Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 5 januari 2026.
Rechtbank Rotterdam
HW Wonen vordert ontruiming van een huurwoning vanwege vermeende jarenlange overlast door de huurder, met als dieptepunt een brandstichting waarvoor de huurder werd vrijgesproken. De rechtbank houdt rekening met de ingrijpende aard van ontruiming in kort geding en de beperkte mogelijkheid tot diepgaand onderzoek.
HW Wonen baseert haar vordering op een bestuurlijke politierapportage en verklaringen van buurtbewoners, terwijl de huurder betwist dat sprake is van ernstige en aanhoudende overlast. De huurder wijst op een verslechterde buurt, eigen slachtofferschap en persoonlijke omstandigheden met begeleiding.
De rechtbank concludeert dat de overlast onvoldoende aannemelijk is, mede omdat veel meldingen niet recent zijn en de huurder niet is gehoord op de buurtverklaringen. Minder ingrijpende maatregelen zoals gedragsaanwijzing zijn mogelijk. De belangenafweging leidt tot afwijzing van de ontruimingsvordering, waarbij HW Wonen in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de huurwoning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijke ernstige overlast.