ECLI:NL:RBROT:2026:1293

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1652 en FT RK 25/1653
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gedwongen schuldregeling tegen weigering schuldeiser Belvilla

Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan 21 schuldeisers, waarbij 20 schuldeisers instemden, maar schuldeiser Belvilla weigerde mee te werken. De regeling voorziet in een gedeeltelijke betaling van de vorderingen, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die onder begeleiding staat en inmiddels werk heeft gevonden.

Belvilla, met een relatief klein aandeel in de totale schuldenlast, heeft haar standpunt niet mondeling toegelicht. De rechtbank weegt het belang van Belvilla tegen dat van verzoeker en de overige schuldeisers en concludeert dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen.

De rechtbank oordeelt dat het aanbod het uiterste is wat verzoeker kan bieden en dat de regeling gunstiger is voor schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom beveelt de rechtbank Belvilla om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke regeling af.

Belvilla wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn omdat er geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet door een advocaat is bijgestaan. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank beveelt schuldeiser Belvilla in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 14 januari 2026
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 15 september 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:
- Belvilla vakantie huizen (hierna: Belvilla).
die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 7 januari 2026 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • (in verband met de bijzondere weersomstandigheden telefonisch) mevrouw K. Zegel, schuldhulpverlener.
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift 21 schuldeisers, waarvan twee preferente en negentien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 51.650,15 van verzoeker te vorderen.
Verzoeker heeft bij brief van 14 mei 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 16,07% aan de preferente schuldeisers en 8,04% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering en de opbrengst uit de verkoop van zijn auto. Verzoeker wordt ten tijde van het aanbod begeleid naar werk door Team Werk van de gemeente Hoeksche Waard. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.
Twintig schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Belvilla stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 1.024,94 op verzoeker, welke 1,95% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Belvilla geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Belvilla bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Belvilla in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Belvilla een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 1,95%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk twintig van de eenentwintig schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten gemeente Hoeksche Waard. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift is gebleken dat verzoeker ten tijde van het aanbod inkomsten ontving uit een PW-uitkering en onder begeleiding op zoek was naar werk. Ter zitting is toegelicht dat verzoeker sinds december 2025 werk heeft gevonden als huismeester en inmiddels 40 uur per week werkzaam is. Daarmee voldoet hij aan de in de schuldsaneringsregeling geldende werkverplichting van 36 uur per week. Nu het aanbod een prognose betreft, zal deze ontwikkeling worden meegenomen, hetgeen ertoe leidt dat de afloscapaciteit van verzoeker is gestegen en de schuldeisers hiervan zullen profiteren.
Door schuldhulpverlening is ter zitting dan ook verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoeker het maximale ten behoeve van zijn schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Verzoeker zit in budgetbeheer. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Belvilla, die geweigerd heeft in te stemmen.
Het verzoek om Belvilla te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Belvilla zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Belvilla om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Belvilla in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.