanslag in Rotterdam, wordt vanaf het telefoonnummer
[telefoonnummer 1] wederom een sms verstuurd aan het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Ook hier straalt het telefoonnummer de zendmast aan op de [adres 7] ,
om 08:36 uur, enkele seconden voor de aanslag, wordt gedurende 5 seconden uitgebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] naar wederom het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Tijdens dit telefooncontact wordt deze keer een zendmast aangestraald op de Laan van Nieuw Oost lndië 29-107 te ‘s Gravenhage Deze zendmast is voorzien van Cellid [nummer 5] met een zendrichting van 60 graden en een width van 65 graden.
In uitzondering op voorgaande contacten wordt nu echter ook een eindpaal geregistreerd. Bij beëindiging van het gesprek wordt weer de zendmast [adres 7]
aangestraald voorzien van eerder genoemde Cellid [nummer 4] . Zoals op onderstaande afbeelding te zien is ligt het adres van [verdachte] aan de [adres 1] zich tussen de adressen van deze twee zendmasten.
[afbeelding gebied]
Tot slot wordt er vanaf dit telefoonnummer [telefoonnummer 1] om 08:41 uur, ongeveer 4 minuten na de aanslag, en om 10:27 uur nog uitgebeld met het tegennummer [telefoonnummer 3] . Hierbij wordt wederom de zendmast aangestraald op de [adres 7] .
Tot slot wordt er vanaf dit telefoonnummer [telefoonnummer 1] om 08.41 uur, ongeveer 4 minuten na de aanslag, en om 10:21 uur nog uitgebeld met het tegennummer [telefoonnummer 3] . Hierbij wordt wederom de zendmast aangestraald op de [adres 7]
Tegennummer [telefoonnummer 3] op de zendmasten op Plaats Delict: Op Plaats Delict is een TEMS-meting verricht Hieruit zijn de zendmasten bekend geworden die zich binnen het bereik van plaats delict bevinden. Op 11-12-2024 zijn bij alle provider de historische
verkeersgegevens van deze zendmasten gevorderd over de periode van de datum 11-12-2024 tussen 08:30 en 08:40 uur. Vanaf de datum 16-12-2024 werden deze gegevens ontvangen. Na onderzoek Is gebleken dat het eerder genoemde telefoongesprek om 08:36:35 uur, enkele seconden voor de aanslag, tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het tegennummer [telefoonnummer 3] ook geregistreerd is in de historische verkeersgegevens van de zendmasten op plaats delict. Hierboven is reeds beschreven dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] zich rond dit tijdstip in 's Gravenhage bevindt. Het tegennummer [telefoonnummer 3] bevindt zich ten tijde van de telefoongesprek dan in de omgeving van plaats delict.
In de historische verkeersgegevens van de zendmasten heeft het tegennummer om 08:36:34
echter uitgaande dataverkeer met als tegennummer IMS. Hierbij is het telefoonnummer
[telefoonnummer 1] niet zichtbaar. Dit is in de historische verkeersgegevens van de zendmasten echter de enige registratie met tegennummer [telefoonnummer 3] Er wordt tijdens de dataverkeer een zendmast aangestraald op de [adres 9] . Deze zendmast voorzien van Cellid [nummer 6] heeft een zendrichting van 340 graden en een width van 54 graden zoals op onderstaande afbeelding te zien van plaats delict binnen het bereik van de zendmast op de [adres 9] .
In de historische verkeersgegevens van de zendmasten bleek dat in de registratie van het
tegennummer [telefoonnummer 3] , om 08 36 34 uur. De imei [IMEI-nummer 1] was meegegeven
Na bevraging van de imei bleek deze imei toe te behoren aan een Module van het merk en type QUECTEL EC200-EU Na contact met het team Digitale Opsporing van de Eenheid Rotterdam bleek dat dergelijke modems/ modules van dit merk geschikt zijn om via het mobiele netwerk signalen en/ of commando's te ontvangen en weer door te sturen naar een aangesloten apparaat. Gelet op deze bevindingen gaan de aangetroffen restanten van een moederbord op plaats delict nader onderzocht worden door het NFI.

1 december: aankoop, activatie en opwaarderen SIM [telefoonnummer 2]

12.
Proces-verbaal van politie [13]
Op 11 december 2024 is een tracker aangetroffen naar aanleiding van een explosie bij een personenauto. De tracker was voorzien van een simkaart van de provider Lebara. Het aan deze simkaart gekoppelde telefoonnummer is [telefoonnummer 4] . Het betrof batch-serienummer [serie-nummer] . De simkaart was door Lebara geleverd aan APM Van de Mosselaar Exploitatie BV, [adres 10] , met onder andere als handelsnaam Tankstation BP Laan NOI.
Uit de gegevens van Lebara bleek dat de simkaart voor het eerste gebruik was geactiveerd op 1 december 2024 om 21:54:23 uur en was opgewaardeerd om 21:55:02 uur. De sitemanager van BP Laan van Nieuw-Oost-Indië verklaarde dat zij een simkaart met het batchnummer [serie-nummer] hadden uitgegeven op 1 december 2024, 21:32 uur. De koper zou de simkaart en 10 euro opwaardeertegoed contant hebben betaald. Er waren camerabeelden van de koper. De medewerker van de BP verklaarde dat de koper, na de aankoop, in een zwarte Volkswagen Up [kenteken 2] stapte. De koper zou de bestuurder en de enige inzittende zijn.
13.
Proces-verbaal van politie [14]
Nadat op 11 december 2024 omstreeks 8.37 uur de explosie onder een voertuig op de Doklaan in Rotterdam had plaatsgevonden werden op de plaats delict diverse sporen aangetroffen, waaronder een tracker die was voorzien van een SIM-kaart. Een baken kan gebruikt worden om de live-locatie van een voertuig of object waar het baken aan is bevestigd op te vragen.
