ECLI:NL:RBROT:2026:1169
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning ouderschap wegens niet-biologisch vaderschap
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot vernietiging van de erkenning van haar ouderschap door de man, omdat hij niet haar biologische vader is. De man heeft zich niet tegen het verzoek verweerd. De erkenning dateert van 27 februari 2019 en het huwelijk tussen de moeder en de man is in april 2025 ontbonden.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster ontvankelijk is omdat zij het verzoek binnen drie jaar na het bereiken van meerderjarigheid heeft ingediend. Uit de stukken en de verklaring van de moeder blijkt dat de man niet de biologische vader is, aangezien de moeder hem niet kende ten tijde van de zwangerschap.
De rechtbank wijst het verzoek toe en vernietigt de erkenning. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De griffier wordt opgedragen de beschikking aan de burgerlijke stand te zenden, en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de erkenning van het ouderschap omdat de erkenner niet de biologische vader is.