ECLI:NL:RBROT:2025:9567
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting na vernietiging aanslag
Eiseres maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam op 13 maart 2024. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank stelde partijen op 23 juni 2025 schriftelijk op de hoogte van de zittingsdatum op 18 juli 2025. Beide partijen verschenen niet op de zitting. Tijdens de zitting vernietigde de heffingsambtenaar op 17 juni 2025 de naheffingsaanslag, waardoor het beroep van eiseres feitelijk haar doel verloor.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang meer had en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Wel werd bepaald dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van €51,- aan eiseres moet vergoeden. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de naheffingsaanslag is vernietigd, en de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.