ZBI Fondsmanagement GmbH startte een procedure tegen een huurder over de huurprijs na een uitspraak van de Huurcommissie die een tijdelijke huurprijsvermindering van 60% toekende vanwege vermeende ernstige gebreken aan het complex. ZBI vorderde een verklaring voor recht over de kale huurprijs, terwijl de huurder een tegeneis instelde voor huurprijsvermindering wegens gebreken aan het hang- en sluitwerk en de liften.
De kantonrechter benoemde twee deskundigen die onderzoek deden naar de liften en sloten. De rapporten toonden aan dat de sloten en deuren onderhoud behoefden, maar geen concrete gebreken vertoonden die een huurprijsvermindering rechtvaardigen. De liften vertoonden slijtage en achterstallig onderhoud, maar waren veilig en vertoonden geen ernstige storingen die het huurgenot substantieel verminderden.
Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming over de huurprijs vanaf november 2024, waardoor de eis van ZBI voor een verklaring voor recht over de huurprijs werd afgewezen. De kantonrechter wees ook de tegeneis van de huurder af omdat onvoldoende feiten waren gesteld die een substantiële vermindering van het huurgenot aantonen.
Beide partijen werden veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de wederpartij, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. De kantonrechter benadrukte het belang van regelmatig onderhoud om toekomstige gebreken te voorkomen.