ECLI:NL:RBROT:2026:1260

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
C/10/694166 / HA ZA 25-143
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Brussel I bis-VoArt. 99 RvArt. 4 lid 2 Rome I-VoArt. 6:74 BWArtikel 13 Metaalunievoorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid Dolpower voor brand door gebrekkige motorinstallatie op schip Ecotanker III

Ecotanker gaf Dolpower opdracht om twee dieselmotoren te installeren op het schip Ecotanker III. Kort na de installatie ontstond brand, veroorzaakt door een gasolielekkage door een loszittend gasoliefilter dat Dolpower onjuist had gemonteerd. Allianz c.s., verzekeraars van Ecotanker, vorderen schadevergoeding van Dolpower.

De rechtbank stelt vast dat Dolpower tekortgeschoten is in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en aansprakelijk is voor de brand. Allianz c.s. mogen bewijs leveren dat zij de schade-uitkeringen aan Ecotanker daadwerkelijk hebben gedaan en dat deze schade voortkomt uit de wanprestatie van Dolpower. Het beroep van Dolpower op aansprakelijkheidsuitsluitingen in de Metaalunievoorwaarden faalt.

Dolpower voert eigen schuld van Ecotanker aan, onder meer vanwege niet aangesloten motoralarmen, openstaande bilge-aftapkraan en gebrekkige controle door de bemanning. De rechtbank verwerpt de eerste en derde stelling, maar staat Dolpower toe bewijs te leveren over de bilge-aftapkraan.

De rechtbank houdt verdere beslissingen aan in afwachting van bewijslevering door beide partijen en bepaalt dat getuigenverhoren zullen plaatsvinden. De zaak wordt op 25 februari 2026 voortgezet.

Uitkomst: Dolpower is aansprakelijk voor de brand door gebrekkige montage, maar bewijs over schade-uitkeringen en eigen schuld wordt nog nader onderzocht.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/694166 / HA ZA 25-143
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
de rechtspersonen naar het recht van de plaats van hun vestiging
1.
ALLIANZ GLOBAL CORPORATE & SPECIALTY SE,
gevestigd te Hamburg, Duitsland,
2.
GOTHAER ALLGEMEINE VERSICHERUNG AG,
gevestigd te Hamburg, Duitsland,
3.
BAYERISCHER VERSICHERUNGSVERBAND VERSICHERUNGS-AG,
gevestigd te München, Duitsland,
4.
WIENER STÄDTISCHE VERSICHERUNG AG,
gevestigd te Wenen, Oostenrijk,
5.
HELVETIA VERSICHERUNGS AG,
gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,
6.
UNIQA ÖSTERREICH VERSICHERUNGEN AG,
gevestigd te Wenen, Oostenrijk,
7.
DIALOG VERSICHERUNG AG,
gevestigd te München, Duitsland,
eiseressen,
hierna samen te noemen: Allianz c.s.,
advocaat: mr. B.G.F. Simons,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOLPOWER B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,
gedaagde,
hierna te noemen: Dolpower,
advocaat: mr. H.W. ten Katen.

1.De zaak in het kort

Ecotanker heeft opdracht gegeven aan Dolpower om aan boord van haar schip Ecotanker III twee motoren te vervangen. Kort na de vervanging van deze motoren is brand ontstaan op het schip. Allianz c.s. (verzekeraars van Ecotanker) achten Dolpower aansprakelijk voor de schade als gevolg van de brand, omdat Dolpower volgens hen één van de motoren onjuist heeft gemonteerd waardoor een lekkage van gasolie is ontstaan, die uiteindelijk heeft geleid tot het uitbreken van de brand.
Dolpower betwist dat Allianz c.s. schade-uitkering hebben gedaan en dat zij aansprakelijk is voor deze schade. Daarnaast doet Dolpower een beroep op aansprakelijkheidsuitsluitingen in de Metaalunievoorwaarden en op eigen schuld van Ecotanker.
De rechtbank oordeelt dat Dolpower tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst om de motoren op een juiste wijze te installeren en dat Dolpower aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de brand. Allianz c.s. mogen bewijs leveren van de gestelde schade-uitkeringen en bewijzen dat deze schade-uitkeringen zien op schade als gevolg van de wanprestatie door Dolpower. Het beroep van Dolpower op de Metaalunievoorwaarden slaagt niet. Of sprake is van eigen schuld van Ecotanker kan de rechtbank nog niet geheel beoordelen. Dolpower mag op dat punt bewijs leveren. In afwachting van de bewijslevering door partijen houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan. De rechtbank licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 december 2024, met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 9;
- de brief van de rechtbank van 13 mei 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- het e-mailbericht van de rechtbank van 21 augustus 2025 met de zittingsagenda;
- het e-mailbericht van 27 augustus 2025 van mr. Ten Katen met het verzoek om de geplande mondelinge behandeling te verplaatsen;
- de brief van de rechtbank van 12 september 2025 waarin de mondelinge behandeling nader is bepaald op 15 december 2025;
- de akte overlegging aanvullende producties, tevens houdende wijziging van eis, met producties 9 tot en met 16 van Allianz c.s.;
- de akte overlegging producties, met productie 10 van Dolpower;
- de mondelinge behandeling van 15 december 2025 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde spreekaantekeningen van Allianz c.s. en Dolpower.
