ECLI:NL:RBROT:2026:1441

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 februari 2026
Zaaknummer
711429 / 25-1224
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:96 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot terugbetaling geldleningen en rente in kort geding

Eisers hebben in 2025 geldleningen verstrekt aan S&S Holland B.V. en Salutis B.V. met afspraken over rente en terugbetalingstermijnen. S&S betaalde slechts rente tot juni 2025 en betaalde de hoofdsom niet terug. Salutis betaalde rente over september en oktober 2025, maar ook zij betaalde de hoofdsom niet terug.

Eisers vorderden in kort geding betaling van hoofdsommen, achterstallige en contractuele rente, en buitengerechtelijke incassokosten van beide gedaagden. S&S verscheen niet, waardoor verstek werd verleend. Salutis voerde verweer tegen spoedeisend belang en de kwalificatie van de lening, maar dit werd verworpen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de vorderingen voldoende aannemelijk zijn en dat eisers een spoedeisend belang hebben vanwege de noodzaak alternatieve financiering voor hun woning te regelen. De incassokosten werden gematigd tot het wettelijke tarief. Beide gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Salutis B.V. en S&S Holland B.V. tot terugbetaling van geldleningen, rente en incassokosten, en hoofdelijk in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711429 / KG ZA 25-1224
Vonnis in kort geding van 15 januari 2026
in de zaak van

1..[eiser] ,

2.
[eiseres],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser] c.s.
advocaat: mr. J.C. Karels,
tegen

1..SALUTIS B.V.,

te Bergschenhoek,
gedaagde partij sub 1,
hierna te noemen: Salutis,
advocaat: mr. G. van der Spek
en

2. S&S HOLLAND B.V.,

te Breda,
gedaagde partij sub 2,
hierna te noemen: S&S,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaardingen van 12 en 17 december 2025, met producties 1 tot en met 12 en de aanvullend overgelegde producties 13 tot en met 18.
1.2.
Op 8 januari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] was daarbij aanwezig, bijgestaan door mr. Karels. Namens Salutis was [persoon A] aanwezig, bijgestaan door mr. Van der Spek. Namens S&S is er niemand verschenen.

2.De feiten

2.1.
Op 22 april 2025 hebben [eiser] c.s. een overeenkomst van geldlening gesloten met S&S. In de schriftelijke overeenkomst is, voor zover van belang, opgenomen (samengevat weergegeven):
  • [eiser] c.s. lenen aan S&S een bedrag van € 500.000,-, bedoeld als financiering van een kavel in Nieuwerkerk a/d IJssel
  • Het bedrag wordt overgemaakt via Salutis, die het bedrag ter beschikking stelt aan S&S
  • De financiering loopt tot en met uiterlijk 3 november 2025. Op die datum moet de lening zijn terugbetaald
  • De rente bedraagt 10% per jaar en wordt maandelijks achteraf betaald
  • De eventuele (buitengerechtelijke) incassokosten worden bepaald op € 10.000,- en komen voor rekening van S&S.
2.2.
S&S heeft de rente over de maanden april, mei en juni voldaan. Daarna heeft S&S geen rentebetalingen meer gedaan. Het geleende bedrag heeft S&S evenmin terugbetaald.
2.3.
Op 26 augustus 2025 hebben [eiser] c.s. en Salutis een overeenkomst gesloten, waarbij [eiser] c.s. aan Salutis € 450.000,- ter beschikking hebben gesteld. In de overeenkomst is, voor zover van belang, opgenomen (samengevat weergegeven):
  • [eiser] c.s. lenen aan Salutis een bedrag van € 450.000,-
  • De geldlening is verstrekt voor het werkkapitaal van Salutis
  • Storting van dat bedrag op de bankrekening van Salutis heeft reeds gedeeltelijk plaatsgevonden
  • De financiering loopt tot en met 1 november 2025.
  • De maandelijkse rentetermijnen van € 3.750,- worden maandelijks vooraf voldaan
  • De eventuele (buitengerechtelijke) incassokosten worden bepaald op € 10.000,- en komen voor rekening van Salutis.
2.4.
Salutis heeft de rentebetalingen over de maanden september en oktober 2025 voldaan. De hoofdsom heeft Salutis niet terugbetaald.
2.5.
Op 14 november 2025 zijn S&S en Salutis aangemaand.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] c.s. vorderen, samengevat weergegeven:
  • de veroordeling van Salutis om aan [eiser] c.s. te betalen € 450.000,- aan hoofdsom, € 4.684,93 aan contractuele rente tot en met 5 december 2025, 10% rente over de hoofdsom vanaf 9 december 2025 tot aan de dag van voldoening en een bedrag van € 10.000,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
  • de veroordeling van S&S om aan [eiser] c.s. te betalen € 500.000,- aan hoofdsom, € 16.666,68 aan achterstallige contractuele rente over de maanden juli tot en met oktober 2025, € 4.794,52 aan contractuele rente van 4 november 2025 tot en met 5 december 2025, 10% rente over de hoofdsom vanaf 9 december 2025 tot aan de dag van voldoening en een bedrag van € 10.000,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
  • de hoofdelijke veroordeling van Salutis en S&S in de kosten van de procedure.
3.2.
[eiser] c.s. leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat Salutis en S&S in gebreke zijn gebleven te voldoen aan de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de gesloten overeenkomsten van geldlening. Doordat de leningen niet tijdig zijn terugbetaald, zijn [eiser] c.s. in financiële problemen geraakt. Zij hebben een woning aangekocht waarvoor zij nu alternatieve financiering hebben moeten regelen tegen een hoge rente.
3.3.
Salutis voert verweer. Zij stelt dat [eiser] c.s. onvoldoende spoedeisend belang hebben en dat vraagtekens moeten worden gezet bij de kwalificatie van de overeenkomst tussen Salutis en [eiser] c.s., omdat [eiser] c.s. wisten dat het geld zou worden doorgeleend aan S&S.

