2.1.In het rapport heeft de toezichthouder, voor zover hier van belang, het volgende beschreven:
“Bevindingen
Op 4 september 2023 ontving ik, toezichthouder [persoon B] , een overzicht van drie
runderen waarvan middels een selectie uit het Identificatie en Registratie systeem
(I&R systeem) was vastgesteld dat de runderen in de laatste 10% van de dracht
ter vervoer was afgestaan naar een ander bedrijf.
Ik, toezichthouder [persoon B] , zag in dit overzicht dat:
Het een rund betrof met levensnummer NL [nummer X] ;
• dit rund op 11 juli 2023 was afgevoerd naar een bedrijf in [plaats 2] ;
• dit rund was afgevoerd van het bedrijf met UBN [nummer Y] , welke toebehoort
aan [eiseres] ;
• de afstand tussen de bedrijven 215 kilometer was;
• dit rund op 25 juli 2023 heeft gekalfd;
• dit rund op 04 oktober 2022 is geïnsemineerd;
• er tussen de afvoerdatum en het moment van afkalven 14 dagen zaten;
• het rund op de dag van afvoer 280 dagen drachtig was, wat overeenkomt met
een dracht van 100% (de gemiddelde draagtijd van runderen is 280 dagen).
Het een rund betrof met levensnummer NL [nummer Z] ;
• dit rund op 11 juli 2023 was afgevoerd naar een bedrijf in [plaats 3] ;
• dit rund was afgevoerd van het bedrijf met UBN [nummer Y] , welke toebehoort
aan [eiseres] ;
• de afstand tussen de bedrijven 225 kilometer was;
• dit rund op 30 juli 2023 heeft gekalfd;
• dit rund op 26 oktober 2022 is geïnsemineerd;
• er tussen de afvoerdatum en het moment van afkalven 19 dagen zaten;
• het rund op de dag van afvoer 258 dagen drachtig was, wat overeenkomt met
een dracht van 92,14% (de gemiddelde draagtijd van runderen is 280 dagen).
Het een rund betrof met levensnummer NL [nummer A] ;
• dit rund op 11 juli 2023 was afgevoerd naar een bedrijf in [plaats 3] ;
• dit rund is afgevoerd van het bedrijf met UBN [nummer Y] , welke toebehoort
aan [eiseres] ;
• de afstand tussen deze bedrijven is 225 kilometer;
• dit rund op 24 juli 2023 heeft gekalfd;
• dit rund op 07 oktober 2022 is geïnsemineerd;
• er tussen de afvoerdatum en het moment van afkalven 13 dagen zaten;
• het rund op de dag van afvoer 277 dagen drachtig was, wat overeenkomt met
een dracht van 98,93% (de gemiddelde draagtijd van runderen is 280 dagen).”
3. Op grond van het rapport van bevindingen van 25 oktober 2023 heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd:
“De houder op de plaats van vertrek liet op 11 juli 2023 drie runderen vervoeren die niet geschikt waren voor het voorgenomen transport, omdat het drachtige dieren betrof, waarvan de draagtijd reeds voor 90% of meer gevorderd was.”
Volgens verweerder heeft eiser daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 4.8, van de Regeling houders van dieren, en gelezen in samenhang met artikel 3, aanhef en onder b, en artikel 8, eerste lid, en Bijlage I, hoofdstuk I, paragraaf 1 en 2, onder c, van de Transportverordening.
Verweerder heeft eiser daarvoor een boete opgelegd van € 3.000,-. Omdat eiseres drie
niet transportwaardige dieren heeft vervoerd, zijn de gevolgen voor het
dierenwelzijn volgens verweerder zodanig ernstig dat verweerder de boete op grond van artikel 2.3, aanhef en onderdeel b, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren heeft verdubbeld (van € 1.500,- naar € 3.000,-).