ECLI:NL:RBROT:2026:1290

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
C/10/713449 / JE RK 26-92
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor stabilisatie en doorstroming naar open groep

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, die sinds 2017 onder voogdij staat en momenteel in crisisopvang verblijft. Na een incident op 15 januari 2026 werd de minderjarige overgeplaatst en verkeert zij in een vicieuze cirkel van verplaatsingen, wat haar spanningen en agressief gedrag verhoogt.

De GI benadrukte dat een gesloten plaatsing noodzakelijk is om therapie en structuur te bieden, omdat open groepen haar momenteel afwijzen zonder een gesloten plaatsing vooraf. De minderjarige en haar advocaat voerden aan dat gesloten plaatsing geen oplossing biedt en dat er een plan van aanpak en hulpverlening moet komen om haar schoolgang en behandeling te hervatten.

De kinderrechter oordeelde dat ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen een gesloten verblijf noodzakelijk maken om te voorkomen dat de minderjarige zich aan hulp onttrekt. Gezien de escalaties en veiligheidszorgen achtte de rechter een machtiging voor twee maanden passend, met de verwachting dat de GI een concreet plan opstelt om door te stromen naar een open groep die aansluit bij haar behoeften.

Uitkomst: Machtiging tot gesloten jeugdhulp verleend voor twee maanden om stabilisatie en doorstroming naar een open groep mogelijk te maken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713449 / JE RK 26-92
Datum uitspraak: 29 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat mr. C.A. Bouw, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 16 januari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • het proces-verbaal van 22 januari 2026;
  • het e-mailbericht van de GI van 27 januari 2026.
1.2.
Op 29 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover ook voorafgaand aan de zitting, in het bijzijn van haar advocaat, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. [minderjarige] was daarna aanwezig bij de zitting én de mondelinge uitspraak.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 11 juli 2017 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.
2.2.
[minderjarige] verblijft in een crisisopvang.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 januari 2026 een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 13 februari 2026. De beslissing is voor het overige aangehouden.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Hierop is reeds beslist. Nu moeten partijen nog worden gehoord. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van twee maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Vanmiddag staat er een multidisciplinair gesprek gepland met verschillende professionals om de situatie van [minderjarige] te bespreken. De gesloten plaatsing van [minderjarige] lijkt de afgelopen jaren niet veel opgeleverd te hebben. De GI wil [minderjarige] op de lange termijn daarom niet meer gesloten plaatsen. Echter ziet de GI op dit moment geen andere mogelijkheid. Het is noodzakelijk om eerst een stap achteruit te gaan om vervolgens meerdere stappen vooruit te gaan. De afgelopen periode is er veel gebeurd. Het is in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat er gestart wordt met therapie zodat zij de nodige hulpverlening en structuur geboden krijgt. Dit is op haar huidige verblijfplek niet mogelijk. Wanneer de spanningen oplopen bij [minderjarige] kan zij erg boos worden. Hierdoor is het meerdere keren misgegaan op de groep. In reactie op de advocaat van [minderjarige] , brengt de GI naar voren dat zij hard op zoek zijn naar hulpverlening. [minderjarige] wordt door veel open groepen afgewezen omdat zij eerst een plaatsing in een gesloten setting noodzakelijk achten. Het is daarom belangrijk dat de gesloten machtiging tot uithuisplaatsing wordt toegewezen, zodat er stappen vooruit gezet kunnen worden en toegewerkt kan worden naar een plaatsing op een open groep.
4.2.
Door en namens [minderjarige] wordt ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Namens [minderjarige] wordt verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen. Op 15 januari heeft er een incident op de groep van [minderjarige] bij KeNa zorg plaatsgevonden. Er is hierbij een misverstand ontstaan over de omstandigheden van het incident. Naar aanleiding van het incident, kon [minderjarige] niet langer op de groep van KeNa zorg verblijven. [minderjarige] is daarom eerst naar een groep in Borculo gegaan en vervolgens naar een groep van Zorg en Daad. [minderjarige] bevindt zich in een vicieuze cirkel waarin zij van groep naar groep wordt verplaatst. Bij [minderjarige] lopen daardoor de spanningen op waardoor zij agressief gedrag laat zien. Op het moment gebeurt er niks op het gebied van hulpverlening, [minderjarige] gaat niet naar school en krijgt geen behandeling. Het gaat met vlagen beter met [minderjarige] . Het is belangrijk dat er een plan van aanpak wordt gemaakt en er hulpverlening van de grond komt. Namens [minderjarige] wordt aangevoerd dat een plaatsing binnen een gesloten setting geen oplossing is voor haar problematiek. Binnen een crisisplek kan er niet worden gestart met behandeling en het oppakken van een dagprogramma en het hervatten van haar schoolgang. Het blijven verplaatsen van [minderjarige] naar een gesloten setting en vervolgens weer naar een open setting lost niets op.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
De afgelopen periode heeft [minderjarige] op veel verschillende plekken verbleven. Vanwege een escalatie die op 15 januari 2026 heeft plaatsgevonden, is [minderjarige] overgeplaatst naar een crisisopvang. Alle ter zitting aanwezige betrokkenen vinden het belangrijk dat er een veilige plek wordt gevonden voor [minderjarige] , waar zij behandeling krijgt en geholpen wordt. Ter zitting is gebleken dat de GI zich inspant om voor [minderjarige] een perspectief te realiseren en een passende vervolgplek te vinden. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat het ontbreken van stabiliteit en de daaruit volgende escalaties het lastig maken om een geschikte, meer open plek, voor [minderjarige] te vinden. De incidenten waarbij zowel verbaal als fysiek agressief gedrag wordt vertoond, maken dat er zorgen zijn over de veiligheid van zowel [minderjarige] als haar directe omgeving. Dat maakt het vinden van een passende vervolgplek ingewikkeld. De kinderrechter is daarom met de GI en de onafhankelijke gedragswetenschapper van oordeel dat een gesloten machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] vooralsnog noodzakelijk om haar te stabiliseren en structuur te bieden. Een kort verblijf in de gesloten jeugdzorg zou ook weer meer mogelijkheden moeten bieden voor plaatsing op een passende open groep, nu deze [minderjarige] op dit moment niet durven aan te nemen. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat de gesloten machtiging tot uithuisplaatsing niet langer dan noodzakelijk moet duren. De kinderrechter verwacht de komende periode van de GI dat in het belang van [minderjarige] , een duidelijk en concreet plan van aanpak wordt opgesteld, gericht op het toewerken naar een verblijf op een open groep die aansluit bij haar behoeften en mogelijkheden.
5.3.
De kinderrechter machtigt de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 29 januari 2026 tot 29 maart 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 10 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).