2.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Ecotanker Shipping B.V. (hierna: Ecotanker) is eigenaar van het schip Ecotanker III (hierna ook: het schip).
3.2.
Allianz c.s. zijn verzekeraars van Ecotanker.
3.3.
Dolpower bedrijft de handel in machines, apparaten en toebehoren voor de scheepvaartindustrie.
3.4.
Op 12 oktober 2022 is tussen Dolpower en Ecotanker een overeenkomst tot stand gekomen waarbij Ecotanker aan Dolpower de opdracht heeft verstrekt om aan boord van het schip twee nieuwe dieselmotoren in te bouwen, te installeren en in bedrijf te stellen (hierna: de overeenkomst). Met de twee nieuwe dieselmotoren werden twee van de in totaal vier LNG-motoren aan boord van het schip vervangen. Op de overeenkomst zijn de Metaalunievoorwaarden 2019 (hierna: de Metaalunievoorwaarden) van toepassing.
3.5.
Ecotanker III is een binnenvaartschip dat 110 meter lang en 11,40 meter breed is. De stuurhut van het schip bevindt zich aan de voorzijde. Op het achterdek van het schip staan twee containers (één aan bakboord- en één aan stuurboordzijde) waarin telkens twee motoren zijn geplaatst. De containers staan op ongeveer twee meter afstand van elkaar en zijn beide voorzien van een bilgeput die in verbinding staat met een aftappijpje met afsluiter aan de buitenzijde van de container (hierna: de bilge-aftapkraan).
3.6.
Tussen 17 april en 20 juni 2023 heeft Dolpower in elke motorcontainer één van de LNG-motoren vervangen door een dieselmotor.
3.7.
Op 21 juni 2023 zijn twee proefvaarten uitgevoerd met het schip: één in de ochtend en één in de middag. Tijdens de proefvaart in de ochtend was hierbij (naast onder andere de bemanning van het schip) een monteur van Dolpower aanwezig. Na de ochtendvaart heeft deze monteur het schip verlaten en zijn de technisch manager van Ecotanker en een klasse Surveyor van Lloyd’s [1] aan boord gekomen. Tijdens de middagvaart is brand ontstaan op het schip.

4.Het geschil

4.1.
Allianz c.s. stellen zich op het standpunt dat de kernoorzaak van de brand direct gerelateerd is aan de gebrekkige installatie van één van de motoren door Dolpower en zij achten Dolpower dan ook aansprakelijk voor de schade als gevolg van de brand. Allianz c.s. stellen dat zij in totaal een bedrag van € 351.210,90 aan Ecotanker onder de polis hebben uitgekeerd en daarmee ter hoogte van dit bedrag op grond van subrogatie in de rechten van Ecotanker zijn getreden.
4.2.
Allianz c.s. vorderen, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Dolpower veroordeelt tot betaling van:
a. a) een bedrag van € 351.210,90 aan inmiddels uitgekeerde schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2023, zijnde de datum waarop het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan, tot aan de dag der algehele voldoening;
b) de door V&B gemaakte expertisekosten;
c) de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, inclusief nakosten, alles te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis.
4.3.
Dolpower betwist dat Allianz c.s. het door hen gestelde bedrag hebben uitgekeerd. Daarnaast betwist Dolpower dat zij aansprakelijk is voor de schade en voert daartoe onder meer aan dat: geen van de experts heeft kunnen vaststellen wat de oorzaak is van de brand, er andere oorzaken voor de brand zijn en zij de motoren vóór de brand al had opgeleverd. Volgens Dolpower hoeft zij bovendien geen schade te vergoeden gezien de aansprakelijkheidsuitsluitingen in de Metaalunievoorwaarden en omdat de brand het gevolg is van eigen schuld van Ecotanker. Tot slot betwist Dolpower de schadeomvang, rente en expertisekosten.
4.4.
Dolpower concludeert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Allianz c.s. elk niet ontvankelijk te verklaren in hun vordering tegen Dolpower, althans hen deze te ontzeggen, met veroordeling van Allianz c.s. in de kosten van deze procedure.

5.De beoordeling

De rechtbank is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing
5.1.
De zaak heeft internationale aspecten, omdat Allianz c.s. gevestigd zijn in Duitsland en Oostenrijk en Dolpower in Nederland. De rechtbank zal daarom eerst haar bevoegdheid en het toepasselijk recht bepalen.
5.2.
De internationale bevoegdheid van deze rechtbank dient te worden vastgesteld aan de hand van Brussel I bis-Vo [2] , omdat deze verordening zowel formeel als materieel als temporeel van toepassing is. Nu Dolpower woonplaats heeft in Nederland, heeft de Nederlandse rechter op grond van de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Brussel Pro I Bis-Vo, rechtsmacht. Ingevolge artikel 99 Rv Pro is deze rechtbank relatief bevoegd om van de ingestelde vordering kennis te nemen, omdat Dolpower woonplaats heeft binnen het rechtsgebied van deze rechtbank.
5.3.
Allianz c.s. gronden hun vordering op een toerekenbare tekortkoming van Dolpower in de nakoming van de overeenkomst. De vraag naar het toepasselijk recht dient dan ook te worden beantwoord aan de hand van Rome I-Vo [3] . De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst van aanneming van werk. Nu gesteld noch gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt of dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander rechtsstelsel, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten, haar gewone verblijfplaats heeft (artikel 4 lid 2 Rome Pro I-Vo). Hieruit volgt dat Nederlands recht van toepassing is, omdat Dolpower - die de kenmerkende prestatie diende te verrichten - woonplaats heeft in Nederland.
