ECLI:NL:RBROT:2026:1117

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
C/10/711077 / KG ZA 25-1195
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen tot medewerking verkoop woning en verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding

Partijen zijn in 2002 gehuwd en gescheiden bij beschikking van 25 februari 2025, waarbij de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waaronder een woning in Nederland en onroerend goed in Turkije, is vastgesteld. De vrouw kreeg de mogelijkheid de Nederlandse woning over te nemen indien zij financiering kon regelen, anders zou verkoop plaatsvinden. De Turkse onroerende goederen moesten worden verkocht.

De man vorderde in kort geding dat de vrouw medewerking verleent aan uitvoering van de echtscheidingsbeschikking, waaronder inzage in bankrekeningen en verkoop van de woning en Turkse onroerende goederen. De vrouw vorderde onder meer het recht om de Nederlandse woning te behouden en een uitkoopregeling, alsmede verrekening van vermogensbestanddelen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de man nalatig is geweest in zijn verplichtingen, met name door weigering mee te werken aan prijsverlaging van het Turkse bouwkavel en het niet verstrekken van bankgegevens. De vrouw heeft voldoende medewerking verleend. De vorderingen van beide partijen werden afgewezen omdat het kort geding niet geschikt is voor definitieve beslissingen over de verdeling. De man werd veroordeeld in de proceskosten vanwege zijn onwil en nalatigheid.

Uitkomst: Vorderingen van beide partijen worden afgewezen; man wordt veroordeeld in proceskosten wegens nalatigheid en onwil.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711077 / KG ZA 25-1195
Vonnis in kort geding van 16 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. A. Aksü,
tegen
[gedaagde],
te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. E. Kafa.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit:
  • de dagvaarding van 5 december 2025, met producties 1 tot en met 6;
  • de conclusie van antwoord, ook eis in reconventie, met producties 1 tot en met 11;
  • de pleitnota van de kant van de man.
1.2.
De mondelinge behandeling vond op 2 januari 2026 plaats. Partijen verschenen daar in persoon, ieder vergezeld van hun advocaat.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 18 september 2002 te Rotterdam met elkaar gehuwd. Zij zijn de ouders van de minderjarige, [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats]. Partijen hebben de Nederlandse en de Turkse nationaliteit.
2.2.
De rechtbank Rotterdam heeft, kort gezegd en voor zover nu van belang, bij beschikking van 25 februari 2025:
  • de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
  • de wijze van de verdeling van de gemeenschap van partijen gelast zoals weergeven onder rechtsoverweging 3.3.14. tot en met 3.3.30 in de echtscheidingsbeschikking;
2.3.
De rechtbank heeft, voor zover nu van belang, met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgemeenschap van partijen overwogen (n.b. vet gemaakte passages Voorzieningenrechter):
3.3.14.
Partijen zijn het eens over de wijze waarop de woning aan de [adres 1] (hierna: de woning) moet worden verdeeld. Niet in geschil is dat in aanvulling daarop het zogenaamde ‘spoorboekje’ van toepassing is. Dit leidt ertoe dat partijen de volgende regeling zijn overeengekomen:
-
de woning zal aan de vrouw worden toebedeeld indien zij dit kan financieren. De vrouw is tot 1 mei 2025 in de gelegenheid haar mogelijkheden hiervoor te onderzoeken en de financiering rond te krijgen. Daartoe zal de woning eerst getaxeerd moeten worden. De opdracht tot taxatie, waarvan de kosten bij helfte tussen partijen worden gedeeld, zal eerst worden verstrekt aan Voorburg Makelaars.
(…)
  • de vrouw zal binnen twee weken na het bekend worden van de taxatiewaarde berichten of zij de woning (nog steeds) toebedeeld wenst te krijgen of dat zij daarvan afziet.
  • de woning zal voor de taxatiewaarde worden toegedeeld aan de vrouw, onder de voorwaarde dat de overdracht van de woning plaatsvindt voor 1 mei 2025, met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening en de woningschuld voor rekening komt van de vrouw en door haar als eigen schuld zal worden voldaan;
(…)
-
indien de vrouw er niet in slaagt tijdig financiering te vinden voor een toedeling van de woning aan haar, zal de woning worden verkocht.
