Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
feitelijk verblijvende te [plaatsnaam 2] ,
1.De verdere procedure
- de beschikking van 20 november 2025;
- het bericht van de man met bijlage van 18 december 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de vrouw, ingekomen op 28 december 2025;
- het verweerschrift tegen zelfstandige verzoeken van de man, ingekomen op 5 januari 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De verdere vaststaande feiten
3.De beoordeling in de hoofdzaak
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding van de verhuizing;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg.
regulierezorgregeling zal ingaan over drie maanden, of zoveel eerder als de vrouw is terugverhuisd. Tot die tijd loopt de voorlopige zorgregeling door, zoals die is bepaald in de voorlopige voorzieningen.
4.De beslissing
- de minderjarige in de kerstvakantie de eerste week bij de ene ouder verblijft en de tweede week (inclusief oud en nieuw) bij de andere ouder, jaarlijks om te wisselen, en iedere ouder één kerstdag met de minderjarige heeft;
- de minderjarige in de zomervakantie tien aaneengesloten dagen bij iedere ouder verblijft;
- belangrijke dagen zoals de verjaardag van de minderjarige, Vaderdag, Moederdag, Sinterklaas en Koningsdag door partijen bij helfte worden verdeeld, jaarlijks om te wisselen;
- partijen het halen en brengen van de minderjarige zullen verdelen bij helfte;
- de