4.De beoordeling

4.1.
S&S is in de procedure niet verschenen. De wettelijk voorgeschreven formaliteiten zijn in acht zijn genomen, zodat tegen haar verstek wordt verleend.
4.2.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
Vordering tegen S&S
4.3.
Bovenstaand strenge kader voor geldvorderingen in kort geding staat in deze zaak niet in de weg aan toewijzing van de vorderingen van [eiser] c.s. Ten aanzien van de vordering tegen S&S geldt dat S&S niet is verschenen en dus geen verweer heeft gevoerd. De vordering tegen haar wordt toegewezen, met dien verstande dat de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten ambtshalve wordt gematigd, zoals hierna wordt toegelicht.
Vordering tegen Salutis
4.4.
Salutis heeft aangevoerd dat [eiser] c.s. geen spoedeisend belang hebben. Dat verweer wordt verworpen. [eiser] c.s. hebben een flink geldbedrag ter beschikking aan Salutis en dit bedrag zou op uiterlijk 1 november 2025. worden terugbetaald. Dit is niet gebeurd. [eiser] c.s. hebben aangetoond een woning te hebben aangekocht en daarvoor alternatieve financiering te hebben geregeld. Dit was niet nodig geweest als de lening conform afspraak was terugbetaald. De alternatieve financiering heeft een looptijd tot 1 maart 2026, zodat [eiser] c.s. een voldoende spoedeisend belang hebben bij terugbetaling van het door hen uitgeleende bedrag’.
4.5.
Salutis heeft nog aangevoerd dat er een restitutierisico is. Ook dit verweer slaagt niet, nu er geen aanwijzingen zijn dat [eiser] c.s. het geld voor iets anders gebruiken dan hun eigen woning. Als het geld daarvoor wordt gebruikt, is het weliswaar niet direct liquide, maar dat betekent niet dat het niet meer teruggevorderd kan worden als die situatie zich zou voordoen.
4.6.
Dat kans dat het geld moet worden terugbetaald door [eiser] c.s. is bovendien niet zo groot. Salutis heeft niet weersproken dat zij van [eiser] c.s. € 450.000,- heeft geleend en dat zij dat bedrag aan [eiser] c.s. dient terug te betalen. Daaraan doet niet af dat Salutis het bedrag heeft doorgeleend aan S&S en dat [eiser] c.s. daarvan wist. Daarbij moet worden opgemerkt dat niet vastgesteld kan worden wanneer [eiser] c.s. daarvan op de hoogte gekomen is, volgens Salutis was dit vooraf – wat zich moeilijk laat rijmen met het in de tekst van de overeenkomst opgenomen doel van de lening – terwijl [eiser] c.s. stelt daar pas later van op de hoogte te zijn geraakt. Er is al met al sprake van een geldvordering die in hoge mate aannemelijk is. De vordering tot terugbetaling van de hoofdsom, en de niet weersproken contractuele rente, wordt toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.7.
Ten aanzien van Salutis wordt de vordering tot voldoening van de buitengerechtelijke incassokosten ook gematigd tot het bedrag dat Salutis volgens de staffel die hoort bij het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een hoger bedrag dan het wettelijk tarief aan buitengerechtelijke kosten alleen toewijsbaar is, als wordt gesteld en bij betwisting aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke kosten hoger zijn dan die tarieven. Bij een hoofdsom van € 450.000,- bedragen de incassokosten volgens de staffel € 4.025,- plus € 845,25 aan btw (€ 4.870,25). Dit bedrag wordt ten aanzien van Salutis toegewezen.
4.8.
Ten aanzien van S&S bedraagt de hoofdsom € 500.000,-. Bij die hoofdsom bedragen de buitengerechtelijke incassokosten volgens de staffel € 4.275,- plus € 897,75 btw. Dat is in totaal € 5.172,75.
Proceskosten
4.9.
Salutis en S&S zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom (hoofdelijk) de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] c.s. worden begroot op: € 288,94 aan dagvaardingskosten, € 2.803,- aan griffierecht, € 715,- aan salaris advocaat en € 178,- aan nakosten. Dat is in totaal € 3.984,94. De nakosten kunnen nog worden verhoogd met € 92,- en de kosten van betekening indien niet tijdig aan het vonnis wordt voldaan en het vonnis wordt betekend.
4.10.
Het vonnis wordt, zoals gevorderd en niet weersproken, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen partij S&S;
5.2.
veroordeelt Salutis om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] c.s. te betalen € 450.000,- aan hoofdsom, € 4.684,93 aan contractuele rente tot en met 5 december 2025, 10% rente over de hoofdsom vanaf 9 december 2025 tot aan de dag van voldoening en € 4.870,25 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.3.
veroordeelt S&S om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] c.s. te betalen € 500.000,- aan hoofdsom, € 16.666,68 aan achterstallige contractuele rente over de maanden juli tot en met oktober 2025, € 4.794,52 aan contractuele rente van 4 november 2025 tot en met 5 december 2025, 10% rente over de hoofdsom vanaf 9 december 2025 tot aan de dag van voldoening en een bedrag van € 5.172,75,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.4.
veroordeelt Salutis en S&S hoofdelijk in de proceskosten van € 3.984,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Salutis en S&S niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en ondertekend en uitgesproken door mr. Th. Veling op 15 januari 2026.3144/2009