(…)
3.3.16.
Bij dit alles geldt nog het volgende:
  • voor het geval partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te hanteren verkoopprijs en of de vraag- en laatprijs, zal de makelaar deze bindend vaststellen, net als een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs in geval verkoop uitblijft,
  • in het geval de makelaar de verkoopprijs en/of vraag- en laatprijs bindend heeft vastgesteld, hanteren partijen deze bij de verkoop van de echtelijke woning aan een derde,
  • partijen dragen de aan de verkoop verbonden kosten ieder hij helfte,
  • als de makelaar de opdracht tot verkoop van de woning teruggeeft wegens gebrek aan medewerking van een van partijen, voldoet de niet-meewerkende partij de kosten die de makelaar in rekening brengt. Dit geldt ook voor schade en of extra onkosten veroorzaakt door het niet-meewerken van een partij bij de afwikkeling bij de notaris en door het niet correct opleveren van het huis aan kopers,
(…)
3.3.17.
Partijen zijn het ten aanzien van de huwelijksgemeenschap daarnaast eens
geworden over het volgende:
(…)
-
de saldi per peildatum van de op naam van de vrouw gestelde bankrekeningen met [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2], te weten € 1.698.21 respectievelijk € 7.616.26, worden aan de vrouw toebedeeld met verrekening van de helft van deze saldi met de man;
  • het saldo per peildatum van de op naam vorm de man gestelde bankrekening met [rekeningnummer 3] van € 3.623,98 wordt aan de man toebedeeld met verrekening van de helft van dit saldo met de vrouw. Het saldo van de daaraan gekoppelde rekening met nummer [nummer] wordt eveneens aan de man toebedeeld, met verrekening van de helft van het saldo per peildatum met de vrouw.De man zal aan de vrouw een bankafschrift overleggen waaruit het saldo blijkt van deze rekening op de peildatum;
  • de saldi van de op naam van de man gestelde bankrekeningen bij Iş Bank met nummers [rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5] worden aan de man toebedeeld, met verrekening van de helft van de saldi op de peildatum met de vrouw.De man zal aan de vrouw bankafschriften overleggen waaruit de saldi van deze rekeningen op de peildatum blijken:
  • het saldo van de op naam van de man gestelde bankrekening bij [naam 1] met nummer [rekeningnummer 6] wordt aan de man toebedeeld, met verrekening van de helft van het saldo op de peildatum met de man.De man zal aan de vrouw een bankafschrift overleggen waaruit het saldo blijkt van deze rekening op de peildatum;
  • de aandelenportefeuille bij DeGiro zal aan de vrouw worden toebedeeld, met verrekening van de helft van de waarde met de man op de peildatum, die op die datum € 137.797,- bedroeg;
(…)
3.3.18.
Partijen hebbengeen overeenstemmingover de volgende goederen en schulden:
  • woning te Turkije, gelegen aan [adres 2];
  • bouwkavel te Turkije, perceelnummer [perceel], [locatie];
  • saldo van de op naam van de man gestelde bankrekening in Turkije bij HSBC met [rekeningnummer 7] (k);
-
het saldo van de bankrekening in Turkije bij Vakifbank met nummer [rekeningnummer 8] (n);
(…)
Woning en bouwkavel te Turkije (c en d)
3.3.21.
Het staat vast dat de man in Turkije zowel een woning heeft als een bouwkavel
(bestaande uit twee nummers). Tussen partijen is in geschil is of deze aan de man worden toebedeeld of worden verkocht.
3.3.22.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man geen toedeling wenst van deze onroerende goederen, omdat hij niets wil behouden dat met het huwelijk van partijen is verbonden. Hier tegenover staat het verzoek van de vrouw om de goederen aan de man toe te delen. Haar belang hierbij is van praktische aard, namelijk dat zij niet wordt belast met de verkoop en de eventuele perikelen daarvan.
