Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.In beslag genomen voorwerpen
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk uitvoeren van ongeveer 3000 gram cocaïne in een verborgen ruimte van zijn auto. De tenlastelegging betrof primair het opzettelijk buiten Nederland brengen van cocaïne op 10 oktober 2025 in Rotterdam.
De bewijsmiddelen bestonden uit het proces-verbaal van de politie, deskundigenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut waaruit bleek dat de aangetroffen blokken cocaïne bevatten, en de verklaring van de verdachte zelf. De verdachte bekende de pakketten in ontvangst te hebben genomen en in de auto te hebben verstopt met de bedoeling deze naar Duitsland te brengen, maar gaf aan te denken dat het om marihuana ging. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van vol opzet, maar wel van voorwaardelijk opzet omdat de verdachte de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om cocaïne ging.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en het ontbreken van eerdere veroordelingen van de verdachte. De verdediging had een lagere straf met een voorwaardelijk deel bepleit, maar de rechtbank vond een gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden, zonder voorwaardelijk deel. Daarnaast werd de in beslag genomen telefoon van de verdachte verbeurd verklaard. De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en verbeurdverklaring van zijn telefoon.