Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor dieetkosten, waarbij aanvankelijk een bedrag van € 650,- werd toegekend op basis van een medisch advies uit 2020. Eiser was het niet eens met de afwijzing van een hoger bedrag van € 900,- en stelde dat het college het vertrouwensbeginsel heeft geschonden door het bedrag te verlagen. Tevens voerde hij aan dat de hoge inflatie van voedselprijzen een verhoging van het toegekende bedrag rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat het medisch advies de basis vormt voor de toekenning en dat dit advies geldig is tot een herbeoordeling na vijf jaar. Het college heeft het bedrag vastgesteld aan de hand van de NIBUD-prijzengids, waarin reeds rekening is gehouden met inflatie. Het betoog van eiser dat het bedrag verhoogd moet worden vanwege inflatie wordt onvoldoende onderbouwd geacht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het medisch advies onzorgvuldig of onjuist is, noch dat het college het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.