ECLI:NL:RBROT:2026:1329

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/10/701065 / HA ZA 25-470
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 RvArt. 26 Brussel I bis-Verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzekeringsvordering wegens ondeskundig gebruik autolaadkraan

Bredenoord Holding B.V. vordert vergoeding van schade aan een autolaadkraan die beschadigd raakte door een botsing met een viaduct. De schade ontstond doordat de chauffeur de kraan niet in de transportstand had gezet, wat leidde tot een aanrijding. Allianz Benelux N.V., de verzekeraar, weigert dekking op grond van een uitsluitingsclausule voor ondeskundig gebruik.

De rechtbank oordeelt dat het niet correct inklappen van de kraan onderdeel is van het gebruik ervan en dat dit ondeskundig gebruik vormt zoals bedoeld in de polisvoorwaarden. De vergelijking van Bredenoord met het transporteren van een wasmachine wordt verworpen omdat een autolaadkraan standaard op een vrachtwagen is gemonteerd en het in transportstand zetten een essentiële handeling is.

De rechtbank stelt vast dat de schade het directe gevolg is van dit ondeskundig gebruik en dat de verzekering op grond van artikel 4.2 van de polisvoorwaarden geen dekking biedt. De vordering van Bredenoord wordt daarom afgewezen. Tevens wordt Bredenoord veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Bredenoord wordt afgewezen wegens ondeskundig gebruik van de autolaadkraan, waardoor de verzekering geen dekking biedt.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/701065 / HA ZA 25-470
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
BREDENOORD HOLDING B.V.,
te Apeldoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Bredenoord,
advocaat: mr. E.J. Eijsberg,
tegen
ALLIANZ BENELUX N.V.,
te Brussel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Allianz,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1.De zaak in het kort