Allianz c.s. mogen bewijs leveren van de gestelde schade-uitkeringen
5.4.
Allianz c.s. stellen dat zij onder de verzekering in delen in totaal € 351.210,90 aan Ecotanker hebben uitbetaald en daarmee ter hoogte van dit bedrag op grond van subrogatie in de rechten van Ecotanker zijn getreden. Ter onderbouwing hiervan wijzen zij op documenten van Windward Insurance Broker GmbH (makelaar van Allianz c.s.). [4] Allianz c.s. stellen dat de door hen overgelegde productie 10 bewijs bevat van de door Windward Insurance Broker GmbH op 23 augustus 2023, 26 oktober 2023, 21 december 2023, 22 januari 2025 en 25 augustus 2025 namens Allianz c.s. uitbetaalde bedragen aan verzekerde Ecotanker onder de verzekering, van in totaal (€ 136.200,00 + € 134.400,00 + € 37.490,00 + € 38.071,57 + € 5.049,33 =) € 351.210,90.
5.5.
Dolpower betwist dat Allianz c.s. de beweerde schade-uitkeringen hebben gedaan. Daarnaast heeft Dolpower ter zitting aangevoerd dat in de documenten van Windward gesproken wordt over “
beigefügten Anwaltskosten” en “
weitere Anwaltskosten”. Ten aanzien van de eerdere procedure [5] hebben partijen afgesproken dat ieder de eigen kosten draagt en ten aanzien van onderhavige procedure geldt dat daar eventueel een proceskostenveroordeling zal worden uitgesproken. Deze advocaatkosten betreffen geen schade waarvoor Dolpower aansprakelijk is en als Dolpower niet aansprakelijk is, kunnen verzekeraars ook niet subrogeren, aldus nog steeds Dolpower.
5.6.
De rechtbank overweegt dat de door Allianz c.s. overgelegde productie 10 vijf documenten van Windward gericht aan Ecotanker bevat waarin de door Allianz c.s. genoemde bedragen staan die Windward zal (gaan) uitkeren (zodra de verzekeraars hebben betaald). De rechtbank kan op basis van deze stukken van Windward niet vaststellen dat de schade-uitkeringen aan Ecotanker ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Allianz c.s. zullen - conform het door hen hiertoe gedane bewijsaanbod - worden toegelaten te bewijzen dat de door hen gestelde schade-uitkeringen namens Allianz c.s. onder de polis aan Ecotanker zijn gedaan.
Voorts overweegt de rechtbank dat uit deze documenten van Windward blijkt dat het document van 22 januari 2025 en het daarin genoemde bedrag dat Windward zal overmaken voor een deel (€ 2.171,57) ziet op “
beigefügten Anwaltskosten”en dat het bedrag dat wordt genoemd in het document van 25 augustus 2025 (€ 5.049,33) geheel ziet op ‘
weitere Anwaltskosten’. Nu Dolpower het punt ten aanzien van de ‘
Anwaltskosten’ op zitting voor het eerst naar voren heeft gebracht zullen Allianz c.s. in de gelegenheid worden gesteld om hier bij akte op te reageren.
5.7.
Voor het geval vast komt te staan dat de schade-uitkeringen onder de polis aan Ecotanker zijn gedaan, gaat de rechtbank hierna verder in op de beoordeling van de zaak.
Dolpower is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst en aansprakelijk
De hoofdoorzaak van de brand is de gasolielekkage als gevolg van een loszittend gasoliefilter aan de dieselmotor en deze oorzaak staat in causaal verband met de schade
5.8.
Allianz c.s. stellen dat Dolpower bij de installatie van de nieuwe dieselmotor in de bakboordcontainer op het schip een gasoliefilter onjuist heeft gemonteerd (niet goed vastgedraaid) waardoor een lekkage van gasolie is ontstaan. [6] Deze gasolielekkage heeft uiteindelijk geleid tot het uitbreken van de brand in de bakboordcontainer. Ter onderbouwing van hun stellingen verwijzen Allianz c.s. onder meer naar het rapport van Biesboer [7] .
5.9.
Dolpower betwist deze stellingen van Allianz c.s. en baseert haar betwistingen op het rapport van Doldrums [8] . Volgens Dolpower is de brand ontstaan buiten de container en had de brand dus niet kunnen ontstaan als de bilge-aftapkraan gesloten was geweest en de (gelekte) gasolie niet buiten de container had kunnen geraken.
5.10.
De rechtbank oordeelt dat vast staat dat Dolpower in de bakboordcontainer op het schip een dieselmotor heeft geïnstalleerd en dat als gevolg van het feit dat het gasoliefilter bij deze dieselmotor loszat, een lekkage van gasolie is ontstaan in de bakboordcontainer. De gelekte gasolie is via de bilge-aftapkraan ook op het achterdek van het schip terechtgekomen. Deze punten zijn tussen partijen niet in geschil en / of volgen uit de rapportages waar partijen zich op beroepen. In het rapport van Biesboer staat:
“dat de in de motorcontainer en daarbuiten ontstane brand slechts kon ontstaan als gevolg van een lekkage van een gasoliefilter van de dieselmotor in de bakboordcontainer en de via de aftapkraan [9] van de bakboordcontainer op het achterdek uitgelopen gasolie.”
en in het rapport van Doldrums:
“Het is duidelijk dat de gasolie, afkomstig van het lekke gasoliefilter, mede oorzaak is van de brand die, naar de mening van ondergetekende, is ontstaan aan de buitenzijde van de container.”