Gebleken is dat de in het baken gebruikte simkaart op 1 december 2024 21:32 uur door een man werd aangekocht bij een filiaal van tankstation BP, Laan van Nieuw-Oost-Indië.
Op camerabeelden van het tankstation was te zien dat de persoon welke de simkaart kocht, in een voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2] stapte en vervolgens wegreed. Ik [verbalisant 1] , herkende die persoon op de camerabeelden als de mij bekende [verdachte]
14.
Proces-verbaal van politie, verklaring [verdachte] [15]
Ik heb op 1 december 21.31 uur een simkaart gekocht bij de BP aan de Laan NOI. Ik ben te zien op de beelden. Ik heb die simkaart opgewaardeerd. Iemand heeft mij gevraagd de simkaart te kopen en op te waarderen om zelf niet in beeld te komen. Het zou kunnen dat het opwaarderen is gedaan met een telefoon met hetzelfde IMEI-nummer als het IMEI-nummer van de iPhone die bij mij is aangetroffen.
1-2 december 2024: registratie sim [telefoonnummer 2] geplaatst in tracker; route VW Up
15.
Proces-verbaal van politie [16]
Bij het onderzoek naar de explosie onder een personenauto met kenteken [kenteken 1] die plaatsvond op 11 december 2024 op de Doklaan te Rotterdam bleek dat naast een explosief onder het voertuig ook een baken zat. Dit baken was voorzien van een simkaart met
telefoonnummer + [telefoonnummer 4] . Vanuit het onderzoek bleek dat de simkaart die in het baken zat was geactiveerd op 1 december 2024 en dat daarbij gebruik was gemaakt van een zendmast aan de Finnenburg in 's-Gravenhage. Vervolgens was te zien dat dit baken vanaf 2 december 2024 in de ochtend actief was in Rotterdam en daarna alleen nog maar actief blijft in de regio Rotterdam - Schiedam. De eerste registratie van het baken in Rotterdam is op 2 december 2024 om 09:24 uur waar het de zendmast aan de 's-Gravendijkwal aanstraalt.
De data van ANPR en ARS van het kenteken [kenteken 2] (de Volkswagen Up) werd gevorderd over de periode 1 december tot en met 12 december 2024. Hieruit bleek het volgende:
[afbeeldingen data ANPR]
Uit deze data volgt dat het voertuig met kenteken [kenteken 2] op 1 december 2024 over de A4 rijdt, komende uit de richting van Den Haag en gaande in de richting van Rotterdam. Het voertuig gaat via de Benelux tunnel en rijdt via de Vaanweg Rotterdam-Zuid binnen. Daarna rijdt het voertuig een aantal keer door de Maastunnel en verlaat vervolgens via de Noordkant Rotterdam weer waar het om 01:01 uur de camera op de A13 passeert. Vervolgens komt het voertuig op 2 december 2024 09:00 uur weer vanuit de richting Den Haag in de richting van Rotterdam. Vervolgens is te zien dat het voertuig enige tijd in de omgeving van Rotterdam-Centrum en Rotterdam-Noord is. Opvallend hierbij is dat dit precies in het tijdvak past van de eerste registratie van het baken onder de Mercedes van [slachtoffer] om 09:24 uur aan de ’s-Gravendijkwal. De locaties van deze ANPR- en ARS-camera's zijn allemaal in de nabije omgeving van de 's-Gravendijkwal.
16.
Proces-verbaal van politie [17]
Ik, verbalisant, heb de camerabeelden van de woning [adres 1] bekeken. Daarop was te zien dat [verdachte] op 1 december 2024 om 20.15 uur vanuit zijn woning het balkon op gaat. Hij draagt een zwarte trui met capuchon, witte letters op de rug en een rode opdruk op de linkerborst. Om 22.07 uur is [verdachte] opnieuw enkele minuten op het balkon te zien. Hij lijkt dan een lichtkleurige jas met capuchon te dragen.
De personen die van en naar de centrale hal lopen vertonen gelijkenissen met [verdachte] . Om 22.47 uur verlaat een manspersoon de centrale ingang. Om 23.00 uur verlaat een manspersoon de centrale ingang. De man lijkt op 2 december 2024 om 01.47 uur weer terug te komen bij de centrale hal. Om 07.00 is [verdachte] op het balkon te zien.

1 op 2 december 2024: voorverkenning en plaatsen simkaart Rotterdam

17.
Proces-verbaal van politie [18]
Er werd een buurtonderzoek ingesteld en camerabeelden gevorderd rond om de Frits Touwstraat in Rotterdam . Hieruit bleek d at het voertuig van het slachtoffer in de nacht van 10 op 11 december 2024 geparkeerd stond in een groenstrook op de Frits Touwstraat te Rotterdam . Op de camerabeelden van 1-2 december 2024 is het volgende te zien.
Op 1 december 2024, rond 23:59:27 uur, arriveert een voertuig dat lijkt op een zwarte
Volkswagen Up vanuit de richting van de Dordtsestraatweg, de Leo Lashleylaan op.
Op 2 december 2024, 00.01.08 uur, komt er een voertuig dat lijkt op een zwarte
Volkswagen Up de linkerzijstraat uitrijden over de Leo Lashleylaan.
Op 2 december 2024, 00.01.17 uur, rijdt een voertuig dat lijkt op een zwarte Volkswagen Up vanuit de zijstraat over de Leo Lashleylaan, de Frits Touwstraat in.
