Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 juni 2025 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de akte van [naam vrouw] , met bijlage 15;
- de akte van [naam man] .
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen ex-partners over het tijdelijk uitsluitend gebruik van een huurwoning in Rotterdam. Na een tussenvonnis waarbij het belang van de vrouw zwaarder werd geacht, zijn de procedures voor de politierechter en familierechter in kort geding beëindigd. De man is veroordeeld voor huiselijk geweld en kreeg een contact- en locatieverbod.
De vrouw had een eiswijziging ingediend, maar deze werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de woning nog steeds zwaarder weegt dan dat van de man. Daarom mag zij met uitsluiting van de man in de woning verblijven totdat in een bodemprocedure definitief wordt beslist wie de woning mag huren.
De vrouw moet de bodemprocedure uiterlijk 15 september 2025 starten. De man moet zich uitschrijven zodra hij een ander adres heeft. De vorderingen van de man worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vrouw krijgt tijdelijk uitsluitend gebruik van de huurwoning met uitsluiting van de man totdat de bodemprocedure hierover beslist.