Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1245

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11981082 VZ VERZ 25-6991
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:678 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens ongeoorloofde dossierinzage te vergaand bevonden

De werkneemster, sinds 2002 in dienst bij WSS met een onderbreking in 2023, werd op 16 oktober 2025 op staande voet ontslagen wegens meerdere dringende redenen, waaronder het zonder zakelijke reden inzien van dossiers van cliënten buiten haar kernteam, het geven van onjuiste toegangsredenen, het niet melden van persoonlijke betrokkenheid, en het onzorgvuldig gebruik van ICT-middelen.

Hoewel de werkneemster zich neerlegt bij het ontslag, vordert zij betaling van een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding voor onregelmatige opzegging. De werkgever verzoekt onder meer om een verklaring dat de werkneemster geen bedrijfsinformatie meer bezit en om correctie van LinkedIn-profielen.

De kantonrechter stelt vast dat de werkneemster zonder zakelijke reden in dossiers van twee pupillen heeft gekeken, mede ingegeven door persoonlijke omstandigheden zoals bedreiging en conflicten met deze pupillen. Ondanks het onrechtmatig handelen, is het ontslag op staande voet te vergaand gelet op de omstandigheden, waaronder haar goede staat van dienst en de persoonlijke situatie.

De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van een transitievergoeding van €5.425,19, een billijke vergoeding van €10.000,00 en een vergoeding voor onregelmatige opzegging van €11.657,97, tezamen €27.083,16 bruto, met wettelijke rente. Verzoeken om een verklaring en correctie van LinkedIn-profielen worden afgewezen. De werkgever wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Ontslag op staande voet is te vergaand; werkgever moet vergoedingen betalen en verzoeken om verklaring en LinkedIn-correctie worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11981082 VZ VERZ 25-6991
datum uitspraak: 11 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: Rotterdam,
verzoekster,
gemachtigde: mr. C.P. Zwaanswijk,
tegen
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
vestigingsplaats: Amsterdam,
verweerster,
gemachtigden: mr. A.D. Putker-Blees en mr. A.L. Schingenga.
De partijen worden hierna ‘[verzoeker]’ en ‘WSS’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van [verzoeker], met bijlagen;
  • het verweerschrift van William Schrikker, met bijlagen;
  • de e-mail van [verzoeker] van 8 januari 2026, met bijlagen.
1.2.
Op 14 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken.

2.Het geschil

2.1.
[verzoeker] is sinds 2002, met een onderbreking in 2023, als (nu) jeugdzorgwerker in dienst bij WSS (dan wel een (rechts)voorganger of vergelijkbare organisatie). Het loon van [verzoeker] bedraagt € 5.397,21 bruto per maand.
2.2.
WSS heeft [verzoeker] op 16 oktober 2025 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat, voor zover nu van belang:
Ontslag op staande voet
Op grond van het vorenstaande hebben wij ons beraden. Gelet op de ernst van de feiten, uw rol als Jeugdzorgwerker hebben wij besloten u met onmiddellijke ingang per 16 oktober 2025 te ontslaan op staande voet wegens meerdere dringende redenen in de zin van artikel 7:678 BW Pro.
De dringende redenen houden – op hoofdlijnen – het volgende in:
• u heeft zich meermalen ongeoorloofd de toegang verschaft tot dossiers van cliënten buiten uw (kern)team, zonder dat sprake was van een behandelrelatie en terwijl u in (een aantal van) die dossiers een persoonlijke betrokkenheid had, waar het ging om jongeren die op enigerlei wijze een relatie hadden tot uw zoon of in een strafzaak waar u betrokken bij bent;
• u heeft onjuiste toegangsredenen geselecteerd in het systeem (zoals
“overdracht”of
“bereikbaarheidsdienst”) om deze inzage (technisch) mogelijk te maken, terwijl daarvan geen sprake was. U heeft daarover leugenachtige verklaringen afgelegd;
• u heeft geen (tijdige) melding gedaan van uw persoonlijke betrokkenheid bij een aantal dossiers. Dit is o.a. in strijd met de Beroepscode en het Integriteitsbeleid;
• u heeft op onzorgvuldige en ongepaste wijze gebruikgemaakt van de ICT-middelen van de organisatie voor privédoeleinden, waaronder het meermaals verwerken en versturen van vertrouwelijke privé informatie per zakelijke e-mail met onderwerp
“[naam 1]”in strijd met het Reglement gebruik IT-faciliteiten, waarover u zich (herhaaldelijk) niet nader wenst te verklaren;
• u heeft tijdens het gesprek over de non-actiefstelling, het hoor- en wederhoorgesprek en in de opvolgende schriftelijke communicatie nagelaten openheid van zaken te geven, aantoonbaar in strijd met de waarheid verklaard, zich ongeloofwaardig, dan wel ontwijkend opgesteld zonder daarbij blijk te geven van enige verantwoordelijkheid of zelfreflectie, terwijl u daar herhaaldelijk toe in de gelegenheid bent gesteld.
2.3.
[verzoeker] legt zich, zonder het overigens eens te zijn met de redenen die WSS geeft voor het ontslag, neer bij het ontslag op staande voet. Op de zitting trok zij haar primaire verzoek om dit ontslag te vernietigen in. [verzoeker] verzoekt in plaats van vernietiging van het ontslag op staande voet, veroordeling van WSS tot betaling van:
1. een wettelijke transitievergoeding van € 46.955,17 bruto;
2. een billijke vergoeding van € 140.414,08 bruto;
3. een vergoeding voor onregelmatige opzegging van € 21.668,84 bruto.
2.4.
WSS verzoekt, voor zover nog van belang nu [verzoeker] zich neerlegt bij het ontslag op staande voet:
1. [verzoeker] te bevelen een schriftelijke verklaring aan WSS af te geven waarin staat dat zij niet meer beschikt over enige bedrijfsinformatie in de ruimste zin van het woord, waaronder (ex-)cliëntengegevens en dat zij dit ook niet heeft verspreid en dat zij naar waarheid kan verklaren dat derden hierover niet beschikken of hebben beschikt, met een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [verzoeker] deze verklaring niet aflegt;
2. [verzoeker] te gebieden om op haar beide LinkedIn-profielen de juiste datum van indiensttreding en de juiste einddata van de arbeidsovereenkomsten te vermelden.
2.5.
Partijen voeren verweer tegen elkaars verzoeken. Als dit voor de beoordeling van belang is, wordt hierna ingegaan op wat zij (verder) naar voren brengen.

