In deze civiele procedure eist eiseres betaling van €60.461,05 van de huurder, een BV, en haar bestuurders vanwege wanprestatie en onrechtmatig handelen door het exploiteren van een hennepkwekerij in de gehuurde bedrijfsruimte. De huurovereenkomst werd ontbonden na de ontdekking van de kwekerij op 15 februari 2024.
De kantonrechter wijst de contractuele boete van €10.000 toe, verminderd met de borg van bijna hetzelfde bedrag, waardoor een restant van €17,50 resteert. Herstelkosten worden afgewezen omdat niet is vastgesteld dat het gehuurde niet correct is opgeleverd en er geen inspectierapport is opgemaakt. Huurderving wordt toegewezen voor de resterende huurperiode tot februari 2025, omdat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij het pand niet eerder kon verhuren vanwege sluiting door de gemeente.
Incassokosten worden gematigd tot het wettelijk toegestane bedrag en rente wordt toegewezen. Bestuurder [gedaagde 2] wordt persoonlijk aansprakelijk gehouden vanwege zijn actieve rol en strafrechtelijke veroordeling als medeplichtige, terwijl bestuurder [gedaagde 3] wordt vrijgesproken wegens gebrek aan betrokkenheid. De proceskosten worden aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.