ECLI:NL:RBROT:2025:9163
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang en urgentieverklaring wegens uitsluitend huisvestingsprobleem
Verzoekster en haar dochter verblijven sinds april 2025 tijdelijk bij familie in Rotterdam nadat zij hun woning in Haarlem moesten verlaten. Verzoekster vroeg om maatschappelijke opvang en een urgentieverklaring wegens onbewoonbaarheid van haar vorige woning, die in 2023 door brand beschadigd was geraakt.
Het college wees beide aanvragen af omdat verzoekster volgens hen in staat is zich met gebruikelijke hulp en haar netwerk te handhaven en niet voldoet aan de strenge voorwaarden voor een urgentieverklaring. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster uitsluitend een huisvestingsprobleem heeft en geen andere problematiek die maatschappelijke opvang rechtvaardigt.
Ook de urgentiegrond ‘onbewoonbaarheid’ is niet van toepassing omdat verzoekster de woning niet rechtmatig bewoonde en deze niet recent onbewoonbaar werd. De belangen van de minderjarige dochter zijn door het college betrokken, en er is geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen.
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af, ondanks het begrijpelijke spoedeisende belang vanwege het naderende schooljaar. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af wegens ontbreken van recht op maatschappelijke opvang en urgentieverklaring.