5.11.
Voorts oordeelt de rechtbank dat op basis van deze rapportages vast is komen te staan dat de brand is ontstaan als gevolg van de gelekte gasolie en zij verwerpt het standpunt van Dolpower dat er andere oorzaken voor de brand zijn geweest. In het rapport van Doldrums staat dat de gasolielekkage
medede oorzaak is, omdat i) de afwezigheid van de koppeling tussen meldsystemen/alarmen van de motoren met het alarmsysteem van de brug ii) het open laten staan van de aftapkraan van de bilge waardoor het bilge-alarm in de container niet heeft kunnen werken en iii) de kennelijk gebrekkige controle door de bemanning van de installatie tijdens de proefvaart, mede oorzaak van het ontstaan van de brand zijn geweest. Dolpower stelt dat de omstandigheden onder i), ii) en iii) de rechtens relevante oorzaak van de brand zijn geweest. De rechtbank verwerpt dit standpunt, omdat i), ii) en iii) geen oorzaken van een brand (kunnen) zijn, maar hoogstens factoren die tot een eerdere ontdekking van een reeds ontstane brand hadden kunnen of moeten leiden. Of en in hoeverre dit omstandigheden zijn die kunnen leiden tot eigen schuld van Ecotanker komt hierna onder 5.26 en verder aan de orde.
5.12.
De ontstekingsbron van de brand is volgens de deskundigen aan beide zijden niet met zekerheid vast te stellen. Zij concluderen dat de brand vermoedelijk is ontstaan doordat vonkvorming als gevolg van een mogelijk defect aan een generator in de bakboordcontainer de brand heeft ontstoken en/of een gasolie damp-/luchtmengsel - dat dankzij de gasolielekkage kon ontstaan - tot ontbranding is gekomen door de hitte van de uitlaatgassenleidingen. [10] Gelet op de vereiste hoge temperatuur om een gasolie damp-/luchtmengsel te laten ontstaan [11] acht de rechtbank het door Doldrums geschetste scenario dat de gasolie eerst buiten de container is ontbrand onwaarschijnlijk. Veel aannemelijker is het dat de brand in de container is ontstaan, ofwel door een vonk vanuit de generator die de gasolie deed ontbranden ofwel door ontbranding van het dampmengsel als gevolg van de hitte van uitlaatgassenleidingen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de brand op één van deze twee wijzen binnen de bakboordcontainer is ontstaan. Hiermee gaat de rechtbank voorbij aan het standpunt van Dolpower dat de brand buiten de container is ontstaan en daarmee treft ook het verweer van Dolpower dat als de bilge-aftapkraan gesloten was geweest, de brand niet had kunnen ontstaan, geen doel.
Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat zij op basis van hetgeen partijen hebben aangevoerd met betrekking tot aangetroffen (brand)sporen en het gelijktijdig afgaan van brandalarmen geen vaststellingen kan doen ten aanzien van de plaats waar de brand is ontstaan, omdat partijen hierover tegengestelde opvattingen hebben, zij hun standpunten te dien aanzien beide hebben onderbouwd en de onderbouwingen van beide opvattingen de rechtbank logisch en aannemelijk voorkomen.
5.13.
Gezien het voorgaande staat vast dat de gasolielekkage als gevolg van een loszittend gasoliefilter aan de dieselmotor de hoofdoorzaak van de brand is geweest. Bovendien staat vast dat zonder de gasolielekkage de brand niet had kunnen ontstaan en hiermee is dan ook het (voor aansprakelijkheid op grond van artikel 6:74 BW Pro vereiste condicio sine qua non) causaal verband met de daaropvolgende schade gegeven.
Het loszittende gasoliefilter aan de dieselmotor is te wijten aan de gebrekkige montage door Dolpower
5.14.
Tussen partijen is niet in geschil dat het loszittende (en daarom lekkende) gasoliefilter onderdeel uitmaakt van de dieselmotor die Dolpower heeft geïnstalleerd. Partijen twisten wel over de vraag of dit ‘loszitten’ te wijten is aan een onjuiste montage door Dolpower of een andere oorzaak heeft. In dit verband voert Dolpower aan dat het zeer wel mogelijk is dat bij de werkzaamheden aan het schip tussen de proefvaarten door op 21 juni 2023 iets is voorgevallen waardoor het filter is verdraaid en is gaan lekken. Nu Allianz c.s. onweersproken hebben gesteld dat deze werkzaamheden (die zagen op het aanbrengen van blindplaten) achter en buiten de containers op het schip hebben plaatsgevonden en dus niet in de directe nabijheid van de dieselmotor ín de container verwerpt de rechtbank deze suggestie van Dolpower.
5.15.