Het een en ander tegen elkaar afwegende, acht de rechtbank het belang van de man bij een verkoop van de goederen groter dan het belang van de vrouw bij een toedeling van de goederen aan de man.
3.3.23.
De onroerende goederen in Turkije moeten dus worden verkocht. Tijdens de
mondelinge behandeling is besproken dat binnen vier weken na de datum van de
beschikking een verkoopopdracht zal worden verstrekt aan Remax Verkoopmakelaarsen dat partijen - ook ten aanzien van die onroerende goederen - verplicht zijn de handelingen te verrichten als onder rechtsoverwegingen 3.3.15. en 3.3.16. weergegeven.
Saldo bankrekening HSBC met nummer [rekeningnummer 7] (k)
3.3.24.
In geschil is of de man een rekening heeft hij de Turkse bank HSBC met nummer [rekeningnummer 7].
3.25.
De rechtbank overweegt dat de vrouw voldoende heeft onderbouwd dat de man in ieder geval in het verleden een rekening met dat nummer heeft gehad. Gelet daarop lag het op zijn weg aan te tonen wat er niet die rekening is gebeurd en/of dat die rekening niet langer bestaat. Het door de man met dat doel overgelegde stuk is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende Uit dat summier opgestelde stuk kan, (ook) volgens de toelichting van de man zelf, alleen worden afgeleid dat hij geen bankrekening heeft hij een vestiging van de HSBC in de gemeente Sivas.
De man moet aan de vrouw nog een aanvullend bewijsstuk overleggen, zoals een verklaring van HSBC waaruit blijkt dat genoemde rekening bij de HSBC is opgeheven met vermelding van de datum waarop dat is gebeurd.
Saldo bankrekening Vakifbank met nummer [rekeningnummer 8] (n)
3.3.26.
Onweersproken is dat er een bankrekening bij de Vakifbank met nummer [rekeningnummer 8] is. In geschil is of die van de man of van zijn moeder is.
3.3.27.
De rechtbank overweegt dat de man zijn stelling dat deze rekening zijn moeder
toebehoort, niet heeft onderbouwd. De rechtbank bepaalt daarom dat de man het saldo van deze rekening op de peildatum voor de helft met de vrouw zal verrekenen,tenzij uit het bankafschrift dat hij in dat kader aan dc vrouw zal verstrekken, blijkt dat de rekening op de peildatum op naam van zijn moeder was gesteld.
2.4.
De echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 25 maart 2025.
2.5.
De woning aan de [adres 1] (hierna: de Nederlandse woning) is per 5 december 2024 getaxeerd op een waarde van € 375.000,00. De bij de woning behorende hypothecaire schuld bedraagt op dit moment € 143.000,00.
2.6.
De in de echtscheidingsbeschikking genoemde woning in Turkije (hierna: de Turkse woning) is inmiddels verkocht aan een derde. De vrouw heeft de helft van dit bedrag uitbetaald gekregen op een door haar daartoe geopende bankrekening in Turkije.
2.7.
Partijen hebben opdracht gegeven aan Remax Verkoopmakelaars om het Turkse bouwkavel, dat bestaat uit twee nummers (hierna: de bouwkavel) te verkopen. De bouwkavel staat op dit moment te koop.
2.8.
De vrouw heeft in Turkije een procedure aanhangig gemaakt om te achterhalen welke vermogensbestanddelen, banktegoeden en onroerende zaken, de man in Turkije heeft.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De man vordert – kort gezegd – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. de vrouw te veroordelen om op korte termijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de uitvoering van de echtscheidingsbeschikking, in het bijzonder door:
alle benodigde rechtshandelingen te verrichten teneinde de woning voormalige echtelijke woning aan de [adres 3] (hierna: de woning) overeenkomstig het in de echtscheidingsbeschikking opgenomen “spoorboekje” in de verkoop te brengen en te doen leveren;
haar medewerking te verlenen aan de afwikkeling en verrekening van de verkoopopbrengsten van de onroerende zaken in Turkije, overeenkomstig het in de echtscheidingsbeschikking bepaalde;
2. volledige inzage te verschaffen in haar eigen bank- en beleggingsrekeningen, waaronder in elk geval haar Rabobankrekeningen en de aan haar toegedeelde DeGiro-portefeuille, door overlegging van afschriften en jaaroverzichten per peildatum 7 februari 2024, opdat de verdeling van de gemeenschap bij helfte kan worden geëffectueerd,
een en ander op straffe van een dwangsom en met de mogelijkheid tot reële executie,
met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.