Op 2 december 2024, 00:01:34 uur, rijdt er een voertuig dat lijkt op een zwarte Volkswagen Up over de Frits Touwstraat, langs de woning van het slachtoffer, in de richting van de Groene Hilledijk.
Op 2 december 2024 omstreeks 00.02.03 uur rijdt een voertuig dat lijkt op een zwarte Volkswagen Up over de Frits Touwstraat terug richting de woning van het slachtoffer.
Op 2 december 2024, 00.02.19 uur, komt een voertuig dat lijkt op een zwarte Volkswagen Up vanaf de Frits Touwstraat de Leo Lashleylaan oprijden.
Op 2 december 2024, 00.02.27 uur, komt een voertuig dat lijkt op een zwarte Volkswagen Up over de Leo Lashleylaan rijden richting de Dordtselaan.
Op 2 december 2024, 00.02.43 uur, is te zien dat een voertuig dat lijkt op een zwarte Volkswagen Up linksaf slaat de Dordtsestraatweg op.
18.
Proces-verbaal van politie [19]
Naar aanleiding van een explosie onder een personenauto op 11 december 2024 is gebleken uit onderzoek van de camerabeelden van de omgeving van de Frits Touwstraat in de nacht van 2 op 3 december 2024 dat die nacht een persoon een aantal maal voor de woningen loopt en zich verdacht ophoudt. Op deze beelden is te zien dat deze persoon tussen 23:18 uur en 23:21 uur in de buurt van de woning is en dat deze persoon daarna weer terug komt op 3 december 2024 om 01:59 uur en weer vertrekt om 02:00 uur.
Vanuit de data van ANPR en ARS bleek dat het voertuig met het kenteken [kenteken 2] ten tijde van deze beide observaties in de omgeving is van Rotterdam-Zuid en binnen een straal van 1 kilometer is van de Frits Touwstraat te Rotterdam .
19.
Proces-verbaal van politie [20]
Ik, verbalisant, heb de camerabeelden van de woning van [verdachte] aan de [adres 1] bekeken. Ik zag het volgende.
De personen die van en naar de centrale hal lopen vertonen gelijkenissen met [verdachte] .
Op 1 december 2024 om 20.15 uur gaat [verdachte] naar zijn balkon. Om 22 gaat hij opnieuw naar zijn balkon. Hij draagt dan een lichtkleurige jas met capuchon.
Op 2 december 2024 om 20.17 uur komt er een man bij de centrale hal. Hij draagt een zwarte jas met capuchon en heeft een witte tas bij zich. Om 20.55 uur staat [verdachte] in de deuropening van de balkondeur enkele minuten te roken. Om 21.32 verlaat een man de centrale hal, hij draagt een vuilniszak. Om 22.18 uur verlaat een man de centrale hal. Hij heeft een capuchon op zijn hoofd. Op 3 december 2024 om 01.12 uur komt er een man de centrale hal inlopen. Hij draagt een zwarte jas met capuchon. Lichtgekleurde schoenen en een lichtgekleurde broek. Deze man verlaat om 01.21 uur de centrale hal. Om 03.13 uur komt deze man weer terug bij de centrale hal. Om 07.48 verschijnt [verdachte] op het balkon alsook om 09.39 uur. Hij draagt een zwarte jas met capuchon en een lichtgekleurde broek.
20.
Proces-verbaal van politie [21]
Uit onderzoek bleek dat er een persoon zich op 2 december 2024 langere tijd had opgehouden in de omgeving van de woning en het voertuig van het slachtoffer. Deze camerabeelden zijn in een afzonderlijk proces-verbaal beschreven. Op deze beelden was een persoon te zien met het volgende signalement:
Donker gekleurde jas met capuchon over het hoofd (op de linkermouw een klein vlak)
Lichte broek met aan de achterzijde (rond de kuiten) een donkerder vlak met in het vlak een klein licht logo. Vermoedelijke Nike sneakers donker met wit gekleurd.
Op 12 december werd [verdachte] aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de explosie. Aan het bureau stelde ik, [verbalisant 2] , een onderzoek in aan bij de kleding van [verdachte] . Hierbij trof ik Nike sneakers aan een joggingsbroek van het merk The North Face.
Foto's van de aangetroffen kleding heb ik vergeleken met de kleding die de persoon droeg op de bovengenoemde camerabeelden. Hierbij zag ik dat de broek en sneakers overeenkwamen.
(…)
Uit onderzoek is gebleken dat in de nacht van 10 december 202 4 op 11 december 2024 twee personen zichtbaar waren op camerabeelden. Deze personen zouden zich hebben opgehouden in de straat waar het voertuig van het slachtoffer geparkeerd stond en zou een van de persoon mogelijk iets onder het voertuig geplaatst hebben.
Een van de twee personen was beduidend korter dan de andere persoon. De personen hadden het volgende signalement:
Persoon 1:
Fors postuur,
Donker gekleurde jas met capuchon op,
Schoudertas/nektas om,
Donker gekleurde sneakers,
Donkere broek (donkerder dan de jas)
Persoon 2:
Tenger postuur (kleiner dan persoon 1 )
Donkere jas met capuchon over het hoofd,
Donkere broek,
Donkere sneakers.
3 december 2024: chat [medeverdachte] / [naam 1] .
21.
Proces-verbaal van politie [22]
Bij de doorzoeking van de woning van de [medeverdachte] op 17 december 2024 werd een iPhone 13 (goednummer [nummer 8] ) aangetroffen. Daarop stonden de volgende chatberichten. De berichten zijn naar de telefoon van [medeverdachte] gestuurd door ene [naam 1] in de app Signal.