Verder voert Dolpower aan dat de technisch manager van Ecotanker tijdens een bezoek aan het schip het gasoliefilter heeft gemanipuleerd door aan het filter te draaien. In reactie op dit verweer hebben Allianz c.s. onder meer een aanvullende verklaring van de betreffende manager in het geding gebracht [12] en een aanvullend rapport van Biesboer [13] . Uit deze stukken blijkt dat tijdens het eerste (technische) onderzoek aan boord van het schip op 26 juni 2023 de genoemde manager, in aanwezigheid van de verschillende experts, het loszittende filter heen en weer heeft bewogen om te tonen dat het los zat. De manager heeft het gasoliefilter in de oorspronkelijke positie waarin deze was aangetroffen teruggeplaatst. Hiermee hebben Allianz c.s. naar het oordeel van de rechtbank de stelling over manipulatie van Dolpower voldoende weerlegd.
5.16.
De rechtbank oordeelt dan ook dat vast is komen te staan dat het loszittende gasoliefilter aan de dieselmotor te wijten is aan de montage door Dolpower. Niet ter discussie staat dat dit filter bij een deugdelijk uitgevoerde installatie niet los had mogen zitten. Dat - zoals Dolpower nog aanvoert - de motoren na het inbouwen tijdens de inbedrijfstelling en de proefvaart een uur of zeven hebben gedraaid zonder dat een lekkage is geconstateerd laat zich verklaren door de onweersproken stelling van Allianz c.s. dat toen de motor tijdens de proefvaart in gebruik werd genomen, het gasoliefilter - vermoedelijk door de trillingen van de motor - steeds losser is gaan zitten.
Mogelijke oplevering doet niet ter zake voor aansprakelijkheid
5.17.
Zelfs áls wordt aangenomen - hetgeen Dolpower stelt en Allianz c.s. betwisten - dat Dolpower de dieselmotoren had opgeleverd na de ochtend proefvaart op 21 juni 2023 en dus vóór de brand tijdens de proefvaart in de middag, dan maakt dit niet dat Dolpower niet meer aansprakelijk kan zijn voor schade die het gevolg is van de gebrekkige montage van (het gasoliefilter van) één van de dieselmotoren. Gesteld noch gebleken is immers dat Ecotanker het loszittende gasoliefilter voor het einde van de proefvaart in de ochtend redelijkerwijs had moeten ontdekken. Dolpower is dan ook niet ontslagen van aansprakelijkheid voor deze gebrekkige installatie. De rechtbank verwerpt het andersluidende standpunt van Dolpower dat de motoren ‘voor risico van Ecotanker waren, omdat er al was opgeleverd voor de brand’.
Conclusie: Dolpower is tekortgeschoten en aansprakelijk
5.18.
De rechtbank concludeert dat Dolpower met de gebrekkige montage van (het gasoliefilter van) één van de dieselmotoren tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst om de dieselmotoren op een juiste wijze te installeren. Nu deze tekortkoming de hoofdoorzaak is van de brand en in causaal verband staat met de daarop volgende schade, is Dolpower daarvoor aansprakelijk.
Moet Dolpower schade vergoeden en zo ja hoeveel?
5.19.
Nu vast staat dat Dolpower aansprakelijk is, is de volgende vraag of en zo ja hoeveel schade zij moet vergoeden. Dolpower heeft in dit verband een beroep gedaan op aansprakelijkheidsuitsluitingen in de Metaalunievoorwaarden en op eigen schuld van Ecotanker. Daarnaast betwist Dolpower de schadeomvang.
Dolpower kan haar aansprakelijkheid niet beperken of uitsluiten op grond van de Metaalunievoorwaarden
5.20.
Dolpower stelt dat haar aansprakelijkheid niet verder ziet dan nakoming (artikel 13.1 Metaalunievoorwaarden) en dat haar aansprakelijkheid is uitgesloten op grond van artikel 13.4 sub a en b van de Metaalunievoorwaarden, omdat de brandschade gevolg- danwel opzichtschade betreft waarvoor Dolpower niet is verzekerd. Mocht Dolpower toch aansprakelijk zijn, dan geldt volgens haar dat die maximaal 15% van de opdrachtsom zal bedragen.
5.21.
Allianz c.s. hebben deze stellingen van Dolpower betwist.
5.22.
In artikel 13 van Pro de Metaalunievoorwaarden staat:
“13.1. In geval van een toerekenbare tekortkoming is opdrachtnemer gehouden zijn contractuele verplichtingen, met inachtneming van artikel 14, alsnog na te komen.
13.2
De verplichting van opdrachtnemer tot het vergoeden van schade op grond van welke grondslag ook, is beperkt tot die schade waartegen opdrachtnemer uit hoofde van een door of ten behoeve van hem gesloten verzekering is verzekerd. De omvang van deze verplichting is echter nooit groter dan het bedrag dat in het betreffende geval onder deze verzekering wordt uitbetaald.
13.3.
Als opdrachtnemer om welke reden dan ook geen beroep toekomt op lid 2 van dit artikel, is de verplichting tot het vergoeden van schade beperkt tot maximaal 15% van de totale opdrachtsom (exclusief btw). (…)
13.4
Niet voor vergoeding in aanmerking komen:
a. gevolgschade. Onder gevolgschade wordt onder meer verstaan stagnatieschade, productverlies, gederfde winst, boetes, transportkosten en reis- en verblijfkosten;
b. opzichtschade. Onder opzichtschade wordt onder andere verstaan schade die door of tijdens de uitvoering van het werk wordt toegebracht aan zaken waaraan wordt gewerkt of aan zaken die zich bevinden in de nabijheid van de plaats waar wordt gewerkt; (…)”
5.23.
