In deze zaak vordert DSW betaling van onbetaalde zorgpremies van gedaagde over meerdere maanden in 2024, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Gedaagde erkent de hoofdsom, maar betwist de hoogte van de kosten en stelt een tegenvordering in wegens onrechtmatige inbeslagnames door de gemachtigde van DSW.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van DSW toewijsbaar is omdat gedaagde de hoofdsom erkent en onvoldoende concreet heeft toegelicht waarom hij de brieven van DSW niet zou hebben ontvangen. De incassokosten worden toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij deze niet zou moeten betalen. De wettelijke rente wordt eveneens toegewezen omdat gedaagde in verzuim is geraakt.
De tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen omdat de gemachtigde van DSW geen partij is in deze procedure, waardoor de kantonrechter deze vordering niet inhoudelijk kan beoordelen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.