Verzoeker diende op 14 mei 2025 een verzoek in op grond van artikel 287b Faillissementswet voor een voorlopige voorziening die de ontruiming van zijn huurwoning zou opschorten. De ontruiming was gepland na een vonnis van 11 februari 2025. Verzoeker had medische klachten waardoor hij tijdelijk niet kon werken, maar is inmiddels weer aan het werk met een arbeidsovereenkomst voor 38 uur per week en start binnenkort een BBL-opleiding.
De rechtbank beoordeelde dat sprake was van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. Het belang van verzoeker om in zijn woning te blijven en een schuldhulpverleningstraject te doorlopen, woog zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. De inkomsten van verzoeker zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen, mede dankzij hulp van de gemeente.
De voorlopige voorziening werd voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen. De huurovereenkomst werd verlengd voor de duur van de voorziening.