De rechtbank verwerpt het beroep van Dolpower op artikel 13.1 van de Metaalunievoorwaarden. Nakoming - die dan volgens Dolpower zou moeten zien op het alsnog goed vastdraaien van het gasoliefilter - is niet meer aan de orde. Zoals Allianz c.s. terecht stellen kan herstel niet meer plaatsvinden, omdat de foutieve montage direct tot brandschade heeft geleid.
5.24.
Ter zitting is vast komen te staan dat Dolpower is verzekerd en haar komt dus in beginsel een beroep toe op het tweede lid van artikel 13 van Pro de Metaalunievoorwaarden. Dolpower heeft echter niets gesteld op grond waarvan haar aansprakelijkheid op grond van het tweede lid zou kunnen worden beperkt, althans daarvoor geen cijfermatige aanknopingspunten geboden en de rechtbank gaat daar dan ook aan voorbij.
Omdat Dolpower een beroep toekomt op het tweede lid, is het derde lid (met de 15% limiet) van de Metaalunievoorwaarden niet aan de orde. Het beroep hierop van Dolpower faalt.
5.25.
De stelling van Dolpower dat de brandschade gevolg- danwel opzichtschade is in de zin van artikel 13.4 van de Metaalunievoorwaarden, is door Allianz c.s. betwist en heeft Dolpower in het geheel niet (nader) onderbouwd. Deze stelling is dan ook niet vast komen te staan en het beroep op de aansprakelijkheidsuitsluiting in artikel 13.4 sub a en b van de Metaalunievoorwaarden faalt dan ook.
Of sprake is van eigen schuld van Ecotanker kan nog niet geheel worden beoordeeld; Dolpower mag bewijs leveren
5.26.
Dolpower stelt dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van Ecotanker en dat daarom de schade als gevolg van de brand niet voor rekening en risico van Dolpower komt. De drie stellingen die Dolpower hieraan ten grondslag legt worden hierna (genummerd 1 tot en met 3) besproken.
1) de aansluiting van de motoralarmen
5.27.
Ten eerste stelt Dolpower dat de motoralarmen (de brandstofdrukalarmeringen) niet waren aangesloten op de alarminstallatie in de stuurhut. Als deze alarmering wel aangesloten was geweest dan was de lekkage opgemerkt. In het rapport van Doldrums staat hierover: “
de betreffende dieselmotor is uitgerust met gasolie lekkage/“rail pressure leakage” alarmering, welke in het onderhavige geval, namelijk substantiële lekkage nabij het gasoliefilter, een alarm zou moeten hebben gegenereerd. Volgens opgave van Dolpower was de alarmering nog niet aangesloten op de alarminstallatie in het stuurhuis, hetgeen overigens niet tot de werkscope van Dolpower behoorde”.
5.28.
Allianz c.s. voeren aan dat uit de door hen overgelegde productie 16 blijkt dat de alarmen actief waren en dat de kapitein van het schip verklaart dat in de stuurhut een laptop aanwezig was waarop de motoren konden worden uitgelezen. Dat alarmen niet op het stuurhuisscherm zichtbaar waren komt doordat die schermen softwarematig nog op de LNG-motoren stonden ingesteld; daarom werd de laptop gebruikt, waarop alle alarmen wél zichtbaar waren. Het niet afgaan van het brandstofdrukalarm is volgens Allianz c.s. technisch verklaarbaar doordat het loszittende gasoliefilter zich bevindt in het lagedruksysteem, vóór de hogedrukpomp. In dat deel van het systeem ontstaat bij een lekkage als deze géén drukval die groot genoeg is om gedetecteerd te worden door het alarmsysteem. Ter zitting heeft de kapitein verklaard dat hij live zicht had op de motoralarmen en dat de Lloyd’s Surveyor die aanwezig was tijdens de proefvaart ook geen volledig klassecertificaat zou kunnen afgeven als deze alarmen niet zouden kunnen worden getest.
5.29.
De rechtbank is van oordeel dat de stelling van Dolpower - die enkel is onderbouwd met de opmerking van Doldrums dat ‘
Volgens opgave van Dolpower de alarmering nog niet was aangesloten op de alarminstallatie in het stuurhuis” - met de onderbouwde betwisting van Allianz c.s. voldoende is weersproken. Niet is komen vast te staan dat er iets mis was met de aansluiting van de motoralarmen waardoor de lekkage niet kon worden opgemerkt. Het beroep op eigen schuld door Dolpower voor zover dat ziet op de motoralarmen wordt dan ook verworpen.
5.30.
Ter zitting heeft Dolpower nog aangevoerd dat uit de motoralarmen opgenomen in productie 16 van Allianz c.s. volgt dat er om 14:15 uur een lekkage-alarm (regelnummer 85, alarmcode 3779) is geweest. Áls de alarmen wel werden doorgegeven heeft de bemanning van het schip dus niet zitten opletten en vanaf 14:15 uur tot en met de brand het alarm genegeerd, zo stelt Dolpower.
5.31.
Allianz c.s. hebben hierover ter zitting opgemerkt dat het regelnummer/alarm waar Dolpower op wijst hoort bij de stuurboord motor en niet de bakboord motor (met het loszittende gasoliefilter).
5.32.
