Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 oktober 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van Flanderijn, met bijlagen;
- het schriftelijke verweer van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van achterstallige premies en zorgkosten van de gedaagde, die een zorgverzekeringsovereenkomst met VGZ heeft. De gedaagde betwist betaling omdat de kosten zijn gemaakt door zijn ex-partner, die volgens hem van de polis verwijderd had moeten worden na hun scheiding.
De rechtbank oordeelt dat VGZ pas op 9 augustus 2023 geïnformeerd werd door de gemeente dat de ex-partner een eigen polis nodig had, waarna de polis per 1 september 2023 werd aangepast. Omdat de gedaagde niet tijdig aan VGZ heeft gemeld dat de polis gewijzigd moest worden, blijft hij verantwoordelijk voor de betaling van de premies en zorgkosten die vóór die datum zijn ontstaan.
De rechtbank wijst de vordering van VGZ toe, inclusief de incassokosten en wettelijke rente. De proceskosten worden eveneens aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat VGZ direct tot incasso kan overgaan.
Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld tot betaling van achterstallige premies, zorgkosten, incassokosten, rente en proceskosten.