Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 04 oktober 2024;
- het verweerschrift met zelfstandig verzoek van de man, ingekomen op 19 december 2024;
- het verweerschrift van de vrouw op het zelfstandig verzoek van de man, tevens aanvullend verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 15 januari 2025;
- het verweerschrift van de man op het aanvullend verzoek van de vrouw, tevens gewijzigd verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 24 februari 2025;
- het gewijzigd en aanvullend verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 12 januari 2026.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
- de inboedelgoederen zijn reeds verdeeld. Iedere partij behoudt wat hij/zij van die goederen thans onder zich heeft, zonder nadere verrekening;
- iedere partij behoudt de eigen bankrekening, waarbij de saldi wordt toegedeeld aan de partij op wiens naam de bankrekening staat, zonder nadere verrekening;
- de auto Seat Altea met kenteken [kenteken] wordt toegedeeld aan de man, zonder nadere verrekening;
- de schuld aan de gemeente Rotterdam onder nummer [nummer 1] ter zake kosten inrichting/huishoud en onder nummer [nummer 2] ter zake verhuiskosten, neemt de man voor zijn rekening en zal deze als eigen schuld voldoen.
- het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen om aan haar te voldoen de door hem onterecht ontvangen huurtoeslagen over de maanden september tot en met december 2024;
- het verzoek van de man om te bepalen dat de vrouw aan hem voldoet de door hem betaalde abonnementskosten van een mobiele telefoon die de vrouw gebruikt.
4.De beslissing
- een zaterdag per veertien dagen waartoe de man de minderjarigen om 08.00 uur ophaalt bij de vrouw en hen om 18.00 uur terugbrengt bij de vrouw, waarbij de minderjarigen bij de man hebben (avond)gegeten;
- een weekend per veertien dagen, waartoe de man de minderjarigen op vrijdag-middag ophaalt uit school en hen op zondag om 18.00 uur terugbrengt bij de vrouw, waarbij de minderjarigen bij de man hebben (avond)gegeten;
- de helft van de zomervakantie, waartoe partijen aan het begin van elk jaar met elkaar overleggen welke weken de minderjarigen bij de man zijn, afhankelijk van hoe de bouwvakvakantie valt;
- de eerste week van de kerstvakantie;
- de overige vakanties worden bij helfte verdeeld, totdat een van partijen of beide partijen gaan werken en de minderjarigen daardoor naar de kinderopvang moeten. Partijen zullen dit in onderling overleg met elkaar bespreken en zij zullen de kosten voor de kinderopvang gezamenlijk delen;
- de man neemt het ophalen en terugbrengen van de minderjarigen voor zijn rekening;