De rechtbank Rotterdam behandelde op 2 juli 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van verduistering van geldbedragen van twee stichtingen en opruiing tot terroristische misdrijven door het openbaar maken van bepaalde nasheeds.
De officier van justitie vorderde deels vrijspraak en deels bewezenverklaring met een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend vast te stellen. Zowel de verduistering als de opruiing met betrekking tot de nasheeds 'O ummah van Muhammed' en 'Je hebt overwonnen' konden niet aan verdachte worden toegerekend.
De rechtbank wees ook het verzoek tot teruggave van een in beslag genomen aangifteformulier af, omdat dit formulier niet aan verdachte toebehoorde maar aan een medeverdachte.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Dit vonnis werd gewezen door voorzitter mr. dr. J.L.M. Boek en rechters mr. C.M. Derijks en mr. E.M. Rocha.