3 december 2024
14:27:21 uur: afbeelding 14:27:55 uur:
Dit is die met garage
14:32:11 uur:
Er is dus kans dat die gewoon buiten staat
9 december 2024: chat [naam 1]
22.
Proces-verbaal van politie [23]
Op de iPhone 13 (goednummer [nummer 8] ) die in de woning van de [medeverdachte] is aangetroffen stonden de volgende chatberichten. De berichten zijn gestuurd naar de telefoon van [medeverdachte] door ene [naam 1] in de app Signal.
9 december 2024
17:51:09 uur:
Wil je voor die paar K een paar jaar zitten bro

9 op 10 december 2024: voorverkenning adres Schiedam

23.
Proces-verbaal van politie [24]
Op 16 december 2024 bevestigde de verhuurmaatschappij van de Volkswagen UP met kenteken [kenteken 2] , waarvan [verdachte] gebruik maakte, dat er een GPS-tracker in het voertuig was ingebouwd. Door de verhuurmaatschappij werden verschillende screenshots aangeleverd van de routes die de Volkswagen UP heeft gereden.
Uit de analyse van de locaties van de Volkswagen Up [kenteken 2] , verkregen uit de GPS-tracker, blijkt het volgende. Op 9 december om 23.49 uur werd een rit gestart vanaf een locatie in Den Haag. Deze locatie komt globaal overeen met het woonadres van [verdachte] aan de [adres 1] . Het voertuig vertrekt richting het noordwesten van Zoetermeer. Deze locatie komt globaal overeen met het woonadres van [medeverdachte] aan de [adres 6] . Vanaf de genoemde locatie in Zoetermeer werd er vervolgens gereden naar een locatie in Schiedam. Het woonadres van het slachtoffer in dit onderzoek heeft een woon- c.q. verblijfsadres in Schiedam. Deze locatie komt globaal overeen met wat te zien is op het screenshot van de eindlocatie van het baken op 10 december 2024. Op 10 december om 01.16 uur werd een rit gestart vanaf een locatie in Schiedam. Ik zag dat via de A20 en A13 werd gereden en dat de rit werd geëindigd op een locatie langs de A13 tussen Rotterdam en Delft. Na onderzoek bleek dit te gaan om een rustplaats waar het is gevestigd: Tankstation ESSO Ruyven, A13 Pijnacker. Op 10 december 2024 om 01.32 werd een volgende rit gestart. Hierbij werd gereden naar de omgeving van de eerder beschreven locatie in Zoetermeer en vervolgens eindigde de rit bij de eerder beschreven locatie in Den Haag in de omgeving van het woonadres van [verdachte] . Uit bovenstaande gegevens ontstond het vermoeden dat de Volkswagen Up heeft stilgestaan bij het ESSO tankstation. De beelden zijn gevorderd en bekeken. Ik, verbalisant, herkende op deze camerabeelden de aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .
Verklaring [verdachte]
24.
Verklaring [verdachte] [25]
Het klopt dat ik in de nacht van 10 december 2024 samen met mijn vriend [medeverdachte] was en dat we toen bij een benzinestation zijn geweest.

10 op 11 december 2024: plaatsen explosief onder auto

25.
Proces-verbaal van politie [26]
De door de verhuurmaatschappij van de Volkswagen Up met kenteken [kenteken 2] verstrekte screenshots van de routes van de Volkswagen Up werden nader bekeken. Op al deze screenshots staat Tuesday. Hiermee wordt dinsdag 10 december 2024 aangeduid. Op de screenshots is het volgende te zien.
Op 10 december 2024 rond 20.17 uur vertrekt de Volkswagen vanuit de omgeving van Den Haag. Deze locatie komt globaal overeen met het woonadres van [verdachte] aan de [adres 1] . Het voertuig vertrekt richting het Noordwesten van Zoetermeer. Om 21.23 uur vertrekt het voertuig vanaf dit punt in Zoetermeer in de richting van Rotterdam-Zuid. De locatie ligt in de directe omgeving van de Frits Touwstraat in Rotterdam .
Vervolgens lijkt het voertuig om 22.17 uur in de richting van Metrostation Maashaven te rijden. Om 22.32 uur lijkt het voertuig weer te vertrekken vanaf station Metrostation Maashaven, meer specifiek vanaf de Dordtselaan in Rotterdam-Zuid. Het lijkt of het voertuig een tijdje heeft stilgestaan rondom het metrostation Maashaven. Om deze reden werden de camerabeelden op en rondom het metrostation gevorderd. Die beelden werden bekeken. Op de beelden van een van de camera's werd gezien dat het voertuig om 22.27 uur in beeld komt en parkeert aan de Dordtselaan naast het metrostation Maashaven. Op de beelden is te zien dat de lichten van de auto uitgaan en dat er twee personen uit het voertuig stappen, een bestuurder en een bijrijder. Op de beelden van een andere camera zag ik dat de twee personen naar de overkant van de Dordtselaan liepen. Het leek of de twee personen langs de avondwinkel aan de [adres 11] liepen. Om deze reden werd een onderzoek ingesteld naar de camerabeelden van de avondwinkel Efe aan de [adres 11] . Ik controleerde of het camerasysteem gelijk liep met de werkelijke tijd. Ik zag dat de beelden twee minuten achterliepen op de daadwerkelijk tijd. Ik zag op deze beelden dat er twee mannen om 22.29 uur de avondwinkel binnengingen. Ik zag dat persoon 2 beduidend langer was dan persoon 1. Op de camerabeelden van binnen in de winkel zag ik dat de twee personen allebei drinken gehaald hadden en contant afrekenden. Ik herkende op de beelden van binnen in de winkel persoon 1 als de eerder in dit onderzoek aangehouden [verdachte] . Persoon 2 was tijdens het afrekenen goed in het zicht van de camera. Ik deed onderzoek in de politiesystemen naar de contacten van [verdachte] . Ik vond een persoon die gelijkenissen vertoonde met persoon 2 op de camerabeelden. Ik zag dat de gegevens van deze persoon waren: [medeverdachte] . Verder zag ik dat het BRP-adres van [medeverdachte] [adres 6] was. Ik zag dat dit een wijk was in het noordwesten van Zoetermeer. Vervolgens bekeek ik nogmaals de aangeleverde bakengegevens van de Volkswagen Up. Ik zag dat de Volkswagen Up op 10 december 2024 rondom de locatie van het BRP-adres van [medeverdachte] lijkt te zijn, zowel voorafgaand aan de rit naar Rotterdam-Zuid als aansluitend aan de rit vanuit Rotterdam-Zuid. De [adres 6] komt qua ligging globaal overeen met de locatie te zien op de screenshots van de GPS-tracker. Ik zag dat het Volkswagen Up op 11 december 2024 om 02.09 uur vanuit Rotterdam-Zuid weer terug reed naar precies hetzelfde gebied in Zoetermeer.
