Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 december 2025, met bijlagen 1 tot en met 12;
- het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 5;
- de e-mail van [eiser] met een reactie op het antwoord en bijlagen 13 tot en met 15d;
- de e-mails van [eiser] van 26 januari 2026;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.
2.De beoordeling
“Per 1 mei 2024 treden [naam] en [voornaam eiser] (ktr: dat is [eiser] ) in dienst van [gedaagde] BV voor een brutoloon van EUR 7.374,38 per maand per persoon.”, wat steun lijkt te bieden aan het standpunt van [eiser] . Onderkend wordt ook dat [eiser] , in zijn e-mail van diezelfde dag van 12:33 uur, hiermee akkoord lijkt te zijn gegaan. Uit de betreffende e-mails volgt echter ook dat nog een aandeelhoudersovereenkomst tot stand gebracht moest worden, zodat de afspraken rondom de samenwerking toen nog niet rond waren. Van de zijde van [gedaagde] is aangevoerd dat partijen uiteindelijk tot andere afspraken zijn gekomen wat betreft de samenwerking, wat steun vindt in de e-mail van [eiser] van 4 september 2024 11:20 uur waarin vermeld is:
“Dienstverband vanaf 1 mei: Oorspronkelijk zou ik, net als [naam] , per 1 mei in dienst komen bij [gedaagde] voor hetzelfde bedrag. Later is echter besloten dat dit beter via mijn holding als zzp'er kan worden gefactureerd.”Dat bericht maakt al dat gerede twijfel bestaat ten aanzien van het gestelde door [eiser] dat hij gewerkt heeft bij [gedaagde] op basis van een arbeidsovereenkomst. Die twijfel wordt versterkt door de omstandigheid dat [eiser] vanaf mei 2024 gedurende anderhalf jaar tijd nimmer aan [gedaagde] meegedeeld heeft dat zijn loon niet betaald werd, wat wel zou worden verwacht, ook van iemand die participeert in dezelfde onderneming. Bij het geheel achterwege blijven van loonbetaling gedurende een dergelijke lange periode wordt in de regel niet stilgebleven. De eerste sommatie tot betaling van loon dateert echter pas van 28 november 2025, terwijl de relatie tussen partijen toen al geruime tijd getroebleerd was. Al een jaar geleden stonden betrokkenen in kort geding tegenover elkaar in deze rechtbank, waarin door [eiser] niets is aangevoerd over een loonvordering. Ook loopt een bodemprocedure bij rechtbank Midden Nederland. Behoud van de goede verstandhouding zal dus niet de reden zijn geweest om niet al veel eerder aanspraak te maken op loonbetaling. Daarbij wordt betrokken de verklaring van [eiser] dat hij gelet op zijn gezin kosten heeft. Onaannemelijk wordt verder geacht dat onderhandelingen over een regeling in der minne reden is geweest om niet eerder te reppen over recht op betaling van loon.