3.De beoordeling

voorlopige voorziening
3.1.
De voorlopige voorziening waar [verzoeker] om vraagt hoeft niet besproken te worden. [verzoeker] legt zich immers neer bij het ontslag op staande voet. Het doorbetalen van loon, daar gaat de voorlopige voorziening om, is daarom niet meer aan de orde.
ontslag op staande voet
3.2.
Als daar een dringende reden voor is en van WSS kan redelijkerwijs niet gevraagd worden haar arbeidsovereenkomst met [verzoeker] nog een dag langer voort te zetten, dan kan zij [verzoeker] op staande voet ontslaan. WSS heeft dit gedaan. De hoofreden voor WSS voor het ontslag op staande voet is dat [verzoeker] zonder dat zij daar een zakelijke reden voor had, gekeken heeft in het dossier van drie in de ontslagbrief genoemde jongeren. Het geven van een onjuiste toegangsreden om in deze dossiers te kijken, het niet melden van persoonlijke betrokkenheid bij deze dossiers en wat [verzoeker] over een en ander verklaard heeft, wat WSS naast de hoofdreden als drie afzonderlijke dringende redenen noemt, hangen samen met de hoofdreden voor het ontslag op staande voet wat de kantonrechter betreft.
3.3.
Dat [verzoeker] een e-mail naar zichzelf gestuurd heeft (van zakelijk naar privé) met als onderwerp ‘[naam 1]’ is op zichzelf geen reden voor ontslag op staande voet. [verzoeker] zegt zelf dat dit ging om een ‘reminder over een privéaangelegenheid’ en dit komt de kantonrechter niet onwaarschijnlijk voor. Van een link tussen (de inhoud van) de desbetreffende e-mail en WSS is niet gebleken.
3.4.
[verzoeker] is een ervaren werkneemster met een goede staat van dienst. WSS betwist dit niet. Zij betwist ook niet (voldoende) dat [verzoeker] door anderen vaak gevraagd werd mee te kijken in een dossier. Alle inzagen in dossiers worden gelogd. Voor inzage in een dossier van buiten je team moet je via het systeem poortwachter een inlogreden invoeren maar dat geldt niet voor inzagen in dossiers van je eigen (kern) team.. Of [verzoeker] al dan niet een zakelijke reden had om in een dossier te kijken, is gelet hierop dan ook niet altijd eenvoudig te bepalen. Wellicht had [verzoeker] die zakelijke reden niet, maar de collega die haar een vraag stelde wel. Hoe dit ook zit, er kan wel worden aangenomen dat [verzoeker] in 2025 in ieder geval een of meerdere keren – zij erkent een voorval op 7 april 2025 (buiten het team) en heeft voor de andere inzagen (in eigen team) niet steeds een (goede) reden – gekeken heeft in de dossiers van [naam 2] en [naam 3] zonder dat zij daar een zakelijke reden voor had. Of [verzoeker] in 2022 ook zonder zakelijke reden keek in het dossier van [naam 4] laat de kantonrechter in het midden. Het is te lang geleden en bovendien gaat het, als het waar is, om een incident binnen een andere arbeidsovereenkomst dan de arbeidsovereenkomst waaraan WSS op 16 oktober 2025 met het ontslag op staande voet een einde heeft gemaakt. [verzoeker] is in 2023 immers zes maanden uit dienst geweest.
3.5.
[verzoeker] en haar zoon zijn in januari 2025 door [naam 2] met een vuurwapen bedreigd en de zoon van [verzoeker] is in september 2025 in conflict gekomen met [naam 3] [verzoeker] heeft door deze incidenten een persoonlijke link met [naam 2] en [naam 3] [verzoeker] had zakelijk niets te maken met de dossiers van deze jongeren, maar niettemin heeft zij een of meerdere keren gekeken in die dossiers. Dat [verzoeker] op 7 april 2025 in het dossier van [naam 2] gekeken heeft, verklaart zij met de ernstige PTSS- en angstklachten die zij door het vuurwapenincident had. [verzoeker] wilde in het dossier lezen of [naam 2] al dan niet in de buurt verbleef, zo verklaart zij.
3.6.
