Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, vordert compensatie van een door haar betaalde schuld aan een bedrijf, die de minister had geweigerd te vergoeden wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank stelt vast dat de schuld blijkt uit een factuur van 2018 en dat eiseres een bedrag van € 1.000,- via Tikkie heeft betaald aan het rekeningnummer van het bedrijf, wat voldoende bewijs vormt voor compensatie. Voor het overige deel van de schuld is onvoldoende bewijs geleverd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover geen compensatie is verleend voor het bedrag van € 1.000,- en bepaalt dat de minister dit bedrag aan eiseres moet vergoeden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor compensatie en de zorgvuldigheid die de minister in het proces moet betrachten, maar bevestigt dat de minister niet verplicht is zelf onderzoek te doen naar de schuld.
De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van Spengen op 11 februari 2026 en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.