3.2.
De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
in reconventie
3.3.
De vrouw vordert – kort gezegd – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te bepalen dat de vrouw gerechtigd is de voormalige echtelijke woning in Nederland te behouden, met verplichting om de man uit te kopen tegen een marktconforme waarde;
te bepalen dat bij de vaststelling van de uitkoopsom wordt uitgegaan van het reeds door de vrouw op eigen kosten opgestelde taxatierapport;
te bepalen dat de vrouw bij deze uitkoop recht heeft op gelijk oversteken, in die zin dat zij haar helft van de waarde van de Turkse vermogensbestanddelen ontvangt dan wel verrekend krijgt,
te bepalen dat bij de afwikkeling van de aandelenportefeuille van de vrouw bij DeGiro, met een waarde van € 137.797,- per peildatum 7 februari 2024, een bedrag van € 65.000,- als privévermogen van de vrouw buiten de huwelijksgemeenschap blijft, zodat uitsluitend het resterende bedrag van € 72.797,- tot de gemeenschap behoort en bij helfte wordt verdeeld, hetgeen meebrengt dat aan de man ter zake van deze portefeuille € 36.398,50 toekomt, welk bedrag wordt betrokken bij de verdere verrekening tussen partijen.
te bepalen dat, nu de man weigert mee te werken aan verkoop en prijsverlaging van de Turkse bouwkavels, wordt uitgegaan van de door de makelaar vastgestelde verkoopprijs/- waarde;
te bepalen dat de helft van de waarde van de twee Turkse bouwkavels wordt verrekend met de uitkoopsom van de Nederlandse woning, in het voordeel van de vrouw;
te bepalen dat de twee Turkse bouwkavels volledig aan de man worden toebedeeld;
te bepalen dat de man binnen 14 dagen na betekening van het vonnis volledige bankafschriften overlegt van alle op zijn naam staande Nederlandse en Turkse bankrekeningen per peildatum 7 februari 2024;
te bepalen dat de man bij niet-nakoming een dwangsom van € 500,- per dag verbeurt, met een door de Voorzieningenrechter te bepalen maximum;
te bepalen dat de saldi van alle Nederlandse én Turkse bankrekeningen per peildatum 7 februari 2024 bij helfte worden verdeeld, waarbij het aandeel van de vrouw wordt verrekend bij de uitkoop van de Nederlandse woning;
te bepalen dat de helft van de vordering uit hoofde van de lening aan [naam 2], conform de beschikking van 18 december 2024, voor rekening van de man komt en bij de verdeling/verrekening wordt betrokken;
kennis te nemen van het feit dat in Turkije gerechtelijke procedures lopen ter vaststelling van verzwegen vermogensbestanddelen,
met veroordeling van de man in de proceskosten.
3.4.
De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

4.De beoordeling

4.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke beoordeling.
4.2.
Partijen hebben over en weer voldoende gesteld dat zij spoedeisend belang hebben bij de beoordeling van hun vorderingen. Gelet hierop zijn zij ieder, in conventie en in reconventie, ontvankelijk in hun vorderingen.
Vorderingen van de man
4.3.
De man stelt dat hij spoedeisend belang heeft bij de veroordeling van de vrouw tot medewerking aan de uitvoering van de beslissingen in de echtscheidingsbeschikking over de Nederlandse woning en het onroerend goed in Turkije. Ook wil hij dat de vrouw inzage geeft in de saldi op haar bankrekeningen per de peildatum. Volgens de man werkt de vrouw niet mee aan de uitvoering van de echtscheidingsbeschikking, terwijl deze al van een jaar geleden dateert. Zolang dit het geval is blijft de huwelijksgemeenschap openstaan en blijven de lasten en risico's op de schouders van de man rusten. De man vindt dat het niet langer van hem kan worden gevergd dat hij de verdeling in afwachting van vrijwillige medewerking van de vrouw laat liggen.
4.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen van de man moeten worden afgewezen en overweegt daartoe als volgt.
4.5.
De in de echtscheidingsbeschikking gelastte wijze van verdeling is op drie belangrijke punten nog niet uitgevoerd:
  • de verkoop van de Turkse bouwkavel;
  • de verdeling saldi op de bankrekeningen van de man en de vrouw;
  • de overname/verkoop van de Nederlandse woning.
4.6.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is voldoende komen vast te staan dat dit niet is te wijten aan een gebrek aan medewerking van de kant van de vrouw, maar dat de man nalatig is geweest in de uitvoering van zijn verplichtingen.
Bouwkavel
4.7.
Volgens de echtscheidingsbeschikking moet de bouwkavel worden verkocht. Het uitblijven daarvan wordt veroorzaakt door de opstelling van de man in het verkooptraject.
In de echtscheidingsbeschikking is beslist dat partijen een verkoopopdracht verstrekken aan Remax Verkoopmakelaars en dat zij – ook ten aanzien van de onroerende goederen in Turkije – verplicht zijn de handelingen te verrichten als onder rechtsoverwegingen 3.3.15. en 3.3.16. weergegeven. Dit houdt onder meer in dat als partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te hanteren vraagprijs en laatprijs, de makelaar deze bindend zal vaststellen, net als een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs in geval verkoop uitblijft. De makelaar heeft in verband met het uitblijven van de verkoop van het bouwkavel geadviseerd de vraagprijs met 25% te verlagen. De man weigerde daaraan mee te werken. De man heeft ter zitting bevestigd dat hij niet had ingestemd met de door de makelaar geadviseerde verlaging van de vraagprijs van de woning in Turkije en daar nog altijd niet mee instemt. Op de uitdrukkelijke vraag van de voorzieningenrechter waarom hij het advies van de makelaar niet opvolgt, zoals is bepaald in de echtscheidingsbeschikking, heeft de man geen antwoord gegeven. Hij verklaarde alleen dat familie en vrienden de kavel voor 20% lagere prijs kunnen kopen en ook, dat hij eigenlijk, anders dan het standpunt dat hij in de echtscheidingsprocedure innam, toch wel een deel van het kavel zelf wil houden.
Saldi bankrekeningen
4.8.
Volgens de echtscheidingsbeschikking moeten de saldi op de bankrekeningen van de man en de vrouw per de peildatum 7 februari 2024 bij helfte worden gedeeld.
4.9.
De saldi van de vrouw kunnen al worden verdeeld, want zij heeft al in het kader van de echtscheidingsprocedure inzage gegeven in haar bankrekeningen en de saldi per de peildatum, zie rechtsoverweging 3.3.17. van de echtscheidingsbeschikking. De man suggereert nu in deze procedure dat zij mogelijk nog andere rekeningen heeft in Nederland of Turkije, maar hij maakt dit niet concreet. De vrouw betwist dit, en heeft toegelicht dat zij pas recent voor het eerst een bankrekening in Turkije heeft geopend, zodat haar aandeel in de verkoopopbrengst van de Turkse woning aan haar kon worden overgemaakt. De man heeft een en ander niet weersproken.
4.10.
De saldi van de man kunnen nog niet worden verdeeld, want hij heeft in strijd met de echtscheidingsbeschikking daarover nog altijd geen relevante informatie aan de vrouw verstrekt.
