Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
- [eiser] , met zijn hiervoor genoemde advocaat; en
- [eiseres] , met haar hiervoor genoemde advocaten.
1.De beoordeling
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak staat een executiegeschil centraal over de tenuitvoerlegging van een proces-verbaal van 13 november 2025, waarin afspraken zijn gemaakt over de huurbetaling en aflossing door de huurder. De huurder had een aanzienlijke huurachterstand van €15.000,- opgebouwd en heeft de betalingsverplichtingen uit het proces-verbaal niet tijdig nagekomen, met name de aflossing was ruim drie weken te laat.
De verhuurder heeft daarom de ontruiming van de woning gepland, welke door de huurder werd betwist met een verzoek tot opschorting. De voorzieningenrechter oordeelt dat de verhuurder bevoegd is tot ontruiming omdat de huurder zijn verplichtingen niet is nagekomen en er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid. Het karakter van het proces-verbaal als een laatste kans maakt dat de verhuurder niet verplicht is om de huurder nog een extra kans te geven.
Hoewel de belangen van de minderjarige kinderen van de huurder meegewogen moeten worden, is dit reeds in de eerdere procedure gedaan en is er voldoende alternatieve woonruimte beschikbaar. De huurder heeft ook nagelaten te communiceren over zijn betalingsproblemen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de huurder in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot opschorting van de ontruiming af en bevestigt de bevoegdheid van de verhuurder om de woning te ontruimen.