26.
Proces-verbaal van politie [27]
In het onderzoek naar de explosie onder een voertuig op de Doklaan in Rotterdam, vlak voor de ingang van de Maastunnel, op 11 december 2024, zijn de camerabeelden gevorderd rondom de Frits Touwstraat te Rotterdam .
Op de camerabeelden van 11 december 2024 is het volgende te zien:
Op 11 december 2024, 00:38:55 uur lopen twee personen vanaf de Dordtsestraatweg de Leo Lashleylaan op, in de richting van de Frits Touwstraat. Van de twee heeft één persoon een iets langer postuur dan de ander. Deze langere persoon draagt een jas die iets lichter van kleur is (hierna aangeduid als [persoon 1] ). De persoon met het kortere postuur heeft een donkere jas aan (hierna aangeduid als [persoon 2] ).
Op 11 december 2024, 00:40:31 uur, loopt [persoon 1] , met zijn lange postuur en lichtgekleurde jas, alleen over de Frits Touwstraat in de richting van de Zuiderziekenhuisstraat. Op de beelden is ook de auto van het slachtoffer te zien.
Op 11 december 2024, 00:44:18 uur, loopt vermoedelijk [persoon 2] , vanwege zijn kleinere postuur en donkere jas, na ongeveer vier minuten ook langs de auto van het slachtoffer. Hij beweegt zich eveneens in de richting van de Zuiderziekenhuisstraat.
Op 11 december 2024, 00:46:41 uur, loopt [persoon 1] in de richting van het voertuig van het slachtoffer, terwijl [persoon 2] aan de achterzijde onder het voertuig ligt. Na enkele seconden rolt [persoon 2] onder het voertuig vandaan, waarna beide personen in de richting van de Leo Lashleylaan weglopen.
Op 11 december 2024, omstreeks 00:47:12 uur, lopen de twee personen over de Leo Lashleylaan, weg van de auto van het slachtoffer.
Op 11 december 2024 00:47:47 uur lopen de twee personen de Leo Lashleylaan in, in de richting van de Dordtsestraatweg en verdwijnen vervolgens uit beeld.
Op 11 december 2024, 01:22:51 uur, loopt vermoedelijk [persoon 2] , waarschijnlijk vanwege zijn kleinere postuur en de donkere jas, weer naar de auto van het slachtoffer. Hierna gaat hij door zijn knieën aan de rechter zijkant van de auto.
Op 11 december 2024, omstreeks 01:31:43 uur, loopt [persoon 2] weg van de auto van het slachtoffer in de richting van Zuiderziekenhuisstraat.
Op 11 december 2024, 02:06:19 uur, loopt [persoon 2] weer naar de auto van het slachtoffer en gaat aan de achterzijde onder het voertuig liggen.
Op 11 december 2024, 02:06:54 uur, loopt [persoon 2] weg van de auto van het slachtoffer en beweegt zich in de richting van Zuiderziekenhuisstraat. Hij verdwijnt hierna uit beeld.
27.
Proces-verbaal van politie [28]
Naar aanleiding van de explosie onder de personenauto met het kenteken [kenteken 1] die plaatsvond op 11 december 2024 op de Doklaan in Rotterdam zijn camerabeelden van 11 december 2024 bekeken. Uit onderzoek van de camerabeelden van 11 december 2024 bleek dat tussen 00:45 uur en 02:06 uur tot drie keer toe personen in de omgeving zijn van het voertuig met kenteken [kenteken 1] aan de Frits Touwstraat te Rotterdam . Dit lijken telkens dezelfde personen te zijn. Te zien is dat een van deze personen twee maal onder het voertuig met kenteken [kenteken 1] gaat, precies aan de kant waar het explosief zit dat later op de dag afgaat.
Vanuit de data van ANPR en ARS bleek het volgende:
[afbeelding data ANPR]
Vanuit de data van ANPR en ARS blijkt dat de Volkswagen Up met het kenteken [kenteken 2] op 10 december 2024 om 21:49 uur over de A4 rijdt in de richting van Rotterdam en omstreeks 22:08 uur Rotterdam-Zuid binnenkomt via de Vaanweg. Het voertuig blijft vervolgens geruime tijd in Rotterdam en gaat vervolgens op 11 december 2024 om 02:11 via de Vaanweg Rotterdam weer uit. De Volkswagen Up was in de tussenliggende periode dus aanwezig in Rotterdam-Zuid en in de nabije omgeving van de Frits Touwweg.
28.