Een vrachtwagen met gemonteerde autolaadkraan van Bredenoord is beschadigd geraakt bij een botsing met een viaduct. De botsing kon plaatsvinden, omdat de chauffeur de kraan in strijd met de instructies niet volledig had ingeklapt. Bredenoord heeft de schade aan de kraan geclaimd onder de bij Allianz afgesloten werkmaterieelverzekering. Allianz heeft dekking geweigerd met een beroep op de uitsluitingsgrond ‘ondeskundig gebruik.’ Dit standpunt slaagt. De rechtbank wijst daarom de vordering van Bredenoord af.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 mei 2025, met producties 1a t/m 12;
- de conclusie van antwoord, met producties A-1 t/m A-5;
- de aanvullende producties 13 en 14 van Bredenoord;
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025 en de ter gelegenheid daarvan door beide partijen overgelegde spreekaantekeningen.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Bredenoord is een bedrijf dat zich bezighoudt met tijdelijke en mobiele stroomoplossingen. Zij beschikt over ongeveer tachtig vrachtwagencombinaties die zijn voorzien van een autolaadkraan waarmee aggregaten van en op de vrachtwagen getild kunnen worden.
3.2.
Op 23 juni 2023 heeft een chauffeur van Bredenoord aggregaten met de autolaadkraan op zijn vrachtwagen getild. Vervolgens is hij gaan rijden zonder de laadkraan in de transportstand te zetten. Als gevolg daarvan was de laadkraan niet (volledig) ingeklapt en is de chauffeur met de autolaadkraan tegen een viaduct gebotst.
3.3.
De vrachtwagen waar de chauffeur in reed was uitgerust met een waarschuwingssysteem dat, normaal gesproken, afgaat wanneer de chauffeur gaat rijden met de vrachtwagen en de autolaadkraan niet in de transportstand is gezet, te vergelijken met het waarschuwingssysteem dat in auto’s aanwezig is voor het niet dragen van de gordel. Wanneer het waarschuwingssysteem afgaat, geeft het een indringend geluids- en visueel signaal. Het systeem in de onderhavige vrachtwagen was op 2 maart 2023 getest en in orde bevonden.
3.4.
Bredenoord heeft voor haar autolaadkranen een werkmaterieelverzekering (hierna: de verzekering) afgesloten bij Allianz. Op basis daarvan is onder meer schade door – kort gezegd – botsen verzekerd. In de op de verzekering van toepassing zijnde polisvoorwaarden WKM 16 is onder meer het volgende opgenomen:
Artikel 4 Uitsluitingen Pro
In aanvulling op de uitsluitingen zoals vermeld in het onderdeel ‘Algemeen’ biedt deze verzekering geen dekking voor:
4.2
Onvoldoende zorg/ onvoldoende of ondeskundig onderhoud/ ondeskundig gebruik
Schade als gevolg van ondeskundig gebruik, onvoldoende zorg of onderhoud waaronder ook schade door geleidelijk werkende invloeden;
3.5.
Nadat de schade bij haar was gemeld, heeft Allianz expertisebureau Crawford ingeschakeld om de schadehoogte te bepalen en om onderzoek te doen naar de toedracht van het ongeval. Crawford heeft de schade aan de autolaadkraan vastgesteld op € 108.000. Over de toedracht rapporteerde Crawford als volgt:
De chauffeur van de vrachtwagen heeft, na het laden van de aggregaten, verzuimd de autolaadkraan in de transportstand te zetten, namelijk ingevouwen achter de cabine. Hierdoor was het geheel te hoog om onder het viaduct door te kunnen rijden en werd met de giek van de kraan het viaduct geraakt en brak de giek af. In de cabine van de vrachtwagen is een waarschuwingssysteem aanwezig die middels licht- en akoestische signalen aangeeft wanneer de kraan niet in de transportstand staat.
Het is tot op heden onduidelijk waarom hierop niet gereageerd is door de chauffeur.
3.6.
Op aanvullende vragen van Allianz over het waarschuwingssysteem heeft Bredenoord als volgt geantwoord:
De chauffeur gaf aan dat hij geen waarschuwing heeft waargenomen en door het ongeval een deel van zijn geheugen kwijt is en de minuten voor het voorval niet meer herinnert / met zekerheid kan zeggen of hij een waarschuwing heeft gehoord of gezien.
[…]
Zie uitleg hiervoor, de chauffeur geeft aan dat hij zich het voorval niet meer herinnert en geen waarschuwing heeft gezien of gehoord tussen het moment van vertrek en het ongeval.
3.7.
Allianz heeft dekking onder de verzekering geweigerd.

4.Het geschil

4.1.
Bredenoord vordert - samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. Allianz te veroordelen om € 108.000 aan Bredenoord te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente;
II. Allianz te veroordelen om € 1.855 aan Bredenoord te betalen ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
III. Allianz te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
Allianz voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Bredenoord in haar vordering, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Bredenoord, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Bredenoord in de proceskosten.

