De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 juni 2025 een zaak over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een zesjarig meisje en verzoeken tot opheffing van deze machtiging en vervanging van de gecertificeerde instelling (GI).
De minderjarige is sinds oktober 2024 uit huis geplaatst vanwege ernstige gedragsproblemen en vermoedens van toegebracht letsel. Zij verbleef in meerdere pleeggezinnen, maar kon daar niet blijven vanwege haar problematiek. De GI verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing om een klinische opname bij Yulius te kunnen realiseren, gericht op specialistische behandeling van trauma- en hechtingsproblematiek.
De moeder verzocht om opheffing van de machtiging en terugplaatsing van de minderjarige met ambulante hulpverlening in de thuissituatie via Sterk in Regie. De rechtbank oordeelde dat gezien de ernst van de problematiek en het advies van M4Care een klinische opname passend is en dat terugplaatsing op dit moment niet in het belang van de minderjarige is. Ook wees de rechtbank het verzoek tot vervanging van de GI af, omdat dit niet in het belang van het kind zou zijn.
De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd tot 5 september 2025 en de beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.