Of deze regel nu op papier staat of niet, het zonder zakelijke reden in dossiers kijken mag niet. [verzoeker] weet dat. Niettemin heeft zij dit een of meerdere keren gedaan in de dossiers van [naam 2] en [naam 3] In, zo legt de kantonrechter het uit, mede aan de hand van wat op de zitting is besproken, het conflict dat [verzoeker] ervaarde tussen wat professioneel van haar verwacht werd – niet kijken in dossiers zonder zakelijke reden – en wat haar in haar privésituatie (voor een kort moment) tot rust bracht of kon brengen – de erkende inzage in het dossier van [naam 2] op 7 april 2025 om te kijken of hij niet in de buurt verbleef, wat de inzage in het dossier van [naam 3] betreft omdat de zoon van [verzoeker] kennelijk weer in een conflict verzeild geraakt was – heeft [verzoeker] een of meerdere keren dus verkeurde keuzes gemaakt. Om te beoordelen wat het gevolg moet zijn van die verkeerde keuzes, moet echter niet slechts naar die verkeerde keuze zelf gekeken worden, wat WSS wel lijkt te doen (verkeerde keuze gemaakt dus ontslag op staande voet), maar naar alle omstandigheden van het geval.
3.7.
De kantonrechter is op grond van alle omstandigheden van dit geval van oordeel dat ontslag op staande voet een te vergaande maatregel was. [verzoeker] en haar zoon zijn door een pupil van WSS ([naam 2]) bedreigd met een vuurwapen en daardoor hun huis ontvlucht. Ook na dit vuurwapenincident heeft [naam 2] nog dreigend van zich laten horen. Later in 2025 is de zoon van [verzoeker] mishandeld door [naam 3], ook een pupil van WSS. Of de zoon van [verzoeker] dader is, of slachtoffer, of allebei, feit is dat [verzoeker] het een en ander met hem te stellen heeft. Het is allemaal ook niet niks wat er is gebeurd, bovenop de eigen medische problemen die [verzoeker] had. [verzoeker] heeft haar persoonlijke betrokkenheid bij deze pupillen van WSS wellicht niet meteen bij haar leidinggevende gemeld, maar zij heeft wel hulp gezocht bij WSS door om een traumapsycholoog te vragen. [verzoeker] heeft haar privésituatie en haar betrokkenheid bij dossiers dus niet voor WSS verborgen willen houden. [verzoeker] werkte ondertussen gewoon door. Zij heeft zich niet ziek gemeld. [verzoeker] kan verweten worden dat zij, in momenten van zwakte, in ieder geval waar het de inzage op 7 april 2025 betreft, in de dossiers van [naam 2] en/of [naam 3] gekeken heeft, maar WSS had gelet op de omstandigheden, waarvan zij bij het ontslag op staande voet op 16 oktober 2025 wist, echter wel enige compassie met haar mogen tonen. WSS is uiteraard verantwoordelijk voor het welzijn van haar pupillen en ongeoorloofd kijken in dossiers van die pupillen mag niet, maar WSS moet zich naast die verantwoordelijkheid ook als goed werkgever jegens [verzoeker] gedragen. Dat heeft WSS niet (voldoende) gedaan. WSS heeft te eenzijdig naar de situatie gekeken en te snel gegrepen naar het uiterste middel, ontslag op staande voet. Dat ontslag op staande voet is te vergaand en daarom niet terecht. De kantonrechter neemt hierbij mee dat niet is gebleken dat [verzoeker] in de dossiers iets heeft kunnen lezen, wat grote schade aanricht of kan aanrichten bij WSS dan wel bij [naam 2] en/of [naam 3] nu [verzoeker] dit weet. Het dossier van [naam 2] was [verzoeker] overigens ook al onder ogen gekomen toen dit per e-mail naar haar team werd gestuurd met de vraag wie het dossier op wilde pakken. Dat [verzoeker] de inhoud van de dossier(s) met derden heeft gedeeld is ten slotte gesteld noch gebleken.
transitievergoeding
3.8.
WSS moet [verzoeker] een transitievergoeding van € 5.425,19 bruto betalen. Voor het betalen van een hogere transitievergoeding is geen aanleiding. [verzoeker] is in 2023 op eigen initiatief zes maanden uit dienst geweest. De termijn waarover haar transitievergoeding berekend moet worden is opnieuw gaan lopen toen zij weer in dienst trad. Daar kunnen weliswaar andere afspraken over gemaakt worden, maar dat dergelijke afspraken (de transitievergoeding wordt berekend vanaf 2002) zijn gemaakt blijkt niet voldoende.
