Uitspraak
,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 juli 2025 de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van een man geboren in 1998, opgelegd wegens diefstal met bedreiging en afpersing. De terbeschikkingstelling was aangevangen op 19 juli 2023 met voorwaarden.
De psycholoog en reclassering adviseerden beiden om de maatregel niet te verlengen, omdat de ter beschikking gestelde een stabiel leven heeft opgebouwd, geen verhoogd recidiverisico meer vertoont en gemotiveerd is zijn therapie voort te zetten. De deskundige bevestigde dit tijdens de zitting, waarbij ook werd vermeld dat de ter beschikking gestelde recentelijk een baan als assistent-manager heeft en bezig is met het opbouwen van een sociaal netwerk.
De rechtbank concludeerde dat het recidivegevaar laag is en dat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen geen verlenging van de maatregel vereist. Daarom wees zij de vordering van het openbaar ministerie af. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af wegens een laag recidiverisico.