ECLI:NL:RBROT:2025:8841
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M. Havik
- I. Bouter
- J.W. Tegenbosch
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ISD-maatregel noodzakelijk ter beveiliging maatschappij en recidivepreventie
De veroordeelde is bij vonnis van 19 juli 2024 onderworpen aan een ISD-maatregel van twee jaar. Op 6 maart 2025 verzocht hij tussentijds om beëindiging van deze maatregel, stellende dat de behandeling en begeleiding onvoldoende van de grond zijn gekomen, terwijl hij wel bereid is tot behandeling.
De rechtbank hield op 16 april 2025 een openbare zitting waar de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een trajectbegeleider werden gehoord. De officier van justitie bepleitte voortzetting van de maatregel, mede omdat de veroordeelde inmiddels succesvol is aangemeld bij kliniek De Mare voor behandeling.
De directeur van de inrichting rapporteerde dat er nog een ernstig risico op (gewelds)recidive bestaat, mede door eerdere incidenten en middelengebruik. Tevens is de veroordeelde recentelijk onttrokken aan een begeleid verlof, wat de risico-inschatting bevestigt.
De rechtbank erkent dat het klinische traject vertraagd is, maar concludeert dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk blijft voor de beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van recidive. Beëindiging van de maatregel zou leiden tot terugval in oude patronen en het niet kunnen doorlopen van de behandeling en begeleid wonen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot beëindiging af en bepaalt zij dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet.