Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1480

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
11945248 CV EXPL 25-23327
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 7:225 BWArt. 7:248 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

De huurder huurt een woning in Rotterdam van Amvest en heeft een huurachterstand opgebouwd van € 8.023,71 tot en met december 2025. Amvest vordert betaling van deze achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder heeft de achterstand niet betwist en zijn toezegging tot betaling niet nagekomen.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden, mede omdat de achterstand ruim vier maanden bedraagt. De huurder wordt veroordeeld om de achterstand te betalen, de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en een gebruiksvergoeding van € 1.975,37 per maand te betalen tot de ontruiming.

Daarnaast worden incassokosten van € 309,64 en proceskosten van € 1.331,95 toegewezen aan de huurder. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd. Er zijn geen oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst vastgesteld die relevant zijn voor deze zaak.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding, incassokosten, proceskosten en ontruiming binnen 14 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11945248 CV EXPL 25-23327
datum uitspraak: 30 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Amvest RCF Custodian B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats zowel binnen als buiten Nederland,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Amvest’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 7 oktober 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de mail van [gedaagde] van 2 december 2025;
  • de akte tevens houdende vermindering van eis van Amvest, met bijlagen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt de woning aan de [adres] in Rotterdam van Amvest. De huur is nu € 1.975,37 per maand. Er is een huurachterstand ontstaan. Amvest eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 8.023,71 betalen
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 8.023,71 aan Amvest te betalen. [gedaagde] heeft niet gereageerd op de repliek en heeft niet weersproken dat dit de huurachterstand tot en met de maand december 2025 is.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.3.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW Pro). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. [1] De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat de huurachterstand ruim vier maanden bedraagt en dat [gedaagde] zijn toezegging om de gehele huurachterstand alsnog te betalen, niet is nagekomen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.4.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend.
2.5.
Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.975,37 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro). Amvest eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] die moet betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW Pro) als voor het verhogen van de huur.
[gedaagde] moet incassokosten betalen
2.6.
De incassokosten van € 309,64 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet rente betalen
2.7.
De rente wordt toegewezen, omdat Amvest genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Geen oneerlijke bepalingen
2.8.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Amvest moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 508,50 aan salaris voor de gemachtigde (1,5 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.331,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Amvest dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Amvest te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Amvest te betalen € 8.333,35 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 8.023,71 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf januari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Amvest te betalen € 1.975,37 per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Amvest worden begroot op € 1.331,95;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
43416

Voetnoten

1.Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810