De vrouw heeft uitgelegd dat zij nog altijd niet weet welke bankrekeningen de man heeft en wat het saldo op deze rekeningen was per de peildatum 7 februari 2024. De vrouw kan de man niet vertrouwen in dit opzicht: De man had in de echtscheidingsprocedure gesteld dat hij in het geheel geen Turkse bankrekeningen had, maar heeft vervolgens in die procedure moeten erkennen dat van tenminste vier, mogelijk vijf Turkse bankrekeningen op zijn naam sprake is (geweest). Volgens de vrouw heeft de man aanzienlijke bedragen op de betreffende rekeningen staan, waaronder de hiervoor al aangeduide opbrengst van de kort voor de echtscheiding door de man verkochte woning van partijen in Turkije (niet zijnde de in de echtscheidingsbeschikking genoemde Turkse woning). De verkoop van deze woning heeft – daarover zijn partijen het eens – een bedrag van € 83.000,00 opgeleverd welke opbrengst op een Turkse rekening op naam van de man is gestort. De man stelde hierover op zitting dat hij € 13.000,00 van de opbrengst heeft geïnvesteerd in de andere Turkse woning (die uit de echtscheidingsbeschikking) en erkende dat de rest van de opbrengst op één van zijn rekeningen staat, waarvan het saldo met de vrouw moet worden gedeeld.
4.11.
De man erkent dat hij nog geen informatie heeft verstrekt over zijn rekeningen bij verschillende banken in Turkije en het saldo op die rekeningen per de peildatum. Een heldere verklaring hiervoor, voorzien van schriftelijke onderbouwing, geeft de man niet. Hij heeft alleen een onsamenhangende uitleg gegeven dat het voor hem niet mogelijk is de betreffende informatie op te vragen omdat het filiaal van HSBC in Sivas is opgeheven. Dit lijkt een herhaling te zijn van zijn verklaring in de echtscheidingsprocedure een jaar geleden die inhield dat hij geen bankrekening heeft bij een vestiging van HSBC in de gemeente Sivas. Dat de man zich sindsdien heeft ingespannen de informatie aan te leveren waartoe hij op grond van de echtscheidingsbeschikking is verplicht, en dat dat door enige omstandigheid niet mogelijk was, blijkt nergens uit. De man heeft naar eigen zeggen aan de vrouw dezelfde informatie gegeven die hij ook in deze kort geding procedure heeft ingebracht, en ook niet meer dan dat, over zijn bankrekeningen in Nederland en Turkije. Deze stukken voldoen niet; de stukken zijn verre van compleet en geven geen informatie over de saldi op de rekeningen per de peildatum. De voorzieningenrechter heeft dit aan de man voorgehouden en zulks is ook door zijn advocaat erkend.
Nederlandse woning
4.12.
Ook de Nederlandse woning is nog niet verdeeld. De vrouw heeft kort voor de echtscheidingsbeschikking de Nederlandse woning laten taxeren. De waarde van die woning is bepaald op € 375.000,00 en de vrouw wil dat deze waarde tot uitgangspunt wordt genomen in de verdeling. De man heeft hiertegen geen verweer gevoerd en ter zitting desgevraagd bevestigd dat hij instemt met de getaxeerde waarde. Ook heeft de vrouw tijdig aan de man laten weten dat zij de woning wil overnemen en dat zij financieel in staat is om de woning over te nemen en de man te doen laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de bij de woning behorende hypothecaire schuld. De man heeft ook hier niets tegen ingebracht. De woning zou dus in principe kunnen worden overgedragen aan de vrouw, maar dit kan nog niet definitief worden geregeld. De vrouw weet niet of zij financiering moet regelen voor de uitkoop van de man.
4.13.
Door het uitblijven van de verkoop van het Turkse bouwkavel en het gebrek aan informatie over de saldi op de bankrekeningen van de man, kan de vrouw – en ook overigens de man – nog niet berekenen of zij uiteindelijk – na de verkoop van de bouwkavel en de verdeling van de saldi op de bankrekeningen van partijen – in het kader van de overname van de Nederlandse woning door haar, een bedrag aan de man verschuldigd is of dat zij van hem een bedrag moet ontvangen.
4.14.
