Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de heer [schuldenaar] , schuldenaar;
- mevrouw [persoon A] , partner van schuldenaar;
- de heer R.I. de Jong, bewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 10 juli 2025 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. De bewindvoerder had verzocht tot beëindiging vanwege tekortkomingen in de informatieplicht en afdrachtplicht, waaronder het niet aanleveren van bankafschriften en loonspecificaties en een boedelachterstand van € 4.613,92.
Schuldenaar gaf aan technische problemen te ondervinden bij het aanleveren van stukken en verklaarde dat het beschermingsbewind niet was doorgezet omdat eerst de uitkomst van de tussentijdse beëindiging werd afgewacht. De rechtbank oordeelde echter dat schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen, mede omdat hij ondanks meerdere verzoeken geen beschermingsbewind had geregeld en onvoldoende betalingsvoorstel had gedaan.
De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 2.147,61 en constateerde dat er geen baten zijn om vorderingen te voldoen. De regeling wordt beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens tekortkoming in informatie- en afdrachtplicht.