Proces-verbaal van politie [29]
Ik, verbalisant, heb de camerabeelden van de woning van [verdachte] aan de [adres 1] bekeken. Ik zag het volgende.
Op 11 december 2024 om 03.19 uur komt er een man naar de centrale hal gelopen. Hij rookt, draagt een donkere jas een donkere broek en donkere schoenen. Wat betreft uiterlijke kenmerken zou deze man [verdachte] kunnen zijn.
29.
Proces-verbaal van politie [30]
Op 11 december 2024 vond er op de Doklaan in Rotterdam een explosie plaats bij een voertuig. In het onderzoek dat volgde werden meerdere camerabeelden gevorderd en bekeken.
Uit het onderzoek bleek dat er een persoon zich op 2 december 2024 langere tijd had opgehouden in de omgeving van de woning en het voertuig van het slachtoffer. Deze camerabeelden zijn in een afzonderlijk proces-verbaal beschreven. Op deze beelden was een persoon te zien met het volgende signalement: Donker gekleurde jas met capuchon over het hoofd (op de linkermouw een klein vlak), Lichte broek met aan de achterzijde (rond de kuiten) een donkerder vlak met in het vlak een klein licht logo, vermoedelijk Nike sneakers donker met wit gekleurd .
Op 12 december werd [verdachte] aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de explosie. Ik stelde een onderzoek in aan de kleding van [verdachte] . Hierbij trof ik Nike sneakers aan en een joggingbroek van het merk The North Face. Ik heb foto’s van de aangetroffen kleding vergeleken met de kleding die de persoon droeg op de bovengenoemde camerabeelden van 2 december 2024. Hierbij zag ik dat de broek en sneakers overeenkwamen.
Uit het onderzoek is voorts gebleken dat in de nacht van 10 op 11 december 2024 twee
personen zichtbaar waren op camerabeelden. Deze personen zouden zich hebben opgehouden in de straat waar het voertuig van het slachtoffer geparkeerd stond. Een van de twee personen was beduidend korter dan de andere persoon.
De personen hadden het volgende signalement:
Persoon 1: Fors postuur, Donker gekleurde jas met capuchon op, Schoudertas/nektas om, Donker gekleurde sneakers, Donkere broek (donkerder dan de jas).
Persoon 2: Tenger postuur (kleiner dan persoon 1), Donkere jas met capuchon over het hoofd, Donkere broek, Donkere sneakers.
Ik zag op andere camerabeelden van de nacht van 10 op 11 december 2024 dat persoon 1 in de buurt van het voertuig van het slachtoffer liep. Ik zag dat persoon 2 onder voertuig van het slachtoffer lag. Ik zag dat er een gesp van de nektas van persoon 1 oplichtte. Ik zag dat persoon 1 sneakers droeg met een dikkere zool met een lichtergekleurd merkteken op de zijkant van de sneaker. Uit onderzoek bleek dat beide personen ook in de shop van een tankstation zijn geweest. Ik stelde een onderzoek in naar de camerabeelden van dit bezoek. Ik zag op die beelden twee personen met gelijkende signalementen als de personen hierboven beschreven. Ik zag op de beelden dat persoon 1 donker getint was en New Balance sneakers droeg. Ik zag dat persoon 1 een donkere nektas droeg en een grijs groene jas aan had. Persoon 2 herkende ik als [verdachte] , die volledig in het donker gekleed was.
Op 17 december 2024 werd [medeverdachte] aangehouden. Na de aanhouding volgde een doorzoeking. Tijdens deze doorzoeking werden een jas en een nektas aangetroffen. Ik zag dat de jas qua kleur, opdruk en elastiekenband op de capuchon overeenkwam met de jas van persoon 1 die herkend was als [medeverdachte] . Ik zag dat de tas qua vorm en mogelijke opdruk ook overeenkwam met die van persoon 1. In de fouillering van [medeverdachte] werden donkere New Balance sneakers aangetroffen. Ik zag dat deze sneakers uiterlijke kenmerken hadden die overeenkwamen met de sneakers die persoon 1droeg op de camerabeelden van het tankstation en die op beelden van dat tankstation was herkend als [medeverdachte] . Op de beschreven beelden van 10 en 11 december 2024 is te zien dat de twee personen dezelfde signalementen hebben als [verdachte] en [medeverdachte] . De kleur en soort kleding komen overeenkomen.
30.
Proces-verbaal van politie [31]
Bij zijn aanhouding op 17 december 2024 had [medeverdachte] een mobiele telefoon bij zich met het nummer 6882681. Ik heb de locaties van deze telefoon van [medeverdachte] geanalyseerd en weergegeven op een kaart. Ik zag dat de tijden werden weergegeven in UTC+0. De daadwerkelijke tijd betreft UTC+ 1. Op de kaart hieronder is met een blauwe ping de locatie aangegeven waar het voertuig waaronder het explosief is afgegaan stond op 11 december rond 00.45 uur. De locaties van de mobiele telefoon zijn weergegeven met paarse pings/vlakken. Uit deze gegevens kan worden opgemaakt dat de telefoon van [medeverdachte] die nacht op de genoemde tijden in de buurt van het voertuig was.
[afbeelding gebied]
11 december 2024: explosie
31.
Proces-verbaal van politie [32]
Na vordering bij Lebara bleek dat de opwaardeercode [nummer 1] die op 7 november 2024 was verstuurd van [naam 3] aan [naam 4] was gebruikt om het beltegoed van de telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] op te waarderen. De historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer 1] zijn onderzocht en daaruit is het volgende gebleken.
Het telefoonnummer is gebruikt in een telefoon van het type Sony Erikson. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is gebruikt in de periode van 4 tot en met 11 december 2024. Het is alleen gebruikt op 4, 9 en 11 december 2024.