De rechtbank overweegt dat productie 16 van Allianz c.s. twee lijsten met oplopend genummerde data bevat. In de akte waarbij Allianz c.s. deze productie hebben overgelegd staat: “
productie 16: “PDF(data) uit COMAP van de geschiedenis DCU motor (i. bakboord en ii. stuurboord)”.Regelnummer 85 staat op de tweede lijst met data en Dolpower heeft niets aangevoerd waaruit zou kunnen blijken dat de data in deze regel bij de bakboord motor horen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat deze melding hoort bij de stuurboord motor en niet bij de bakboord motor waar het geschil in deze zaak om draait. Dit verweer van Dolpower wordt niet gevolgd.
2) de openstaande bilge-aftapkraan
5.33.
Ten tweede stelt Dolpower dat als - zoals het hoort - de bilge-aftapkraan dicht was geweest tijdens de proefvaart, het bilge-alarm was afgegaan en de brand niet had plaatsgevonden. Omdat de kraan open stond is de lekkage niet opgemerkt. In het rapport van Doldrums staat hierover: “
het bilgeputje in de container is voorzien van een bilgealarm, hetgeen wordt geactiveerd indien het vloeistof in het putje een bepaald niveau bereikt. Omdat echter de aftapafsluiter van het bilgeputje naar buiten toe open stond, is de gasolie direct naar buiten gestroomd, waardoor het niveau in het putje niet is gestegen en het alarm niet kon worden geactiveerd.
5.34.
Dolpower (Doldrums) gaat ervan uit dat de bilge-aftapkraan tijdens de proefvaart in de middag open heeft gestaan en Biesboer acht het aannemelijk dat de bilge- aftapkraan open stond, hetgeen de aanwezigheid van gasolie op het dek verklaart. Nu Allianz c.s. niets hebben gesteld en ook nergens uit is gebleken dat de bilge-aftapkraan gesloten was neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de bilge-aftapkraan open stond tijdens de proefvaart in de middag. Tussen partijen is niet in geschil dat het bilge-alarm was aangesloten.
5.35.
Allianz c.s. voeren aan dat de kapitein van het schip heeft verklaard dat het bilge-alarm pas afgaat bij ongeveer zeven liter vloeistof en dat vóór de brand die hoeveelheid in de container nooit is bereikt. Verder wijzen Allianz c.s. op het aanvullend rapport van Biesboer waarin volgens hen staat dat een gesloten bilge-kraan de brand niet had voorkomen, maar juist had kunnen verergeren, omdat de gelekte gasolie zich dan in de container had verzameld, met een hogere brandstofconcentratie en mogelijk grotere schade als gevolg. De stand van de bilge-kraan speelde volgens Allianz c.s. dus geen rol bij het ontstaan van de brand.
5.36.
Ter zitting heeft Dolpower betwist dat het bilge-alarm pas afgaat bij zeven liter en gesteld dat als de bilge-aftapkraan dicht was geweest, deze hoeveelheid waarschijnlijk wel was gehaald en het alarm was afgegaan.
5.37.
Op basis van wat partijen over en weer hebben gesteld en betwist kan de rechtbank de door Dolpower gestelde feiten niet vaststellen. Dolpower beroept zich op het rechtsgevolg van de eigen schuld van Ecotanker en op haar rust dan ook de bewijslast. Dolpower zal worden toegelaten te bewijzen dat bij een gesloten bilge-aftapkraan het bilge-alarm was afgegaan voor het uitbreken van de brand op 21 juni 2023 en de brand dan niet had plaatsgevonden.
3) de controle door de bemanning
5.38.
Tot slot wijst Dolpower op de kennelijk gebrekkige controle door de bemanning van de installatie tijdens de proefvaart in de middag, waardoor de gasolielekkage niet visueel is vastgesteld.
5.39.
Allianz c.s. hebben hiertegen aangevoerd dat wel degelijk routine-inspecties zijn uitgevoerd. Allianz c.s. wijzen erop dat Dolpower zelf tijdens deze proefvaart niet aan boord was, er vóór het incident geen zichtbare lekkage was en dat een beginnende lekkage aan een verkeerd gemonteerd filter niet abrupt, maar sluipend ontstaat.
5.40.
Na deze betwisting door Allianz c.s. heeft Dolpower niets (nieuws) meer aangevoerd. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat Dolpower haar stelling dat sprake is van eigen schuld van Ecotanker vanwege onvoldoende controle van de installatie door de bemanning onvoldoende (nader) heeft onderbouwd. Die stelling is niet komen vast te staan. Het beroep op eigen schuld op deze grond wordt afgewezen.
conclusie
5.41.
Uit het voorgaande volgt dat het beroep van Dolpower op eigen schuld van Ecotanker alleen kan slagen als Dolpower slaagt in haar bewijsopdracht inzake de openstaande bilge-aftapkraan.
5.42.
Voor het geval niet vast komt te staan dat Dolpower geen schadevergoeding verschuldigd is, gaat de rechtbank hierna verder in op de overige betwistingen van Dolpower ten aanzien van de schade.
Allianz c.s. mogen bewijzen dat de gestelde schade-uitkeringen zien op schade als gevolg van de wanprestatie door Dolpower
5.43.
