Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- [persoon B] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn woonruimte te schorsen. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 10 november 2022. Verzoeker staat onder beschermingsbewind en ontvangt een Participatiewet-uitkering waarmee hij de huur kan voldoen. Tevens is schuldhulpverlening toegekend en budgetbeheer opgestart.
Verweerster, de verhuurder, stelde dat verzoeker de huur niet tijdig betaalt en dat sprake is van een aanzienlijke huurachterstand. Zij is niet verschenen ter zitting en heeft zich beroepen op het eerdere vonnis. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat het moratorium beoogt de schuldenaar een adempauze te geven.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te volgen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien de betaling van de huur van mei 2025 en het beschermingsbewind acht de rechtbank voldoende zekerheid dat de lopende huurtermijnen voldaan zullen worden. Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden en schorst de ontruiming van de woonruimte onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig en volledig worden voldaan.