Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 oktober 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte van [eiseres] ;
- de antwoordakte van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiseres een bedrag van meer dan €25.000,-, waardoor de kantonrechter niet bevoegd is de zaak te behandelen. Hoewel eiseres aanvankelijk meende dat het samenlevingscontract bevoegdheid aan de kantonrechter gaf, zijn partijen het daarover eens dat dit niet het geval is.
Gedaagde wenst dat de kantonrechter de zaak toch behandelt, maar dit kan alleen met instemming van eiseres, die dit niet geeft. Daarom verwijst de kantonrechter de zaak naar het team handel en haven van de rechtbank Rotterdam.
Partijen mogen bij het team handel en haven niet in persoon procederen; zij zijn verplicht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat. De zaak is gepland voor een rolzitting op 25 februari 2026 om 10.00 uur.
Door de verwijzing geldt een hoger griffierecht van €1.374,- per partij. Eiseres heeft reeds €732,- betaald en moet het resterende bedrag binnen vier weken na de rolzitting voldoen. Gedaagde moet het volledige griffierecht betalen, met mogelijkheid tot vermindering bij laag inkomen na aanvraag. De kantonrechter draagt zorg voor tijdige verzending van processtukken aan het team handel en haven.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar het team handel en haven waar partijen zich via een advocaat moeten laten vertegenwoordigen.