Allianz c.s. stellen dat naar aanleiding van de brand verschillende kosten zijn gemaakt die in het V&B rapport [14] zijn omschreven en gespecificeerd (zie pag. 15-43 van het V&B rapport). Daarmee is in totaal een bedrag gemoeid van € 396.463,00. Allianz c.s. hebben in totaal een bedrag van € 351.210,90 aan Ecotanker onder de verzekering uitgekeerd en dit is het bedrag dat zij vorderen van Dolpower, aldus Allianz c.s..
5.44.
Dolpower voert aan dat Allianz c.s. de door hen gevorderde schade niet heeft onderbouwd en dat de koppeling tussen het schaderapport van V&B en het volgens Allianz c.s. uitgekeerde bedrag niet duidelijk is. Daarnaast heeft Dolpower in de conclusie van antwoord ‘het verschil ad € 5.611,78 tussen de berekening van V&B en Doldrums’, ‘kosten bunkeraars ad € 4.287,50’, ‘kosten toezicht ad € 29.570,00’ en ‘factuur 202305305’ betwist. Ter zitting heeft Dolpower hier ‘de gevorderde onderzoekskosten ad € 2.471,50’ nog aan toegevoegd.
5.45.
Met Dolpower meent de rechtbank dat het op de weg van Allianz c.s. had gelegen om duidelijker aan te geven waar het bedrag ad € 396.463,00 in het V&B rapport staat. Zoals ook ter zitting besproken heeft de rechtbank geconstateerd dat dit bedrag de optelsom is van de bedragen onder “
Summary of costs” op pagina 41 en 42 van het V&B rapport:
Cost of launch boat and push/tow assistance
€ 6.762,50
Cost of towage for LNG bunkering
€ 4.287,50
Repair cost
€ 346.419,00
Additional cost of temporary repairs
€ 6.952,50
Superintendency
€ 29.570,00
Cost of investigations
€ 2.471,50
€ 396.463,00
+
Op basis van de door Allianz c.s. overgelegde stukken kan de rechtbank niet vaststellen op welke kosten (of welk deel van de kosten) genoemd in het V&B rapport het door Allianz c.s. gestelde uitgekeerde bedrag ziet. Dit knelt nu daar een verschil van (€ 396.463,00 - € 351.210,90 =) € 45.252,10 tussen zit en Allianz c.s. daar geen verklaring voor hebben gegeven. Allianz c.s. zullen - conform het door hen daartoe gedane aanbod - in de gelegenheid worden gesteld om hun stelling dat de door hen gestelde schade-uitkeringen zien op schade als gevolg van de wanprestatie door Dolpower te bewijzen (en welk eigen risico Ecotanker mogelijk zelf heeft gedragen c.q. welk bedrag niet was gedekt).
(Verdere) beslissingen worden aangehouden
5.46.
In afwachting van de bewijslevering door Allianz c.s. (zie 5.6 en 5.45) en de bewijslevering door Dolpower (zie 5.37) zal iedere (verdere) beslissing worden aangehouden.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
draagt
Allianz c.s.op te bewijzen dat de gestelde schade-uitkeringen namens Allianz c.s. onder de polis aan Ecotanker zijn gedaan; Allianz c.s. mogen hierbij ook bij akte reageren op hetgeen Dolpower heeft aangevoerd omtrent de ‘
Anwaltskosten’ (zie 5.6);
6.2.
draagt
Allianz c.s.op te bewijzen dat de door hen gestelde schade-uitkeringen zien op schade als gevolg van de wanprestatie door Dolpower (zie 5.45);
6.3.
draagt
Dolpowerop te bewijzen dat bij een gesloten bilge-aftapkraan het bilge-alarm was afgegaan voor het uitbreken van de brand op 21 juni 2023 en de brand dan niet had plaatsgevonden (zie 5.37);
6.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
25 februari 2026voor uitlating door Allianz c.s. en Dolpower of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
6.5.
bepaalt dat Allianz c.s. en Dolpower, indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen;
6.6.
bepaalt dat Allianz c.s. en Dolpower, indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de getuigen, de partijen en hun advocaten in de maanden maart tot en met september 2026 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;
6.7.
bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. D.L. Spierings in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125;
6.8.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;
6.9.
houdt iedere (verdere) beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op
28 januari 2026.
2459/1182/1885

Voetnoten

1.Lloyd’s Register EMEA.
2.Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
3.Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.
4.Producties 9 en 10 van Allianz c.s.
5.Procedure tussen Dolpower en Ecotanker waarin partijen op 3 december 2024 een schikking hebben getroffen.
6.In latere stukken wordt in plaats van ‘gasolie’ en ‘gasoliefilter’ gesproken over ‘dieselolie’ en ‘brandstoffilter’. Voor beide partijen is duidelijk om welke olie en welk filter het gaat. De rechtbank houdt de oorspronkelijke terminologie aan om verwarring te voorkomen.
7.Rapport van Biesboer Expertise B.V. van 20 november 2023.
8.Rapport van Doldrums Marine & Technical Surveyors van 10 april 2025.
9.De bilge-aftapkraan als genoemd onder 3.5.
10.Uitlaatgassenleidingen lopen aan de achter- en onderzijde van de container over het dek.
11.Zie het aanvullend rapport van Biesboer Expertise B.V. van 19 augustus 2025 punt iv.
12.Productie 14 van Allianz c.s.
13.Rapport van Biesboer Expertise B.V. van 19 augustus 2025.
14.Rapport Verschoor & Bras bv van 23 oktober 2024.