Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 oktober 2025 met producties 1 tot en met 11,
- de mondelinge behandeling gehouden op 1 december 2025. Tijdens de mondelinge behandeling hebben Overmeer c.s. nog de e-mail correspondentie met Seagull vanaf 24 november 2025 te 15.06 uur tot en met 28 november 2025 te 16.58 uur in het geding gebracht.
2.De beoordeling
- Overmeer c.s. vorderden oorspronkelijk de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW over de hoofdsommen vanaf 30 dagen na factuurdatum. Ter zitting hebben Overmeer c.s. de vordering voor zover het de wettelijke handelsrente betreft, aangepast in die zin dat zij als ingangsdatum de datum van betekening van de dagvaarding willen aanhouden (27 oktober 2025).
- Hoewel Overmeer c.s. in het lichaam van de dagvaarding stellen dat Seagull over de buitengerechtelijke incassokosten wettelijke rente verschuldigd is vanaf de dag van de dagvaarding, hebben zij hieraan in het petitum geen vordering verbonden. De voorzieningenrechter hoeft op dit punt daarom niet te beslissen.
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)