ECLI:NL:RBROT:2026:1372
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs voor betrokkenheid bij invoer cocaïne
De verdachte werd beschuldigd van het samen met anderen invoeren van circa 160 en/of 219 kilogram cocaïne in Nederland en het voorbereiden of bevorderen van een dergelijk feit. De containers met cocaïne waren afkomstig uit Brazilië en werden op 11 juli 2025 aan douanecontrole onderworpen. Camerabeelden toonden dat de verdachte betrokken was bij het lossen van boomstammen uit een container op een terrein in Breda.
De officier van justitie vorderde een veroordeling voor de invoer van 160 kilogram cocaïne, terwijl vrijspraak werd gevorderd voor de 219 kilogram. De verdediging bepleitte vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat er geen rechtstreeks bewijs was dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de cocaïne in de boomstammen. Zijn gedragingen op de beelden lieten niet zien dat hij betrokken was bij het uithalen van de epoxypakketten met cocaïne.
Daarom werd de verdachte vrijgesproken. Daarnaast werd het in beslag genomen geldbedrag van € 785,- aan de verdachte teruggegeven en de voorlopige hechtenis opgeheven. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 9 februari 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over cocaïne.