Op 11 december 2024 heeft de Sony Erikson [telefoonnummer 1] aangestraald op drie zendmasten:
Van 00:34 uur tot en met 01:59 uur op de zendmast Montessoriweg in Rotterdam.
Van 03.22 uur tot en met 08.33 uur op de zendmast [adres 7] .
Om 08.36 op de zendmast Laan van Nieuw Oost Indië ’s- Gravenhage.
Om 08:41 uur en 10:27 uur op de zendmast Finnenburg ‘s-Gravenhage.
Op 11 december 2024 om 00.34.47 uur, 01.57.21 uur en 01.59.09 uur zijn met de Sony Erikson [telefoonnummer 1] respectievelijk een uitgaand gesprek en twee sms’jes verzonden aan het tegennummer [nummer 7] . Hierbij straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 1] de zendmast aan op de Montessoriweg in Rotterdam.
Op 11 december 2024 om 03:22 uur, 03:33 uur en 03:30 uur zijn met de Sony Erikson [telefoonnummer 1] achtereenvolgens sms’jes verzonden aan het tegennummer [telefoonnummer 3] . Hierbij straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 1] de zendmasten aan op de [adres 7] .
Op 11 december 2024 om 08:33 uur, vier minuten voor de aanslag in Rotterdam, wordt vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 1] wederom een sms verstuurd aan het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Ook hier straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 1] de zendmast aan op de [adres 7] .
Op 11 december 2024 om 08:36 uur, enkele seconden voor de aanslag, wordt door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gedurende 5 seconden wederom uitgebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Tijdens dit telefooncontact wordt een zendmast aan de Laan van Nieuw Oost Indië in Den Haag aangestraald. Anders dan bij voorgaande contacten wordt nu ook een eindpaal geregistreerd. Bij beëindiging van het gesprek wordt weer de zendmast [adres 7] aangestraald.
De Frits Touwstraat bevindt zich in het zendmastgebied van de Montessoriweg. Het adres van [verdachte] aan de [adres 1] , valt in het gebied van zowel de zendmasten Finnenburg als Laan van Nieuw Oost Indië.
32.
Proces-verbaal van politie, verklaring [slachtoffer] [33]
Ik ben op 11 december 2024 omstreeks 8.30 uur van huis weggereden in de richting van de Maastunnel in Rotterdam. Ik kwam bij mijn vriendin vandaan. Ik .reed in mijn auto, een grijze Mercedes [kenteken 1] . De auto had die nacht bij de woning op straat gestaan. Ik stond in de file voor de verkeerslichten en hoorde opeens een keiharde knal. De airbag was uit mijn auto gesprongen. De auto gaf een noodsignaal. Ik ben uit de auto gestapt. Er was een gigantische explosie. Het was aan de rechterzijde van mijn auto. Ik heb een tracker aangetroffen onder de auto.
33.
Proces-verbaal van politie [34]
Ter plaatse, aan de Doklaan in Rotterdam, zagen wij verbalisanten op 11 december 2024 dat het voertuig schade had aan met name de rechterzijkant rondom het rechter achterwiel. De schade was voornamelijk ontstaan aan de kunststof delen van het voertuig. Wij zagen dat de afdekdop van het
bevestigingspunt van het trekoog in de achterbumper aan de achterzijde was losgeraakt.
Wij zagen dat de kunststofachterbumper uit de bevestiging aan het rechter achterspatbord was geraakt. Wij zagen dat de kunststof wiel randafwerking rechts achter nagenoeg geheel was losgeraakt . Tevens was de rechter achterband drukloos geraakt. Rond het voertuig lagen diverse gefragmenteerde kunststof delen op het wegdek, kennelijk afkomstig van het voertuig.
Aan de onderzijde van het voertuig zagen wij aan de onderste wieldraagarm een forse beroeting.
34.
Deskundigenverslag met bijlage [35]
Explosievenonderzoek naar aanleiding van een ontploffing onder een auto bij de Maastunnel in Rotterdam op 11 december 2024, eerste rapport.
In dit rapport wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 1: Wat was de gebruikte explosieve lading?
Op grond van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd.
Het chemisch sporenbeeld geeft aanwijzingen voor een ontploffing van een explosieve lading op basis van de springstof pentaerythritoltetranitraat (PETN).
Om PETN tot ontploffing te brengen is dan ook een speciale ontsteking vereist; een zogenaamd slagpijpje.
35.
Deskundigenverslag [36]
Explosievenonderzoek naar aanleiding van een ontploffing onder een auto bij de Maastunnel in Rotterdam op 11 december 2024, tweede rapport.
In dit rapport wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen 2 en 3
2. Hoe was de oorspronkelijke constructie (van het explosief) opgebouwd?
3. Hoe was deze geactiveerd?
Als wordt gekeken naar de schade onder de auto dan valt op dat deze zichtbaar is ter hoogte van de rechterachterband iets naar binnen. Het metaal is iets gedeukt en wat beroet. Gezien deze schade is er sprake geweest van een ontploffing van meer dan enkele grammen, maar minder dan 50 gram PETN.
Op grond van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd.
De meest plausibele opbouw van de ontplofte explosieve constructie is als volgt: Een hoeveelheid van meerdere grammen tot 50 gram van de springstof PETN is tot ontploffing gebracht door een niet-geïdentificeerde elektrische/elektronische ontsteker. Deze ontsteker is geactiveerd via een Quectel type EC200U. Hoewel modificaties van dit modem niet zijn uitgesloten, ligt inbellen (of in elk geval een communicatiesignaal versturen) als wijze van activering het meest voor de hand. Er zijn restanten van minimaal drie 9Volt batterijen onder de auto aangetroffen. Deze kunnen zowel zijn gebruikt om de ontsteker te activeren, als voor de voeding van het Quectel modem. In dat laatste geval is wel een extra schakeling noodzakelijk.
