Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Waar gaat de zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 23 mei 2025 met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord, ook eis in reconventie, met producties 1 tot en met 3.
Rechtbank Rotterdam
Partijen hadden een affectieve relatie en waren contractuele medehuurders van een woning. Na hun relatiebreuk in september 2024 bleven zij aanvankelijk samen wonen, maar de verstandhouding verslechterde en leidde tot een incident in april 2025, waarna gedaagde de woning verliet. Beide partijen vorderden in kort geding het exclusieve gebruiksrecht van de woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van partijen bij het exclusief gebruiksrecht even zwaar wegen, gezien hun gelijke huurderspositie, het ontbreken van een duidelijke alternatieve woonruimte voor beiden en de financiële situatie. Omdat eiser al enige tijd in de woning verbleef en gedaagde elders kon verblijven, werd het exclusief gebruiksrecht voorlopig aan eiser toegekend.
Daarnaast werd gedaagde verboden de woning te betreden vanwege de gespannen verhoudingen. De beslissing geldt tot een bodemprocedure binnen twee maanden uitspraak doet. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het exclusief gebruiksrecht van de woning wordt voorlopig aan eiser toegekend met verbod voor gedaagde de woning te betreden.