Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw E. de Groot, werkzaam bij Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en zijn WIA-uitkering, waarbij geen uitkering aan schuldeisers plaatsvindt en kwijtschelding wordt gevraagd. Negen van de tien schuldeisers stemden in, maar BNP Paribas Personal Finance (BNP) weigert mee te werken aan de regeling met een vordering van bijna 50% van de totale schuldenlast.
De rechtbank oordeelt dat BNP in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, gezien het onevenredige belang van BNP tegenover de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers. Verzoeker is arbeidsongeschikt verklaard en heeft geen afloscapaciteit, wat door een deskundige is bevestigd.
De rechtbank stelt vast dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling en dat de kosten daarvan grotendeels ten laste van de Staat zouden komen. Daarom prevaleert het belang van verzoeker bij een schuldenvrije toekomst boven het belang van BNP.
BNP wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn omdat er geen griffierecht is en verzoeker geen advocaat had. De gedwongen schuldregeling treedt in de plaats van vrijwillige instemming en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt BNP Paribas Personal Finance in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.