Dat de vrouw uiteindelijk vanwege de verdeling nog een bedrag van de man moet ontvangen lijkt zeker geen onrealistisch scenario, gelet op hetgeen bekend is over de waarde van het onroerend goed in Nederland en Turkije, terwijl daar nog bij komt dat verdeling moet plaatsvinden van de saldi van de Turkse bankrekeningen op naam van de man, welke saldi nog onbekend zijn maar waarvan partijen tegenover de voorzieningenrechter hebben bevestigd dat op één van die rekeningen de verkoopopbrengst van een andere Turkse woning, die reeds voorafgaand aan de echtscheiding door de man was verkocht, zou moeten zijn gestort.
Bij een globale rekenexercitie over het onroerend goed wordt uitgegaan van het volgende. De Nederlandse woning is 375.000,00 waard. Uitgaande van de hypothecaire schuld van € 143.000,00 moet de vrouw dan bij overname een bedrag van € 116.000,-- aan de man voldoen.
De door Remax Verkoopmakelaars geadviseerde vraag- en laatprijs, tevens getaxeerde waarde, voor het Turkse bouwkavel is voor het eerste nummer € 155.000,00 en voor het tweede nummer € 105.000,00. Deze waardes zijn exclusief de geadviseerde verlaging van de vraagprijs ten behoeve van de verkoopbaarheid, waaraan de man zich dient te houden (zie hiervoor onder nummer 4.7.). Ervan uitgaande dat de bouwkavel een bedrag van € 260.000,00 oplevert, moet de man een bedrag van € 130.000,00 aan de vrouw voldoen.
4.15.
Op basis van het voorgaande valt niet in te zien dat en waarom de man mocht menen met goede reden zijn vorderingen in te stellen.
De vrouw heeft voor zover in haar macht lag haar medewerking verleent aan alles wat nodig is tot een verdeling te komen en dus is er geen grond haar daartoe te veroordelen.
Op dit moment kan nog geen sprake kan zijn van de verkoop van de Nederlandse woning. Anders dan de man betoogt, zijn partijen uitgaande van het ‘het spoorboekje’ uit de echtscheidingsbeschikking zogezegd blijven steken op het punt dat de vrouw de gelegenheid heeft de financiering voor de overname van de woning rond te krijgen. Dat is niet aan de vrouw te wijten.
Tot slot geldt, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, dat waar het gaat om de vordering de vrouw te veroordelen tot medewerking aan de verkoop van de Nederlandse woning, los van voormeld nalaten van de man, maar zeker bezien in het licht van dat nalaten, het belang van de vrouw, en in het verlengde daarvan het belang van de minderjarige dochter van partijen bij behoud van de woning, zwaarder weegt dan het belang van de man bij (spoedige) verkoop.
Vorderingen van de vrouw
4.16.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het voorgaande geen aanleiding geeft voor toewijzing van de vorderingen van de vrouw. Zij heeft twaalf vorderingen ingesteld ter wijziging en/of aanscherping van de in de echtscheidingsbeschikking gelaste wijze van verdeling van de gemeenschap. De vrouw heeft toegelicht dat zij beoogt de bestaande impasse te doorbreken en dat is begrijpelijk, maar in een kortgedingprocedure is geen ruimte voor declaratoire (definitieve) beslissingen. Het staat de vrouw en ook de man vrij in een bodemprocedure bepaalde onderdelen van de verdeling opnieuw ter discussie te stellen. De voorzieningenrechter wijst daarom de vorderingen van de vrouw af waarin zij vraagt om (in afwijking van de beslissing van de bodemrechter in de echtscheidingsbeschikking) een beslissing te nemen ter zake van (de wijze van) de verdeling van:
  • de Nederlandse woning (vordering 1, 2 en 3);
  • de aandelenportefeuille van de vrouw bij DeGiro (vordering 4);
  • de bouwkavel in Turkije (vordering 5, 6 en 7);
  • de saldi van de bankrekeningen van partijen in Nederland en/of Turkije (vordering 10);
  • de lening van [naam 2] (vordering 11).
4.17.
Wat betreft vordering 2. geldt overigens wel dat de man erkent dat de Nederlandse woning voor een waarde van 375.000 in de verdeling moet worden betrokken.
4.18.