5.De beoordeling

Rechtsmacht
5.1.
Omdat Allianz statutair gevestigd is in België, rijst de vraag of de rechtbank bevoegd is. Dat is het geval, omdat de rechtsbetrekking tussen partijen ter vrije bepaling van partijen staat en Allianz in de procedure is verschenen zonder de rechtsmacht van de Nederlandse rechter te betwisten (vergelijk artikel 9 aanhef Pro en onder a Rv en artikel 26 Brussel Pro I bis-Verordening).
Toepasselijk recht
5.2.
In artikel 16 van Pro de op de verzekering toepasselijke polisvoorwaarden is opgenomen dat Nederlands recht van toepassing is op de verzekeringsovereenkomst. Partijen zijn dus terecht van de toepasselijkheid van Nederlands recht uitgegaan.
Kern van het geschil
5.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat botsen een verzekerde gebeurtenis is en dat de verzekering in beginsel dan ook dekking biedt voor de schade aan de autolaadkraan. Het geschil spitst zich toe op de vraag of Allianz een beroep kan doen op de uitsluiting van artikel 4.2 van de polisvoorwaarden. De rechtbank is van oordeel dat dit beroep slaagt en licht dat in het hiernavolgende toe.
Uitlegmaatstaf
5.4.
Over de van toepassing zijnde polisvoorwaarden hebben partijen niet onderhandeld. In een dergelijk geval is de uitleg daarvan met name afhankelijk van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en eventueel de toelichting daarop. Verder is uitgangspunt dat het een verzekeraar vrijstaat om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen zij bereid is dekking te verlenen.
5.5.
Bredenoord heeft gewezen op een ‘verzekeringskaart’ van Allianz van 29 december 2023. Daarop is vermeld dat onder de uitgebreide cascodekking, die Bredenoord heeft afgenomen, werkmaterieel onder meer is verzekerd tegen schade die ontstaat “door menselijk handelen en/of nalatigheid”. Allianz heeft daartegen aangevoerd dat de inhoud van de verzekeringskaart niet door partijen is overeengekomen en geen onderdeel uitmaakt van de verzekeringsovereenkomst. De verzekeringskaart is volgens Allianz slechts bedoeld als informatief document en heeft niet dezelfde juridische waarde als de polisvoorwaarden.
5.6.
De rechtbank overweegt dat de rechtsverhouding tussen partijen in beginsel wordt bepaald door hetgeen zij zijn overeengekomen, in dit geval (louter) het polisblad en de bijbehorende voorwaarden. Op de verzekeringskaart staat expliciet vermeld dat deze alleen een samenvatting geeft van de verzekering, en dat in de polisvoorwaarden uitgebreid staat waarvoor iemand wel en niet is verzekerd. Bovendien dateert de verzekeringskaart van na het afsluiten van de verzekering, waardoor Bredenoord haar verwachtingen over de overeengekomen dekking daar niet op heeft kunnen baseren. Bredenoord kan daarom geen rechten ontlenen aan discrepanties tussen de verzekeringskaart en de polisvoorwaarden.
Ondeskundig gebruik
5.7.
De rechtbank stelt voorop dat de chauffeur van Bredenoord een fout heeft gemaakt door de autolaadkraan niet in de transportstand te zetten alvorens met de vrachtwagen te gaan rijden. In de handleiding van de autolaadkraan is opgenomen hoe deze in de transportstand moet worden gezet, met daarbij expliciete waarschuwingen dat als niet aan deze instructies wordt voldaan acuut levensgevaar voor de bestuurder en anderen bestaat, en dat de correcte transportstand na elke samenvouwprocedure door de bestuurder gecontroleerd moet worden. Dat de chauffeur de instructies niet correct heeft uitgevoerd en daarmee een fout heeft gemaakt, wordt ook niet betwist door Bredenoord.
5.8.
Allianz stelt zich op het standpunt dat hiermee gegeven is dat de chauffeur de autolaadkraan ondeskundig heeft gebruikt, zodat de in de polisvoorwaarden opgenomen uitsluiting van toepassing is. Bredenoord heeft aangevoerd dat de fout van de chauffeur niet duidt op ondeskundig
gebruikin de zin van artikel 4.2 van de polisvoorwaarden. Volgens Bredenoord is het gebruik van de autolaadkraan geëindigd op het moment dat de chauffeur daarmee het laatste aggregaat op de vrachtwagen had geladen, en valt het vervolgens transporteren van de autolaadkraan niet onder het gebruik daarvan. Het niet in de transportstand zetten van de autolaadkraan is dus weliswaar een fout, maar geen “ondeskundig gebruik”, aldus Bredenoord.
5.9.