De onder de auto aangetroffen elektronica-onderdelen en printplaatfragmenten zijn onderzocht. Er is geprobeerd de printplaatfragmenten aan elkaar te leggen, zodat op internet kan worden gezocht naar vergelijkbare printplaten om het merk en model te achterhalen. De printplaten zijn in 3 groepen verdeeld. De printplaat onderdelen uit groep 1 lijken inderdaad resten te zijn van een Quectel EC200U-EU LTE module. Dit is een modem (een apparaat waarmee informatiesignalen geschikt gemaakt orden om over een verbinding te worden getransporteerd) voor communicatie met publiek beschikbare mobiele telecommunicatienetwerken.
Bij de onderdelen is ook een blikje gevonden. Op de buitenzijde van het blikje staat
dat het om een EC200U gaat met IMEI-nummer [IMEI-nummer 2] . Telecomonderzoek heeft uitgewezen dat de explosie mogelijk is veroorzaakt door in te bellen op een Quectel type EC200U met IMEI [IMEI-nummer 1] . Het laatste cijfer van een IMEI is een controle getal dat berekend kan worden op basis van alle voorgaande cijfers. Uit deze berekening komt het cijfer 4, zoals ook van het blikje is afgelezen, en niet het cijfer 7 dat wordt vermeld in de e-mail die is ontvangen.
Eén van de fragmenten lijkt een restant van een simkaart te zijn.
11 december 2024: chat [gebruikersnaam 2]
36.
Proces-verbaal van politie [37]
Bij de aanhouding en doorzoeking van de woning van [medeverdachte] op 17 december 2024 werden meerdere telefoons aangetroffen, waaronder een iPhone 13 (goednummer [nummer 8] ). Daarin zijn de volgende chatberichten aangetroffen. De berichten zijn gestuurd door ene [naam 1] in de app Signal.
11 december 2024
13:47:38 uur:
https//mediatv.nl/nieuws/nieuws/27878/explosief-gaat-af-onder-rijdende-auto-doklaan-rotterdam
16:02:25 uur:
https//drimble.nl/regio/zuidholland/rotterdam/99680085/explosief-gaat-afonder-rijdende-auto-doklaan-rotterdam.html
22:57:47 uur:
https://m.youtube.com/watch?v=OO4sgGutaXA
Verder stonden in deze telefoon berichten in de app Signal gestuurd door [gebruikersnaam 2] .
11 december 2024 14:00:21 uur:
Broer in zeg je eerlijk me mayyie is niet tevreden man
12 december 2024: chat [naam 5]
37.
Proces-verbaal van politie [38]
Bij de aanhouding en doorzoeking van de woning van [medeverdachte] op 17 december 2024 werden meerdere telefoons aangetroffen, waaronder een iPhone 8 (goednummer [nummer 9] ) Daarin zijn de volgende chatberichten van 12 december 2024 aangetroffen met [naam 5] .
23:47:12:
Hé alles goed
23.47.12: Inval
Dit telefoonnummer was in gebruik bij [naam 2] . Zij is de echtgenote van [verdachte] .
13 december 2024: screenshot telefoon echtgenote [verdachte]
38.
Proces-verbaal van politie [39]
In de woning aan de [adres 12] is onder [naam 2] een iPhone 14 inbeslaggenomen. [naam 2] is de echtgenoot van [verdachte] . Op 13 december 2024 is een screenshot gemaakt met de telefoon van [naam 2] . Dit betrof een afbeelding van Havenloods.nl met de tekst: Explosief gaat af onder auto in buurt van de Maastunnel.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Balou.
2.Pagina 235.
3.Pagina’s 280 en 281.
4.Pagina’s 219 tot en met 226.
5.Pagina 11 van het relaas van het raadkamerdossier.
6.Pagina’s 33 en 34.
7.Pagina’s 24 t/m 27.
8.Pagina’s 86 t/m 97.
9.Pagina 176.
10.Pagina’s 219 tot en met 226.
11.Pagina’s 360 tot en met 362.
12.Pagina’s 374 tot en met 381.
13.Pagina’s 21 tot en met 23.
14.Pagina’s 24 tot en met 27.
15.Pagina’s 86 tot en met 97.
16.Pagina’s 41 tot en met 56.
17.Pagina’s 59 tot en met 62.
18.Pagina’s 59 tot en met 62.
19.Pagina’s 59 tot en met 62.
20.Proces-verbaal [proces-verbaalnummer] .
21.Pagina 170 tot en met 173.
22.Pagina’s 219 tot en met 226.
23.Pagina’s 219 tot en met 226.
24.Pagina’s 164 tot en met 167.
25.Verklaard tijdens de zitting van 9 januari 2026.
26.Pagina’s 111 tot en met 118.
27.Pagina’s 41 tot en met 56.
28.Pagina’s 59 tot en met 62.
29.Proces-verbaal [proces-verbaalnummer] .
30.Pagina’s 170 tot en met 175.
31.Pagina’s 177 en 178.
32.Pagina’s 374 tot en met 381.
33.Pagina’s 1 tot en met 4.
34.Pagina’s 286 tot en met 289.
35.NFI rapport 1, explosievenonderzoek.
36.NFI rapport 2, explosievenonderzoek.
37.Pagina’s 219 tot en met 226.
38.Pagina’s 219 tot en met 226.
39.Pagina’s 259 tot en met 262.