AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toekenning zorgmachtiging op grond van Wvggz wegens multiproblematiek en continuering zorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro voor betrokkene, die lijdt aan een stoornis in het gebruik van middelen en een licht verstandelijke beperking (LVB).
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstige gedragsproblemen vertoont, versterkt door cocaïnegebruik, en weigert noodzakelijke medische zorg, wat leidt tot ernstig nadeel zoals risico op levensgevaar en verwaarlozing. Betrokkene was opgenomen na amputatie van een onderbeen en vertoonde agressie na drugsgebruik.
De rechtbank oordeelde dat passende zorg op vrijwillige basis niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, controles en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet aanwezig. De machtiging geldt voor zes maanden vanaf 9 januari 2026.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en stelde dat tegen deze beschikking cassatie openstaat.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg te waarborgen en ernstig nadeel af te wenden.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/712177 / FA RK 25-9727
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 januari 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1965, [geboorteland] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam ziekenhuis] te [plaatsnaam] ,
advocaat mr. G.A.J. Purperhart te Rotterdam.
1.Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 19 december 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 15 december 2025;
de zorgkaart van 13 november 2025;
het zorgplan van 11 november 2025;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
het historisch overzicht, waarop geen eerder afgegeven machtigingen staan vermeld;
de relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2] , nicht en toekomstig mentor van betrokkene;
[naam 3] , verpleegkundig specialist, en [naam 4] , arts, beiden verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2.Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een stoornis in het gebruik van middelen en een licht verstandelijke beperking (LVB). De advocaat heeft betoogd dat -mede gelet op de aanvullende opmerkingen van de Geneesheer-directeur- de LVB-problematiek van betrokkene voorliggend is en dat daarom het verzoek moet worden afgewezen.
2.1.1.
De rechtbank merkt op dat de verslavingsproblematiek van betrokkene raakt aan de definitie die de Hoge Raad hanteert om een als een stoornis in de zin van de Wvggz te kunnen worden aangemerkt. Betrokkene is bekend het misbruik van cocaïne, welk misbruik het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen van betrokkene zo ingrijpend beïnvloedt dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Op grond van de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling kunnen de gedragsproblemen van betrokkene zowel aan zijn laag begaafdheid als aan zijn verslaving worden toegerekend in de zin dat het gebruik van verdovende middelen de gedragsproblematiek versterkt.
2.1.2.
Juist is dat de LVB-problematiek vermoedelijk (in lichte mate) voorliggend is, maar omdat uit de aanvullende opmerkingen van de Geneesheer-directeur wel vaststaat dat betrokkene geen passende (somatische) zorg kan krijgen in een WZD-accommodatie is vanuit een oogpunt van continuïteit van zorg een zorgmachtiging onder de Wvggz op zijn plaats is.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is al langere tijd in beeld. De afgelopen periode had betrokkene een eigen woning. De familie van betrokkene is erg betrokken en hielp betrokkene met onder meer het schoonhouden van de woning. De laatste maanden onttrok betrokkene zich aan dit contact, waardoor betrokkene en zijn leefomgeving ernstig vervuild en verwaarloosd waren. Eind september is betrokkene opgenomen in het ziekenhuis om zijn onderbeen te amputeren na een infectie aan zijn hiel. Daarna is betrokkene ter revalidatie en nazorg opgenomen bij de PSU. De arts licht toe dat de wonden niet goed kunnen herstellen. Dit komt door een combinatie van de diabetes en het niet goed verzorgen van wonden. Op dit moment heeft betrokkene naast de wonden als gevolg van de amputatie ook een wond op zijn andere voet. Door de ontregelde bloedsuikers kunnen deze wonden niet goed herstellen. Betrokkene loopt het risico ook zijn andere onderbeen te verliezen. De arts licht toe dat betrokkene op de afdeling regelmatig weigert zijn bloedsuiker te laten meten en/of zijn insuline te laten bijspuiten. Tijdens de opname is ook naar voren gekomen dat betrokkene een te hoge bloeddruk heeft en dat zijn hart niet goed functioneert. Omdat het hart van betrokkene niet goed vocht kan wegpompen, dient betrokkene zich te houden aan strenge voorschriften wat betreft vocht en zout. De behandelaren zien dat het betrokkene niet lukt om zich daaraan te houden. Afgelopen week is het vocht dusdanig geworden, dat betrokkene op het moment van de mondelinge behandeling opnieuw is opgenomen in het ziekenhuis. Het weigeren van zorg en het niet (kunnen) houden aan afspraken komt voort uit een combinatie tussen de LVB van betrokkene en het cocaïnegebruik. De behandelaren lichten toe dat betrokkene elke mogelijke kans aangrijpt om cocaïne te gebruiken. Ook probeert betrokkene regelmatig cocaïne de afdeling op te krijgen. Na het gebruik van cocaïne neemt de agitatie en frustratie bij betrokkene toe er is er ook sprake van agressie. Ook in het ziekenhuis heeft betrokkene meest waarschijnlijk cocaïne gebruikt, waarna hij agressie vertoonde tegen het verplegend personeel. Betrokkene heeft hiervoor een officiële waarschuwing gekregen.
Betrokkene was aanvankelijk vrijwillig opgenomen na de amputatie, maar verzet zich nu tegen verdere opname. De behandelaren lichten toe dat door de complexe (multi) problematiek van betrokkene er op dit moment geen andere plek is waar betrokkene terecht kan naast de PSU. Om het ernstig nadeel af te wenden is een continuering van zorg nodig op een plek die kan voldoen aan de zorgbehoefte van betrokkene. Gebleken is dat dit enkel mogelijk is met een zorgmachtiging op de PSU.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat hij niet meer terug wil naar de PSU. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het onderzoek aan kleding of lichaam;
het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken, het verplicht meewerken aan het douchen en het weghalen van de kraan op de kamer van betrokkene;
het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
het opnemen in een accommodatie.
2.6.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3.Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juli 2026;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 9 januari 2026 mondeling gegeven door mr. W.H.J. Stemker Köster, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, en op 22 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.