Wat betreft vordering 5. geldt nog dat de vrouw geen belang heeft bij deze vordering. De man is op grond van de echtscheidingsbeschikking (overweging 3.3.16.) verplicht het advies van de makelaar ter zake van vraag- en laatprijs voor de bouwkavel te volgen.
4.19.
Ter zake van vordering 3, 6 en 10 geldt dat de uiteindelijke afrekening uit hoofde van de verdeling, in die zin dat wordt berekend wie van partijen uit hoofde van overbedeling een bedrag aan de ander is verschuldigd, zoveel mogelijk in een keer gebeurt. In die zin is dus sprake van ‘gelijk oversteken’ en/of verrekenen. De vrouw heeft niet gesteld dat zij op dit punt spoedeisend belang heeft bij een ordemaatregel.
4.20.
Vordering 12: ‘kennis te nemen van het feit dat in Turkije gerechtelijke procedures lopen ter vaststelling van verzwegen vermogensbestanddelen’ is in feite geen vordering en is dus niet toewijsbaar.
4.21.
Tot slot wijst de voorzieningenrechter de vordering van de vrouw af tot inzage in de bankrekeningen van de man. De vrouw heeft in Turkije een bodemprocedure aanhangig gemaakt met als doel te achterhalen welke onroerende zaken en bankrekeningen de man in Turkije heeft (gehad) en wat het saldo van deze rekeningen was per de peildatum. De vrouw heeft ter zitting toegelicht dat momenteel alle Turkse banken worden aangeschreven op bevel van de Turkse rechtbank ter verstrekking van de benodigde gegevens. In april 2026 zal de Turkse rechter op basis van die informatie een beslissing geven op de vorderingen van de vrouw in die procedure. De vrouw heeft, tegen de achtergrond hiervan, niet aannemelijk gemaakt dat zij op dit moment een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde inzage.
Proceskosten
4.22.
Het is gebruikelijk dat in procedures tussen ex-echtgenoten proceskosten worden gecompenseerd, in afwijking van de hoofdregel dat de verliezen de partijen de proceskosten moet dragen. De voorzieningenrechter wijkt in deze procedure echter af van dit gebruik.
4.23.
De man heeft deze procedure ingesteld op basis van de stelling dat de vrouw niet meewerkt aan de uitvoering van de verdeling, terwijl dit feitelijk onjuist is gebleken en de man dit voor de procedure wist of kon weten. Het is juist te wijten aan de opstelling van de man in het verkooptraject van het Turkse bouwkavel alsmede aan het gebrek aan openheid van zijn kant over de saldi op zijn bankrekeningen, dat de verdeling van de gemeenschap van partijen nog niet tot een afronding is gekomen.
De man lijkt weinig bereidwillig tot een oplossing te komen. De voorzieningenrechter heeft ter zitting geprobeerd partijen te helpen tot een deelschikking te komen over de Nederlandse woning en het Turkse onroerend goed, omdat dit een goede aanzet leek te zijn voor een definitieve oplossing. Daarbij is de voorzieningenrechter uitgegaan van het eigen voorstel van de man in zijn mail van 19 december 2025, productie 3c van de vrouw, om de Nederlandse woning zonder verrekening aan de vrouw toe te delen en het Turkse bouwkavel aan de man. De vrouw benoemde dit ter zitting als een werkbare oplossing. De man weigerde echter, ondanks zijn eerdere voorstel, hieraan een constructieve bijdrage te leveren en kwam feitelijk op zijn eerdere voorstel terug. Bij deze stand van zaken, met in het oog zijn overige nalaten en onbereidwillige houding, wordt hij in de proceskosten veroordeeld, in conventie en in reconventie.
4.24.
De proceskosten van de vrouw worden begroot op:
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.626,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van de man af;
in reconventie
5.2.
wijst de vorderingen van de vrouw af;
in conventie en in reconventie
5.3.
veroordeelt de man in de proceskosten, aan de kant van de vrouw tot op vandaag begroot op € 1.626,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als de man niet op tijd aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekent, dan moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
3820 / 638