Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties A-1 t/m A-5;
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
gebruikin de zin van artikel 4.2 van de polisvoorwaarden. Volgens Bredenoord is het gebruik van de autolaadkraan geëindigd op het moment dat de chauffeur daarmee het laatste aggregaat op de vrachtwagen had geladen, en valt het vervolgens transporteren van de autolaadkraan niet onder het gebruik daarvan. Het niet in de transportstand zetten van de autolaadkraan is dus weliswaar een fout, maar geen “ondeskundig gebruik”, aldus Bredenoord.
gebruikdaarvan; het niet-bevestigen van de fixeerbouten voor een verhuizing is dus geen “ondeskundig gebruik” van de wasmachine. De rechtbank overweegt dat die vergelijking mank gaat omdat een wasmachine in beginsel is bedoeld om op één vaste plek te worden aangesloten en gebruikt. Een wasmachine wordt over het algemeen dan ook slechts sporadisch getransporteerd, terwijl een autolaadkraan is gemonteerd op een vrachtwagen en wordt gebruikt om op verschillende locaties te laden en lossen. Het in de transportstand zetten van de autolaadkraan behoort daarmee tot de standaardwerkzaamheden bij het gebruik daarvan, waardoor dit gebruik wezenlijk afwijkt van het fixeren van een wasmachinetrommel.