Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mevrouw [verzoekster] , verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener bij Stroomopwaarts.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een aanzienlijke schuldenlast, waaronder een grote huwelijkse schuld aan haar ex-partner. De rechtbank stelde vast dat verzoekster reeds een loonbeslag ondergaat en dat zij een pensioenaanspraak heeft die haar schulden overstijgt.
Eerder was een verzoek tot schuldsanering van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard omdat zij onvoldoende had aangetoond dat zij geen reële mogelijkheden had tot een buitengerechtelijke regeling. Verzoekster had wel onderhandeld met haar ex-partner over een regeling waarbij zij afstand zou doen van een deel van haar pensioen in ruil voor kwijting van schulden, maar zij had dit aanbod later ingetrokken vanwege fiscale bezwaren.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster ook nu geen deugdelijke poging had gedaan om tot een minnelijke regeling te komen, omdat zij haar pensioenaanspraak niet in de onderhandelingen had betrokken. Bovendien was niet aannemelijk dat verzoekster is opgehouden met betalen, gezien haar stabiele inkomen en het feit dat het loonbeslag niet tot nieuwe schulden leidde.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Verzoekster kan binnen acht dagen hoger beroep instellen bij het gerechtshof, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een reële poging tot een minnelijke regeling.