billijke vergoeding
3.9.
Het ontslag op staande voet is niet terecht gegeven. [verzoeker] legt zich er bij neer maar vraagt om een billijke vergoeding. Een billijke vergoeding is op zijn plaats maar niet van de omvang waar [verzoeker] om vraagt. De kantonrechter acht een billijke vergoeding van, naast de transitievergoeding en de vergoeding voor onregelmatige opzegging, € 10.000,00 bruto passend. Dit gaat afgerond om twee basismaandsalarissen. De situatie begint weliswaar met het door [verzoeker] zonder reden kijken in een of meer dossiers waar zij niets mee te maken heeft, maar door WSS is daar niet op gereageerd zoals van haar gelet op de omstandigheden verwacht mocht worden. WSS focust te eenzijdig op de regels, zonder oog te hebben voor de privé-situatie van [verzoeker], een gewaardeerde medewerker op wie al sinds jaar en dag een beroep te doen viel.. In de hoogte van de billijke vergoeding wordt meegenomen dat [verzoeker] geen inzicht geeft in waarom zij niet terug wil naar WSS. Dit hoeft uiteraard niet, maar zonder een dergelijke toelichting gaat de kantonrechter er voorzichtig van uit dat zij inmiddels een andere bron van inkomsten heeft. Onderbouwen waarom voor een bepaald bedrag aan billijke vergoeding gekozen wordt is altijd lastig, maar zoals gezegd: de kantonrechter vindt het in dit geval gelet op de omstandigheden
passendom € 10.000,00 bruto toe te wijzen.
vergoeding onregelmatige opzegging
3.10.
De kantonrechter veroordeelt WSS een vergoeding voor onregelmatige opzegging aan [verzoeker] te betalen van (2 x € 5.397,21 + 8% = ) € 11.657,97 bruto. WSS voert aan en onderbouwt voldoende dat de opzegtermijn twee maanden is en niet vier zoals [verzoeker] stelt.
conclusie en rente
3.11.
WSS moet dus (€ 5.425,19 + € 10.000,00 + € 11.657,97 = ) € 27.083,16 bruto aan [verzoeker] betalen. De rente over dit volledige bedrag wordt – om de berekening van rente niet nodeloos moeilijk te maken door voor verschillende bedragen, verschillende data van het ingaan van de rente te hanteren – toegewezen vanaf veertien dagen na het wijzen van deze beschikking.
verklaring
3.12.
De verklaring waar WSS om vraagt (zie 2.4. onder 1) wordt afgewezen. Als [verzoeker] op welke manier dan ook over informatie van WSS beschikt die zij niet hoort te hebben dan mag zij daar hoe dan ook niets mee doen. Een verklaring daarover doet daar niets aan af. Dat [verzoeker] dergelijke informatie heeft blijkt overigens niet.
LinkedIn-profiel
3.13.
Ook het verzoek van WSS wat het LinkedIn-profiel (zie 2.4. onder 2) betreft is niet toewijsbaar. Dat profiel maakt immers geen deel uit van de arbeidsovereenkomst. Op welke manier het WSS schaadt dat op de LinkedIn-profielen van [verzoeker] informatie staat die in de ogen van WSS niet klopt, brengt WSS niet naar voren.
proceskosten
3.14.
WSS krijgt ongelijk. Zij moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan aan de kant van [verzoeker] uit € 90,00 aan griffierecht, € 1.154,00 aan gemachtigdensalaris en
€ 144,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 1.388,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking door een deurwaarder uitgereikt moet worden.
uitvoerbaar bij voorraad
3.15.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat deze beschikking meteen uitgevoerd mag worden, ook als aan een hogere rechter wordt gevraagd de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt WSS om € 27.083,16 bruto aan [verzoeker] te betalen, met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van deze beschikking tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald;
4.2.
veroordeelt WSS in de proceskosten, aan de kant van [verzoeker] begroot op een bedrag van € 1.388,00;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders door [verzoeker] en WSS is verzocht af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
686