De rechtbank is van oordeel dat tot het gebruik van de autolaadkraan redelijkerwijs ook het behoorlijk en conform instructies afronden van de (eigenlijke) werkzaamheden behoort. De autolaadkraan moet, als daarmee gereden gaat worden, aan het eind van iedere laad-en-los-sessie in de transportstand worden gezet. Het inklappen van de autolaadkraan vormt daarmee een wezenlijk onderdeel van de werkzaamheden die met de kraan worden verricht. Daarom kan het correct inklappen van de kraan redelijkerwijs niet anders worden begrepen dan als onderdeel van het gebruik van de kraan. Anders gezegd: zonder het correct inklappen van de kraan is het gebruik ervan niet tot een einde gekomen. Dat wordt bevestigd door de handleiding van de autolaadkraan, waarin staat dat de correcte transportstand na elke samenvouwprocedure gecontroleerd moet worden door de chauffeur. Daarmee krijgt het in de transportstand zetten van de autolaadkraan als onderdeel van het gebruik daarvan extra zwaarte; het is een niet te veronachtzamen (eind)stap in het werken met en dus het gebruik van de autolaadkraan.
5.10.
Bredenoord heeft tijdens de mondelinge behandeling een vergelijking gemaakt met het transporteren van een wasmachine. Dat transport vereist dat de trommel wordt vastgezet met fixeerbouten, anders kan de wasmachine beschadigd raken. Volgens Bredenoord is het transporteren van de wasmachine geen
gebruikdaarvan; het niet-bevestigen van de fixeerbouten voor een verhuizing is dus geen “ondeskundig gebruik” van de wasmachine. De rechtbank overweegt dat die vergelijking mank gaat omdat een wasmachine in beginsel is bedoeld om op één vaste plek te worden aangesloten en gebruikt. Een wasmachine wordt over het algemeen dan ook slechts sporadisch getransporteerd, terwijl een autolaadkraan is gemonteerd op een vrachtwagen en wordt gebruikt om op verschillende locaties te laden en lossen. Het in de transportstand zetten van de autolaadkraan behoort daarmee tot de standaardwerkzaamheden bij het gebruik daarvan, waardoor dit gebruik wezenlijk afwijkt van het fixeren van een wasmachinetrommel.
5.11.
De door de chauffeur van Bredenoord gemaakte fout heeft dus betrekking op het gebruik van de autolaadkraan. Het niet in de transportstand zetten – en het niet controleren daarvan – voorafgaand aan transport is evident in strijd met de instructies. Dit betekent dat het hier relevante gebruik ondeskundig was als bedoeld in de polisvoorwaarden. Het plaatsvinden van het verzekerd voorval (de botsing) is het gevolg van dit ondeskundig gebruik. Als de kraan correct was ingeklapt, zou de vrachtwagen immers niet tegen het viaduct zijn gebotst. Niet van belang is dus of de kraan op het moment van de botsing nog in gebruik was.
5.12.
De andere door Bredenoord aangevoerde omstandigheden, zoals het mogelijk niet werken van het waarschuwingssysteem en het niet althans moeilijk door de achteruitkijkspiegel kunnen constateren dat de autolaadkraan al dan niet is ingeklapt, maken het misschien voorstelbaar dat niet direct is gehandeld door de chauffeur toen hij is gaan rijden, maar die omstandigheden doen niet af aan het ondeskundige gebruik dat daaraan vooraf is gegaan. Aan het voorgaande doet ook niet af dat het niet inklappen van de autolaadkraan voor de chauffeur zelf een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich mee heeft gebracht en dat hij geen enkel voordeel zou halen uit deze fout of uit het eventueel negeren van het waarschuwingssysteem. Dat het een heftige ervaring is geweest voor de chauffeur kan de rechtbank begrijpen, maar dat maakt niet dat zijn fout niet als ondeskundig gebruik van de autolaadkraan moet worden gekwalificeerd.
Conclusie
5.13.
Op basis van het voorgaande staat in rechte vast dat sprake is van ondeskundig gebruik van de autolaadkraan door hem niet in de transportstand te zetten alvorens hem te vervoeren. De schade waarvan Bredenoord in deze procedure een verzekeringsuitkering vordert is het gevolg van dat ondeskundig gebruik. De verzekering biedt op grond van artikel 4.2 dus geen dekking voor die schade; de vorderingen van Bredenoord worden afgewezen. De door partijen gevoerde discussie over “onvoldoende zorg” behoeft verder geen behandeling en kan achterwege blijven in dit vonnis.
Proceskosten
5.14.
Bredenoord is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Allianz worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
4.102,00
(2 punten × € 2.051,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
11.152,00

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van Bredenoord af,
6.2.
veroordeelt Bredenoord in de proceskosten van € 11.152,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Bredenoord niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
3533 / 1980