Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:9734

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2025
Publicatiedatum
11 augustus 2025
Zaaknummer
C/10/704578 / HA RK 25-773
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter in bestuursrechtelijke coronabanenprocedures

Rechter C.A. Geleijnse, voormalig advocaat, verzocht om verschoning in acht bestuursrechtelijke beroepsprocedures over besluiten van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport betreffende de Subsidieregeling coronabanen in de zorg. De rechter was tot oktober 2021 werkzaam bij een advocatenkantoor en had afgesproken gedurende vijf jaar na uitdiensttreding geen zaken te behandelen waarbij advocaten van dat kantoor optreden. Een advocaat van zijn voormalige kantoor vertegenwoordigt de minister in deze procedures.

De rechtbank beoordeelde het verzoek en stelde vast dat hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, de objectieve vrees voor schijn van vooringenomenheid zwaarwegend is. De rechter heeft zelf om verschoning gevraagd, wat de ernst van de situatie onderstreept.

Daarom wees de rechtbank het verzoek toe en stelde de rechter vrij van verdere behandeling van de genoemde zaken. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor verschoningszaken van de rechtbank Rotterdam op 11 augustus 2025.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van rechter C.A. Geleijnse in bestuursrechtelijke coronabanenprocedures wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaak- en rekestnummer: C/10/704578 / HA RK 25-773
Beslissing van 11 augustus 2025
op het verzoek van
mr. C.A. Geleijnse,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team Bestuursrecht 1 (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in
de beroepsprocedures over besluiten van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van de Subsidieregeling coronabanen in de zorg, met zaaknummers ROT 23/7520, ROT 23/7521, ROT 24/8810, ROT 24/8799, ROT 24/4625, ROT 24/4750, ROT 24/9187 en ROT 24/9461.

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
De rechter heeft zitting in de meervoudige kamer die op 1 september 2025 acht beroepsprocedures over besluiten van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van de Subsidieregeling coronabanen in de zorg zal behandelen. Deze beroepsprocedures hebben de zaaknummers ROT 23/7520, ROT 23/7521, ROT 24/8810, ROT 24/8799, ROT 24/4625, ROT 24/4750, ROT 24/9187 en ROT 24/9461 (de beroepsprocedures).
1.2.
Op 4 augustus 2025 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2.Het verzoek en het verweer daartegen

2.1.
Als onderbouwing van het verzoek om verschoning heeft de rechter – samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd. De rechter is tot en met oktober 2021 werkzaam geweest als advocaat. Bij zijn start als rechter-plaatsvervanger bij deze rechtbank is afgesproken dat de rechter gedurende een ruime periode (vijf jaar) na uitdiensttreding geen zaken zal behandelen waarin een of meer advocaten van zijn oude kantoor als
vertegenwoordiger optreden. Deze termijn van vijf jaar verstrijkt per november 2026. Het is de rechter gebleken dat een advocaat, werkzaam bij zijn oude kantoor, in de beroepsprocedures als vertegenwoordiger van de minister optreedt. Zij was een directe collega van de rechter. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de beroepsprocedures te voorkomen, verzoekt de rechter om verschoning.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
3.3.
Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3. bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
wijst toe het verzoek van mr. C.A. Geleijnse om zich in de bestuursrechtelijke procedures met zaaknummers ROT 23/7520, ROT 23/7521, ROT 24/8810, ROT 24/8799, ROT 24/4625, ROT 24/4750, ROT 24/9187 en ROT 24/9461 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. Fiege, voorzitter, mr. A. Verweij en mr. W.J.M. Diekman, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 11 augustus 2025.
de griffier de voorzitter